Nederland houdt op 25 januari van volgend jaar de Climate Adaptation Summit. Deze internationale top wordt vanwege de coronacrisis grotendeels digitaal georganiseerd en vervangt de conferentie die in oktober was gepland. Regeringsleiders en ministers nemen deel via videoverbindingen.

Tijdens de online Climate Adaptation Summit in januari zullen oplossingen centraal staan om kwetsbare gebieden wereldwijd weerbaarder te maken tegen klimaatverandering, zoals extremer weer en een stijgende zeespiegel. De Global Commission on Adaptation publiceerde hierover in september 2019 het rapport Adapt Now en trapte daarmee een actiejaar af. Als wereldwijd tot en met 2030 1,8 biljoen dollar in maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering wordt geïnvesteerd, kan dit volgens de commissie 7,1 biljoen dollar aan voordelen opleveren.

De bedoeling was om het actiejaar af te sluiten op 22 oktober met de Climate Adaptation Summit in Amsterdam. Omdat dit samenzijn wegens de coronacrisis niet door kan gaan, koos het kabinet op voorstel van minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat voor een andere oplossing. Er wordt nu op 25 januari 2021 vanuit Nederland een centraal online programma georganiseerd. Een deel hiervan vindt plaats in het nieuwe drijvende kantoor van het Global Center on Adaptation in Rotterdam. Veel internationale deelnemers zoals regeringsleiders en ministers zullen deelnemen via videoverbindingen vanuit alle continenten.

Verantwoordingsdag
De ministerraad maakte de nieuwe datum en opzet van de klimaattop vanmiddag bekend tijdens Verantwoordingsdag. Sinds 2000 legt het kabinet op de derde woensdag van mei verantwoording af over de financiële bestedingen en de voortgang van de plannen in het jaar daarvoor. Het lijkt ditmaal over een heel andere tijd te gaan, zoals het kabinet ook zelf in het begeleidende nieuwsbericht constateert.

“We bevinden ons momenteel in een crisis, waarbij de overheid historisch hoge bedragen leent om de economie te ondersteunen. Dit volgt op een in historisch opzicht zeldzame gebeurtenis van een geheel andere orde, namelijk van opeenvolgende jaren met een overschot op de begroting. De piek van die reeks overschotten lag in 2019, toen er 14 miljard euro meer binnenkwam dan er werd uitgegeven”, aldus het kabinet.

Klimaatadaptatie in jaarverslag
Een onderdeel van de Verantwoordingsdag is het Rijksjaarverslag, dat bestaat uit alle jaarverslagen van de ministeries. In het jaarverslag 2019 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is klimaatadaptatie een belangrijk thema. Er wordt gemeld dat de gezamenlijke overheden vorig jaar afspraken hebben gemaakt over het uitvoeren van stresstesten, het vastleggen van ambities en het opstellen van uitvoeringsprogramma’s. Inmiddels is ongeveer 90 procent van de stresstesten uitgevoerd en zijn veel partijen gestart met de risicodialogen.

Droogte ontbreekt natuurlijk niet in het jaarverslag. In december is het eindrapport van de beleidstafel Droogte gepubliceerd. De aanbevelingen hieruit worden gebruikt voor het uitvoeringsprogramma Zoetwater voor de periode 2022-2027. Het Deltaprogramma Zoetwater van vorig jaar noemt 150 kansrijke maatregelen voor het hele land om beter om te gaan met toekomstige droogteperiodes.

Integraal waterbeleid op koers
Een ander onderwerp in het jaarverslag is integraal waterbeleid. Hierover wordt ook gerapporteerd in de eveneens vandaag verschenen rapportage De Staat van Ons Water. Het ministerie merkt over integraal waterbeleid het volgende op: “Het uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen en liggen op koers. Het betreft financiering van het werk aan de Kaderrichtlijn Water, Grote Wateren en de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater. Deels wordt dit ook bekostigd vanaf het Deltafonds. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.”

Volgens het jaarverslag zijn waterschappen en Rijkswaterstaat in 2019 stevig aan de slag gegaan met de beoordeling van de primaire keringen aan de nieuwe waterveiligheidsnormen. Op dit moment is circa 20 procent van de primaire keringen beoordeeld. Ook is vorig jaar begonnen met de voorbereidingen voor het Programma Integraal Riviermanagement, de opvolger van Ruimte voor de Rivier. Hierin werken Rijk en regio’s samen om een robuust en toekomstgericht rivierensysteem te creëren.

De bestuurlijke versnellingstafels hebben een impuls gegeven aan de Delta-aanpak Waterkwaliteit, aldus het jaarverslag. Zo gaf de brede tafel richting aan de landelijke analyse waterkwaliteit, waarover recent het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving is verschenen. Hiermee is een basis gelegd voor de nieuwe ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen voor de Kaderrichtlijn Water. De uitvoering van maatregelen uit de huidige stroomgebiedbeheerplannen is in volle gang. Maatregelen als vistrappen en natuurvriendelijke oevers verbeteren het leefgebied van waterplanten en vissen.

Aanpak voor human capital aangepast
In het jaarverslag van het ministerie van Infrastructiir en Waterstaat is een passage gewijd aan de Human Capital Agenda van de topsector Water & Maritiem. Hiermee wordt de instroom bevorderd van voldoende goed opgeleide en gekwalificeerde mensen die in de watersector willen werken. “In 2019 is een moderniseringstraject ingezet, waarbij beter wordt aangesloten bij de Human Capital Agenda’s van andere topsectoren en de door het kabinet vastgestelde missies. Het concept van de waterambassadeurs is aangepast en wordt meer gericht op leren, innoveren en werken en verbreden van het netwerk. Ook zijn in 2019 weer 25 nieuwe ambassadeurs geselecteerd waarvoor werkbezoeken en bijeenkomsten zijn georganiseerd.”

 

MEER INFORMATIE
Ministerraad over online klimaattop
Kamerbrief van minister Van Nieuwenhuizen
H2O-bericht over aftrap actiejaar
Verantwoording kabinet over 2019
Documenten van Verantwoordingsdag
Jaarverslag 2019 ministerie van IenW 
Rapportage De Staat van Ons Water
Deltafonds in 2019
H2O-bericht over Nationale analyse waterkwaliteit

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!