Biodiversiteitsrapporten zijn doorgaans geen vrolijke literatuur. Ook het nieuwste statusrapport van Naturalis over de Nederlandse biodiversiteit is er niet één van tidings of comfort and joy. De variëteit in soorten, genetisch materiaal en habitats staat onverminderd onder druk: herstel verloopt te traag, en raakt voor veel soorten steeds verder buiten bereik. Ondertussen ontwikkelen de klimaatverandering en het intensievere gebruik van de zee zich in dusdanig tempo dat zelfs de mónitoring het niet kan bijbenen. Toch biedt het rapport ook strohalmpjes over hoe we de natuur een handje kunnen helpen, met wetenschappelijke kennis en natuurherstel. Tijd voor actie! Wat kunnen we dóén? We lichten er drie voorbeelden voor u uit.
Onzichtbare duinschimmels
Onze natuurlijke zeeweringen leunen op een onzichtbaar netwerk van schimmels, schrijft Thomas Kuyper, hoogleraar bodembiologie aan de Wageningen Universiteit, in een bijdrage aan het rapport. Dat helmplanten een cruciale rol vervullen in het (omhoog)groeien en fixeren van duinen, is welbekend. Dit doet het helm echter niet alleen, maar in samenwerking met microscopisch kleine schimmelsporen van minder dan 0,1 mm. De draden van zogeheten arbusculaire mycorrhizaschimmels fungeren als het ware als lijm tussen de zandkorrels, wat eraan bijdraagt dat duinen groeien en niet verstuiven.
Wij zien er niets van, maar één gram duinzand kan een schimmelnetwerk met een lengte van minstens 10 meter bevatten. Voor helmplanten vormen deze schimmels een essentiële bron van voedingsstoffen in het voedselarme duinmilieu; omgekeerd gebruiken de schimmels de helmwortels als koolstof- en energiebron.
Ook verdedigen ze het helm tegen bijvoorbeeld parasitaire aaltjes en schadelijke schimmels. Andere schimmelsoorten in de duinen zijn juist weer goed in het verteren van dode helmwortels. Hoe het met de biodiversiteit van deze schimmelgemeenschappen in de duinen gaat, weten we echter niet zo goed. Veel van deze schimmels kennen we überhaupt nog niet bij naam: ‘een aanzienlijk gat in onze kennis’, aldus Kuyper.
Wat kunnen we doen?
- Als we de complexe samenwerking tussen plant, schimmel en zand volledig doorgronden, zouden we onze natuurlijke verdedigingslinie beter kunnen ondersteunen en toekomstbestendig houden, stelt Kuyper.
- Daarbij kunnen waarnemingen van burgerwetenschappers mogelijk een behulpzame rol spelen, vult mycologie-hoogleraar Jorinde Nuytinck aan. Zo ontdekten burgerwetenschappers in 2024 samen met wetenschappers nieuwe schimmelsoorten (gordijnzwammen en diverse russula’s), door het in kaart brengen van uiterlijke kenmerken te combineren met op DNA gebaseerde technieken (barcoderen).
Platte oesters
In de Zeeuwse delta gaat het met veel soorten niet goed. Zo zijn in de Oosterschelde tussen 1994 en 2023 allerlei vissoorten (waaronder schol, kabeljauw, pollak en paling), bewegende bodemdieren (zoals krabben en kreeften) en sessiele soorten (zoals de geweispons en penneschaft) in aantal afgenomen, schrijft Rykel de Bruyne van Stichting Anemoon. Ondertussen nam het aantal exoten in het gebied juist toe, wat tot uitdunning van de oorspronkelijke flora en fauna en een verlies van genetische diversiteit heeft geleid. “Kwantiteit gaat hier ten koste van kwaliteit”, aldus De Bruyne.
