secundair logo knw 1

Het sluizencomplex van Halfweg | Foto: Hoogheemraadschap van Rijnland

De monumentale sluisjes van het dorpje Halfweg, halverwege Amsterdam en Haarlem, zullen dit jaar aangepast en gerenoveerd worden in een gezamenlijk project van het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Gemeente Haarlemmermeer. Voornaamste doel is het doorstroomprofiel van de sluizen te verruimen, om ruimte te maken voor extremere piekbuien.

In december heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de plannen. De sluizen zijn namelijk een gemeentelijk monument, en in het sluizencomplex bevinden zich drie gemeentelijke bruggetjes die als onderdeel van het project gelijk ook onder handen genomen zullen worden.  

Hun oorspronkelijke sluisfunctie hebben de sluizen inmiddels verloren. Anno 2026 zijn ze puur en alleen een doorgang voor de afvoer van water uit onder andere de Haarlemmermeerpolder naar het Noordzeekanaal. Door hun relatief kleine openingen vormen de sluizen echter een flessenhals richting het verderop gelegen boezemgemaal in Zijkanaal F. Daardoor kan het gemaal op dit moment niet op volle capaciteit draaien. Als het gemaal actief is, daalt het waterpeil in Zijkanaal F te snel doordat de aanvoer van nieuw water via de sluisjes niet snel genoeg gaat. Dit wordt helaas ook gevoeld door woonbooteigenaren, aldus het waterschap op haar website.

Klimaatverandering
Het omgekeerde – dat de sluizen het water juist niet snel genoeg naar buiten afvoeren – komt ook voor, bij hevige regenval. Het boezemgemaal kan het teveel aan water dan niet snel genoeg wegpompen. En door klimaatverandering komen zulke buien steeds vaker voor. ‘De extreme regenbuien die het KNMI in 2050 had verwacht, zijn nu al werkelijkheid’, aldus Rijnland op haar website. Om de afwatering van de polder toekomstbestendig te maken, ziet het hoogheemraadschap zich genoodzaakt het doorstroomprofiel van de sluizen te verruimen, door in het oostelijk eiland van het sluizencomplex een extra opening te maken.

Er is gezocht naar mogelijke andere locaties om de doorstroming te verbeteren, zodat er niet aan de monumentale sluizen hoefde te worden getornd, vertelt wethouder Mariette Sedee-Schuitemaker (Water) in een filmpje over het renovatieproject. “Maar het mooie van dit verhaal is dat er honderden jaren geleden al gezien is dat de locatie waar de sluizen zich nu bevinden de optimale locatie voor het verbeteren van de doorstroming is; zo bleek uit onderzoek dat Rijnland heeft verricht. Uiteindelijk heeft Rijnland besloten te investeren in het behoud van het monument, en daar zijn we natuurlijk verschrikkelijk blij mee.”

Zelfsturend Middeleeuws ontwerp
De (oorspronkelijk houten) sluizen werden rond 1400 aangelegd om boezemwater te kunnen lozen op het IJ, toentertijd een zeearm van de Zuiderzee, met wisselende eb- en vloedstanden. De sluisjes waren innovatief voor die tijd, vertelt voorzitter van de gemeentelijke erfgoedcommissie Hans Puckel. “Ze hadden namelijk puntdeuren die zichzelf openden wanneer het laagwater op het IJ was, en hoogwater aan de andere kant, op wat nu de Haarlemmermeer heet”, legt hij uit. “En als het dan weer hoogwater op het IJ werd doordat er vloed kwam, sloten de deuren zichzelf door het opkomend water en was het veilig, want dan kon het zoute water het zoete meer niet indringen. Het was dus eigenlijk een zelfwerkende sluis.”

Wandkaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland (1647), met de sluizen van Halfweg-Zwanenburg (toen nog het ambacht Houtrijck & Polanen) als verbinding tussen het toenmalige Spieringh Meer (de inmiddels drooggelegde Haarlemmermeer) en het (Oer-)IJ. | Beeld: Nationaal Archief

Hoewel een betere doorstroming het primaire doel van het renovatieproject is, wordt de gelegenheid aangegrepen voor een algehele restauratie van het zeshonderd jaar oude sluizencomplex. Na de renovatie zullen voorbijgangers vanaf een voetpad kunnen zien hoe het er door de eeuwen heen heeft uitgezien.

