secundair logo knw 1

Onze rivieren en meren zitten vol met bijna onzichtbaar kleine stukjes plastics (kleiner dan 5 millimeter). Deze microplastics ontstaan voornamelijk doordat grotere stukken plastic afbreken. Dat hun aanwezigheid schadelijk kan zijn voor mens en milieu wordt niet betwijfeld, maar welke schadelijke effecten kunnen ontstaan is nog steeds onduidelijk.

In een nieuw onderzoek bekeken RIVM en de WUR de bruikbaarheid van risicogrenswaarden voor microplastics in de praktijk. Uit de studie blijkt dat de kwaliteit en beschikbaarheid van meetgegevens onvoldoende is. Daarom wordt geadviseerd om met betere meetgegevens de risicogrenswaarde voor oppervlaktewater opnieuw te bepalen.

“Microplastics horen niet in het water thuis”, stelt Joris Quik vast. Hij is onderzoeker bij RIVM. “Ze worden met de nu beschikbare methodes uit het water gehaald bij de zuivering. Ook worden bepaalde vormen van gebruik beperkt, maar als je verdere en meer ingrijpende acties zou willen ondernemen dan moet je wel met zekerheid iets kunnen zeggen over de schadelijkheid ervan. Die zekerheid ontbreekt nog.”

Het belangrijkste probleem daarbij is dat microplastics geen homogene groep vormen. “Ze verschillen in materiaaltype, grootte en vorm. Stoffen die zijn opgelost, reageren anders dan grotere deeltjes. Dat leidt tot een hele complexe vraag om voor die hele microplasticsgroep te kunnen bepalen hoe schadelijk ze op een bepaalde plek zijn. Overigens kampen wij niet alleen in Nederland met deze vragen. Je ziet internationaal dat er veel onderzoek in deze richting wordt gedaan.”

Enkele jaren geleden heeft WUR een nieuwe methode gepubliceerd die door de regionale overheden in California is gebruikt om risicogrenswaarden te ontwikkelen. “Die methode leek ons bruikbaar in de praktijk. Dat hebben we nu verder getest, overigens steeds samen met de WUR. Deze methode telt, grofweg gezegd, alle plastics op tot de ecologisch meest relevante maat.”

Om de methode goed te kunnen gebruiken, zijn correcte en vergelijkbare data nodig. “Daar hebben we nog wel een issue. Er is nog maar op weinig plekken in Nederland gemeten. Dus we hebben te weinig informatie. En de informatie die we hebben, is niet verfijnd genoeg. Daarnaast is het belangrijk dat we de data kunnen vergelijken, daarvoor zijn geharmoniseerde meetmethodes nodig. Die ontbreken nog.”

Quik wijst ook nog op een derde probleem dat de veelzijdigheid van de groep microplastics oplevert. “Deeltjes kleiner dan 20 micrometer zijn moeilijk te meten. Je moet dus komen tot een omrekenmethode om iets te kunnen zeggen over de schadelijkheid. En hierover missen we echt nog relevante informatie.”

Volgens Quik wil dat niet zeggen dat methodes die nu beschikbaar zijn om risicogrenswaardes voor oppervlaktewater vast te stellen, volledig onbruikbaar zijn. “Je weet dat plastics niet in het water horen. Om daar iets aan te kunnen doen, heb je grenswaardes nodig. Zeker in afwachting van betere data, is de huidige methode het beste wat we hebben om daar iets over te kunnen zeggen. Tegelijkertijd wil je natuurlijk betere data verkrijgen, dus het zou goed zijn als daar studies naar werden gedaan.”

Het RIVM is van plan om daar een voorzet voor te geven door volgend jaar de grootste onzekerheden te identificeren. Daarvoor zoekt het de samenwerking met waterschappen. “Voor dit onderzoek hebben we de data van één waterschap kunnen gebruiken. Als er andere waterschappen zijn die meetdata beschikbaar hebben, zijn we daar natuurlijk heel erg benieuwd naar.”

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

We mogen dankbaar zijn dat we in Nederland leiding-/kraanwater hebben. Feit is wel dat het optimaal zuiveren van rivier- en grondwater, om er 118 liter kraan-/drinkwater per persoon per dag van te maken, steeds moeilijker wordt.  Als theeproever ontdekte ik, reeds in 1981, dat water 90-99,9% zuiverder kan zijn dan leidingwater; thee bereid met zuiver water is onvergelijkbaar helderder, geuriger, smakelijker dan dezelfde thee bereid met regulier leidingwater.  
Het thuis (na)zuiveren van leidingwater met omgekeerde osmose apparatuur, 'gewoon' te tappen uit een kraan op het aanrecht, doe ik inmiddels 45 jaar en ervaar dat iedere dag als een ZEGEN met 5 hoofdletters en... zeker iet alleen voor thee. Bij alle zorgen, waar terecht veel aandacht voor is, wil ik een lans breken voor dit goede nieuws, voor deze optimale vorm van waterzuivering, die, in mijn visie, in mijn vaste overtuiging, vroeger of later, stap voor stap, steeds breder ingevoerd zal gaan worden. Centrale zuivering  en thuis (na)zuiveren kan naast elkaar bestaan en vullen elkaar prima aan. Het zal een enorme cultuurverandering worden... en die gaan (helaas) langzaam.
@Marco AlHet meeste water is niet het water dat we zien. Het meeste water zit in de bodem
Jaarlijks 4000 kilo PFAS-medicijnen via de slikkers in het riool.

98% daarvan kan onmiddellijk verboden worden, patenten zijn er af.
Een hele boeiende studie die de meerwaarde van het meewegen van het effect op de toekomst in de besluiten van vandaag laat zien. Binnen Min. IenW, Deltacommissaris en RWS heb ik hiervoor de methodiek Toekomst aan Tafel ontwikkeld. Deze methodiek bevat instrumenten die binnen het beleidsontwikkeling de impact op de toekomst tastbaar en concreet maken (zoals ook hierboven uitgebreid is gedaan voor de klimaatdijk), om zo mee te wegen in het besluit. Als je hier meer over wilt weten, kom vooral op de lijn. 
Interessante ontwikkeling! Ik ben benieuwd of bij doelsturing ook het benedenstroomse gebied waarin mogelijk strengere doelen gelden meegenomen wordt?