Opvallend is de afname van inheemse soorten die op en rondom hard substraat leven. Oesterlarven bijvoorbeeld hebben een harde ondergrond nodig, zoals schelpen, scheepswrakken, of een stenen ondergrond langs het buitentalud van dijken. Wat dat laatste betreft merkt De Bruyne op dat de materiaalkeuze de afgelopen jaren is veranderd. “Waar voorheen grote basaltblokken werden gebruikt voor bijvoorbeeld dijkverzwaring, kiest men nu vaak voor veel kleinere staalslakken, en in de getijdenzone wordt veel gebruikgemaakt van gietasfalt. Dit materiaal biedt minder schuilgelegenheden en geeft mogelijk chemische stoffen af.”
Ondertussen herbergt heel het Nederlands deel van de Noordzee nog maar één, klein rif waarvan bekend is dat er inheemse platte oesters leven (nabij de Brouwersdam). Een groot contrast met de periode tot halverwege de 19e eeuw, toen riffen van de inheemse platte oester bijna een derde van het Nederlands deel van de Noordzee bedekten. Deze riffen droegen bij aan waterfiltering en de vastlegging van CO2, fungeerden als kraamkamer voor andere soorten, en boden een thuis aan ongeveer 190 soorten macrofauna.
Wat kunnen we doen?
- Monitoring, om te beginnen. In Nederland ontbreekt namelijk een nationaal monitoringsprogramma, wordt opgemerkt in het rapport. De weinige waarnemingen die worden gedaan, komen meestal van sport- en wrakduikers. Daardoor ontbreekt het aan structurele waarnemingen, en aan waarnemingen in gebieden waar minder of niet wordt gedoken.
- Ook ligt er een ‘in het oog springende kans’ voor het benutten en plaatsen van hard substraat, aldus De Bruyne. Duikers en onderzoekers treffen ('losse') platte oesters immers steeds vaker aan op scheepswrakken, aan de voet van windmolens en op andere kunstmatige structuren. Dit suggereert dat windparken een stepping stone kunnen zijn voor het bouwen van nieuwe riffen door (geherintroduceerde) platte oesters.
- Van het plaatsen van kunstmatige rifstructuren kunnen ook andere rifbouwers profiteren, zoals mosdiertjes, die eveneens zulke ondergronden nodig hebben, een vergelijkbare sleutelrol vervullen en in de Zeeuwse Delta en Noordzee sterk achteruitgegaan zijn.
Zee- en rivierkreeften
Uitgebreide aandacht gaat in het rapport uit naar kreeftachtigen. Enerzijds naar de recente teloorgang van inheemse soorten in de Oosterschelde, waar in 2023 opeens veel dode en verzwakte zeekreeften en andere kreeftachtigen werden waargenomen, en waar aantallen van onder meer zeekreeften en grote heremietkreeften in 2024 sterk daalden. Ondanks uitgebreid onderzoek is de oorzaak van deze plotselinge achteruitgang nog niet gevonden. Opmerkelijk is dat de inheemse grote heremietkreeft zo goed als verdwenen is (en ook buiten de Oosterschelde afnam), en dat drie uitheemse heremietkreeften (de harige, de bedekte en de gemaskerde heremietkreeft) daarvoor in de plaats lijken te zijn gekomen.
Daarnaast zijn er natuurlijk de zeven invasieve rivierkreeftsoorten – de Turkse rivierkreeft en zes Noord-Amerikaanse soorten – die here to stay lijken te zijn. Deze kreeften zijn van directe en indirecte invloed op de biodiversiteit in en rondom waterlichamen, onder andere door de verslechtering van waterkwaliteit die ze teweegbrengen. Het gegraaf en gewoel van de kreeften in de waterbodem leidt tot eutrofiëring en vertroebeling van de waterkolom, waardoor waterplanten bijvoorbeeld niet genoeg zonlicht ontvangen. De kreeftenpest die de uitheemse soorten bij zich kunnen dragen heeft er bovendien toe geleid dat inheemse rivierkreeften inmiddels nagenoeg niet meer voorkomen in Nederland.
Momenteel zetten waterbeheerders voornamelijk in op het wegvangen van de kreeften, schrijven rivierkreeftexpert Bram Koese (EIS Kenniscentrum) en Fleur van Duin (promovenda bij Naturalis en het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden). Deze methode lijkt echter ‘beperkt effectief’, onder andere doordat rivierkreeften kannibalistisch zijn; het wegvangen van oudere kreeften geeft jongere exemplaren meer kans om op te groeien. Bovendien legt een vrouwtjeskreeft honderden eitjes per leg, waardoor enkele achterblijvers of nieuwkomers een populatie algauw kunnen herstellen.
