De Global Commission on Adaptation is van start gegaan. De commissie gaat een actieagenda opstellen die volgend jaar september tijdens de klimaattop van de VN wordt gepresenteerd. Hierin komen maatregelen te staan die versneld moeten worden genomen.

De aftrap was vanmiddag in de Ridderzaal in Den Haag. Het doel van de Global Commission on Adaptation verschilt van andere wereldwijde klimaatinitiatieven die zich vooral richten op mitigatie. Landen worden gestimuleerd om maatregelen te nemen tegen de gevolgen van klimaatverandering en klimaatdoelen te halen.

Voorzitter Ban Ki-moon, tussen 2007 en 2016 secretaris-generaal van de Verenigde Naties, maakte tijdens de openingsceremonie bekend dat een brede coalitie van zeventien landen de mondiale klimaatcommissie steunt. Uit Europa doen Denemarken, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk mee en uit Azië Bangladesh, China, India, Indonesië en de Marshalleilanden. Afrika is vertegenwoordigd door Ethiopië, Senegal en Zuid-Afrika. Uit Noord- en Midden-Amerika zijn Canada, Costa Rica, Grenada en Mexico van de partij, terwijl Argentinië als enige land uit Zuid-Amerika deelneemt.

Actieagenda in 2019
Bij de VN-klimaattop in september 2019 gaat de klimaatcommissie een actieagenda presenteren. Hierin beschrijft de commissie de urgentie van adaptatie op basis van gegevens van wetenschappelijke en economische instituten. De agenda bevat ook concrete acties, zoals maatregelen die versneld moeten worden genomen. Tevens wordt ingegaan op wat overheden, bedrijven en burgers nu al kunnen doen om de wereld veiliger te maken.

Ban Ki-moon benadrukte de noodzaak om snel aan de slag te gaan met adaptatie. “Anders lopen we het risico dat we in de komende decennia niet meer verzekerd zijn van voedsel, energie en water. Verdere economische groei én terugdringing van armoede over de hele wereld blijven alleen mogelijk als samenlevingen veel meer investeren in klimaatadaptatie. Dit kost minder dan op dezelfde voet doorgaan, terwijl de voordelen vele malen groter zijn.”

Naast Ban Ki-moon bestaat de leiding van de Global Commission on Adaptation uit Microsoft-oprichter Bill Gates en Kristalina Georgieva, de ceo van de Wereldbank. Zij maken deel uit van een breed samengesteld gezelschap van 28 ‘commissioners’ uit de hele wereld. Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en bestuursvoorzitter Feike Sijbesma van DSM zijn de Nederlandse deelnemers. Enkele andere commissioners zijn Michelle Bachelet (Hoge Commissaris voor de Mensenrechten), Anne Hidalgo (burgemeester van Parijs) en Francis Suarez (burgemeester van Miami). Verder heeft acteur Leonardo DiCaprio die zich al jarenlang inzet voor het tegengaan van klimaatverandering, zijn steun toegezegd.

Actietop in Nederland
In een videoboodschap sprak Gates over een tijd met zowel grote risico’s als geweldige kansen. “Beleid is nodig om kwetsbare bevolkingen te helpen met klimaatadaptie. We moeten ervoor zorgen dat overheden en andere stakeholders innovatie steunen en doorbraken daar terechtkomen waar die het meeste nodig zijn.”

Volgens Van Nieuwenhuizen is het opstellen van de actieagenda slechts het halve werk. “Het uitvoeren van de aanbevelingen is net zo belangrijk. Een jaar van actie zal volgen.” De minister kondigde een grote internationale Climate Adaptation Action Summit aan. Deze top vindt medio 2020 in Nederland plaats.

De mondiale klimaatcommissie wordt ondersteund door het Global Center on Adaptation, met Patrick Verkooijen als ceo. Het centrum heeft vestigingen in Rotterdam en Groningen. Het Groningse kantoor wordt morgen geopend door Ban Ki-moon. De Zuid-Koreaan krijgt dan tevens een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen, vooral vanwege zijn grote bijdrage aan de totstandkoming van het Klimaatakkoord van Parijs. In de Maasstad wordt een drijvend kantoor gebouwd dat over twee jaar opengaat. Het Global Center on Adaptation werkt hier nu vanuit een tijdelijke locatie.

Meer informatie

Bericht over start klimaatcommissie

Eerder bericht over klimaatcommissie

Speech van minister Van Nieuwenhuizen

Brief van minister aan Tweede Kamer

Informatie over Global Center on Adaptation

Eredoctoraat voor Ban Ki-moon

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!