Voorloper van het KNMI
Dat Rijnland zich op deze plek met zeshonderd jaar waterschapshistorie aan het veranderende weer aanpast maakt de cirkel overigens rond. Het was namelijk precies hier, in het naast de sluizen gelegen Gemeen Lants Huys Swanenburch, dat opzichters van Rijnland in 1735 de eerste professionele weermetingen van het land verrichten, omdat dit voor het waterschap noodzakelijk was om een vast waterpeil te kunnen garanderen en de bemaling hierop af te stemmen.

Wat begon met het bijhouden van waterstanden, windsterkten, windrichtingen, neerslag en golfslag, werd gaandeweg uitgebreid met de temperatuur, luchtdruk en luchtgesteldheid, waarmee Rijnland een vroege voorloper van het KNMI was. De zogeheten ‘Zwanenburgmetingen’, die onderdeel uitmaken van een inmiddels drie eeuwen oude meetreeks, worden vandaag de dag nog altijd internationaal gebruikt voor klimaatonderzoek. 


VROEGMODERNE VISPASSAGE

Behalve zelfsturend waren de sluizen van Halfweg ook in een ander opzicht hun tijd ver vooruit. Tijdens een turbulente periode in de 16e eeuw botsten de belangen van het hoogheemraadschap, sluisvissers en omwonende boeren. Paling gedijde goed in de troebele veenwateren van Rijnland, waardoor een bloeiende palingvisserij in het gebied was ontstaan. De palingvissers hadden belang bij een vrije doorgang voor de vissen, de boeren daarentegen ondervonden schade als de sluizen openstonden en het zoute water van het IJ naar binnen drong. De gemoederen raakten zo verhit dat de boeren het visgerei van de sluisvissers vernielden, en vissers op hun beurt de sluisdeuren kapot probeerden te maken om meer vis te kunnen vangen. In 1518 maakte een ordonnantie van Karel de Vijfde hier een eind aan: in één van de sluisdeuren moest een lekgat komen. Op die manier konden meer vissen door de sluis heen, zonder dat dit ten koste zou gaan van het waterbeheer. Dit ‘lekgat’ van Karel V, een vierkantje van 16 bij 16 centimeter, kan daarmee gezien worden als Rijnlands eerste vispassage.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

We mogen dankbaar zijn dat we in Nederland leiding-/kraanwater hebben. Feit is wel dat het optimaal zuiveren van rivier- en grondwater, om er 118 liter kraan-/drinkwater per persoon per dag van te maken, steeds moeilijker wordt.  Als theeproever ontdekte ik, reeds in 1981, dat water 90-99,9% zuiverder kan zijn dan leidingwater; thee bereid met zuiver water is onvergelijkbaar helderder, geuriger, smakelijker dan dezelfde thee bereid met regulier leidingwater.  
Het thuis (na)zuiveren van leidingwater met omgekeerde osmose apparatuur, 'gewoon' te tappen uit een kraan op het aanrecht, doe ik inmiddels 45 jaar en ervaar dat iedere dag als een ZEGEN met 5 hoofdletters en... zeker iet alleen voor thee. Bij alle zorgen, waar terecht veel aandacht voor is, wil ik een lans breken voor dit goede nieuws, voor deze optimale vorm van waterzuivering, die, in mijn visie, in mijn vaste overtuiging, vroeger of later, stap voor stap, steeds breder ingevoerd zal gaan worden. Centrale zuivering  en thuis (na)zuiveren kan naast elkaar bestaan en vullen elkaar prima aan. Het zal een enorme cultuurverandering worden... en die gaan (helaas) langzaam.
@Marco AlHet meeste water is niet het water dat we zien. Het meeste water zit in de bodem
Jaarlijks 4000 kilo PFAS-medicijnen via de slikkers in het riool.

98% daarvan kan onmiddellijk verboden worden, patenten zijn er af.
Een hele boeiende studie die de meerwaarde van het meewegen van het effect op de toekomst in de besluiten van vandaag laat zien. Binnen Min. IenW, Deltacommissaris en RWS heb ik hiervoor de methodiek Toekomst aan Tafel ontwikkeld. Deze methodiek bevat instrumenten die binnen het beleidsontwikkeling de impact op de toekomst tastbaar en concreet maken (zoals ook hierboven uitgebreid is gedaan voor de klimaatdijk), om zo mee te wegen in het besluit. Als je hier meer over wilt weten, kom vooral op de lijn. 
Interessante ontwikkeling! Ik ben benieuwd of bij doelsturing ook het benedenstroomse gebied waarin mogelijk strengere doelen gelden meegenomen wordt?