Ondertussen lijken uitheemse rivierkreeften te profiteren van het ‘onnatuurlijke’ Nederlandse waterbeheer, waarin ‘relatief warme sloten met een hoge voedselrijkdom voortdurend geschoond (vrijgemaakt van begroeiing) worden’.
Koese en Van Duin pleiten daarom voor een systeemgerichte aanpak. “In het water is namelijk sprake van een ‘omslagpunt’ tussen een gezonde, heldere toestand met veel waterplanten, en een troebele, door algen gedomineerde situatie. Dat omslagpunt wordt sneller bereikt als grote hoeveelheden rivierkreeften de bodem omwoelen en waterplanten afknippen.” In een robuust watersysteem daarentegen kan het waterleven ‘tegen een stootje’ en houden ecologische systemen de waterkwaliteit in stand, ook als er invasieve rivierkreeften aanwezig zijn.
Wat kunnen we doen?
- Hoe zien systeemgerichte maatregelen eruit? Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden, aldus Koese en Van Duin, aan het verlagen van de instroom van fosfaat en stikstof uit bemesting en veenafbraak, en aan het bevorderen van vestigingskansen voor predatoren die de kreeftenpopulatie onder controle houden. Het aanleggen van zachte, natuurvriendelijke oevers kan daarbij op verschillende manieren helpen. Zo kan dit type oever ervoor zorgen dat plantenwortels het gegraaf van rivierkreeften in de weg zitten, dat vegetatie beschutting aan roofvissen biedt om te paaien, en dat reigers beter op de kreeften kunnen jagen.
Fanclubs
Tot slot pleit Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis, voor meer fanclubs. Lang niet alle van de ruim 48.000 soorten planten, dieren en schimmels in ons land worden immers zo intensief gemonitord als de wettelijk aangewezen soorten. “Vogels, zoogdieren, vlinders, libellen en vaatplanten hebben grote ‘fanclubs’: vrijwilligers die regelmatig soorten tellen in het veld”, aldus Biesmeijer. “Daarom weten we veel van deze soortgroepen. Voor het merendeel van de insecten en andere ongewervelden – zowel op het land als in het water – ontbreken dergelijke fanclubs, waardoor deze groepen nauwelijks gemonitord worden.” (Of zoals een ‘kaktor’ het vorig jaar bij Lubach verwoordde: ‘De kaktorren, daar kijkt gewoon niemand naar om!’)
Doorontwikkeling van nieuwe technologie zoals eDNA en beeld- en geluidherkenning kan helpen om deze groepen beter in beeld te brengen, denkt hij. Toch zijn voor monitoring uiteindelijk mensen nodig. Voornoemde clubs van geïnteresseerden ‘verwelkomen vrijwilligers met open armen’, benadrukt ook het nieuwsbericht van het onderzoekscentrum, en ‘meegaan met excursies is de leukste manier om je natuurkennis te vergroten’.
LEES OOK
H2O Wateragenda: Lunchlezing Schilthuisfonds: de Europese Natuurherstelverordening (28 mei van 12:00 tot 12:45, online)
H2O Wateragenda: Floron Basiscursus Waterplanten & Waterkwaliteit (juni t/m augustus)
H2O Wateragenda: WOW excursie Dijkbeheer & Bloemrijke dijken (9 juni van 13:00 tot 17:00 uur, nabij Nijmegen)
H2O Wateragenda: Water & Natuur in Balans: KNW Werkbezoek Marker Wadden (11 juni van 11:30 tot 17:00)
H2O Wateragenda: Stadswerk Excursie Genk: vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit (23 juni van 10:00 tot 16:30 in Genk)
H2O Wateragenda: CoP Beheer & Onderhoud van watergangen: Check & Act (25 juni vanaf 13:00 uur in Zwolle)

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?