Is voor vissen en ander zeeleven het binnenste van windturbines een goede plek om te schuilen en voedsel te vinden? Dat onderzoeken energieleverancier Vattenfall en De Rijke Noordzee de komende jaren in windpark Hollandse Kust Zuid.

Voor het eerst wordt volgens deze partijen gekeken naar hoe het ontwerp van windturbines zelf kan bijdragen aan natuurontwikkeling in windparken op zee. Het gaat om het aanbrengen van waterverversingsopeningen in de fundering. Door deze innovatieve oplossing kunnen vissen en andere dieren in en uit bewegen.

De omstandigheden aan de binnenkant van de windturbines zijn vrij rustig. De verwachting is dat hierdoor een aantrekkelijk nieuw leefgebied ontstaat voor een deel van de soorten. Of dat ook echt zo is, moet het onderzoek van Vattenfall en De Rijke Noordzee uitwijzen. De Rijke Noordzee is een initiatief van Natuur & Milieu en Stichting De Noordzee, gericht op natuurontwikkeling als vast onderdeel bij de aanleg van elk windmolenpark.

140 palen met gaten
Het onderzoek vindt plaats in het nieuwe windpark Hollandse Kust Zuid, waarvan het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall samen met BASF eigenaar is. Dit ligt op een afstand van 18 tot 35 kilometer van de kust tussen Den Haag en Zandvoort. Verwacht wordt dat het windpark in 2023 volledig operationeel is. Op dat moment gaat het volgens Vattenfall om het grootste windpark op zee ter wereld: het totale oppervlak is ongeveer 225 vierkante kilometer en het totale geïnstalleerde vermogen 1.500 megawatt. Ook is Hollandse Kust Zuid het eerste subsidievrije offshore windpark van Europa.

De fundatie bestaat uit 140 palen waarop de windmolens worden geplaatst. In deze holle palen zitten gaten om het water aan de binnenkant te verversen. De ellipsvormige openingen van ongeveer 30 centimeter bij 1 meter bevinden zich boven de zeebodem en vlak onder het wateroppervlak.

Onderzoekers van De Rijke Noordzee hebben in de winter al voor de eerste keer gemeten hoe het in en om de windturbines gaat met de ontwikkeling van de biodiversiteit. Dat wordt de komende jaren nog verschillende keren herhaald. Hiervoor worden innovatieve frames met meetapparatuur gebruikt, die in samenwerking met het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) zijn ontwikkeld.

Mogelijk boost voor biodiversiteit
Er worden metingen verricht naar de aanwezige soorten en naar de omstandigheden in het water zoals zuurstof, troebelheid en algen. Zo worden met intervalcamera’s vijf foto’s per minuut gemaakt om te kijken wat er leeft. De Rijke Noordzee neemt de onderzoeksresultaten op in haar open-source Toolbox Natuurontwikkeling in Windparken. Dit helpt om nieuwe projecten eenvoudig en kostenefficiënt op te starten.

Bouwen met natuur heeft de toekomst, zegt programmadirecteur Erwin Coolen van De Rijke Noordzee. “Als onze verwachtingen uitkomen, betekent dat een boost voor de biodiversiteit onder water. Ik ben er trots op dat we samen met Vattenfall werken aan dit soort innovatieve oplossingen, waarmee we enerzijds ons land voorzien van duurzame energie en tegelijkertijd de natuur versterken.”

MEER INFORMATIE
Website De Rijke Noordzee
Website windpark Hollandse Kust Zuid

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!