Demissionair minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet een oproep aan alle gemeenten om zich in te zetten voor het vervangen van loden drinkwaterleidingen in oude woningen. Daarbij vraagt ze om het voorbeeld van Amsterdam te volgen.

De gemeente Amsterdam spoort bewoners en verhuurders actief aan om leidingen te checken en aangetroffen loden leidingen te saneren. Een nieuwe stap is dat een bewonersorganisatie huisbezoeken gaat afleggen. Minister Kajsa Ollongren heeft nu aan alle gemeenten een brief gestuurd waarin ze vraagt om voor dezelfde aanpak te gaan. Volgens haar is de Amsterdamse aanpak zo succesvol gebleken dat een aantal andere gemeenten zoals Den Haag en Utrecht deze al hebben overgenomen.

Probleem bij woningen van voor 1960
Het probleem speelt bij woningen en andere gebouwen van voor 1960. Tot dat jaar werd lood gebruikt bij de aanleg van drinkwaterleidingen. Dit werd toen verboden omdat inmiddels het besef was doorgedrongen dat lood slecht is voor de gezondheid van vooral kinderen en zwangere vrouwen. De norm voor de maximale hoeveelheid lood in drinkwater ligt momenteel op 10 microgram per liter en wordt op advies van de Gezondheidsraad eind 2022 verlaagd naar 5 microgram per liter.

Drinkwaterbedrijven hebben sinds 1960 vrijwel alle loden leidingen tot aan de voordeur vervangen en zijn momenteel bezig om de laatste weg te halen. Ook in de meeste oude woningen zijn de leidingen gesaneerd. Volgens een inschatting van de Gezondheidsraad zijn er echter zo’n honderdduizend tot tweehonderdduizend woningen en andere gebouwen van vóór 1960, waar nog loden waterleidingen liggen die in gebruik zijn. Daar komen de meeste normoverschrijdingen voor.

Voorbeeldbrief voor bewoners
De bereidheid van eigenaren van deze woningen om hier wat aan te doen, blijkt in de praktijk niet groot. Een stok achter de deur ontbreekt, omdat zij wettelijk niet verplicht zijn om loden waterleidingen te vervangen en ook bij verkoop van het huis zulke leidingen niet hoeven te melden. De vijf grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben Ollongren hierom wel gevraagd, maar de minister van BZK wil zover niet gaan. Zij zet in op een aantal acties en een stevige communicatie.

Hierbij past de oproep van de minister aan de gemeenten. Zij hebben een aantal documenten ontvangen, onder andere een voorbeeldbrief voor bewoners van een woning van voor 1960, een voorbeeldtekst voor een huis-aan-huis blad en een lijst met organisaties die betrokken kunnen worden bij de communicatie. In de brief voor bewoners is de boodschap gericht op zowel eigenaren als huurders. De huurder wordt gewezen op zijn rechten als de verhuurder weigert om loden leidingen te vervangen. Dan kan de huurder een beroep doen op de huurcommissie of rechter. Ook is het mogelijk dat de huurcommissie de huur verlaagt.

 

MEER INFORMATIE
Bericht ministerie van BZK over gezamenlijke aanpak
H2O Actueel: acties i.vm. lood in drinkwater
 
H2O Vakartikel: omgang met loodcrisis in Amsterdam

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!