Allerlei projecten langs de Waddenkust spelen in op de effecten van klimaatverandering. Hiervan heeft Jantsje van Loon-Steensma van Wageningen University & Research een overzicht gemaakt. De waterveiligheidsopgave werkt vaak als katalysator voor andere ideeën.

“Het is een feitelijk relaas van wat er allemaal speelt”, zegt Jantsje van Loon-Steensma. Zij stelde het rapport op in opdracht van het Omgevingsberaad Waddengebied en de Waddenacademie. “Het was interessant om zo’n overzicht van verschillende typen projecten te maken en ik ben onder de indruk van hoeveel er eigenlijk gebeurt. Ik heb met veel mensen van verschillende organisaties gesproken.”

Momentopname voor ontwikkeling van langetermijnvisie
Van Loon-Steensma is universitair docent klimaatadaptatie en op natuur gebaseerde overstromingsbescherming aan Wageningen University & Research (WUR). Zij heeft veel onderzoek in het Waddengebied gedaan, zoals vorig jaar nog naar klimaatadaptatiestrategieën voor versnelde zeespiegelstijging. Haar overzicht helpt bestuurders en belanghebbenden bij de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor een klimaatbestendig en leefbaar Waddengebied. “Je moet het wel zien als een momentopname, want morgen zijn er weer nieuwe projecten.”

Jantsje van Loon SteensmaJantsje van Loon-Steensma

De publicatie hangt samen met de gebiedsagenda voor het Waddengebied dat een Natura 2000-status heeft. “Er worden veel plannen gemaakt vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie en andere beleidsdoelstellingen. Daartussen zijn heel wat dwarsverbanden. De waterveiligheidsopgave werkt vaak als katalysator voor andere ideeën en projecten. Zo haken de provincies bijvoorbeeld aan vanuit de invalshoek van leefbaarheid.”

Veel ambities verbonden met dijkversterkingsprojecten
In het overzicht wordt een onderscheid gemaakt tussen projecten op het gebied van waterveiligheid, natuurherstel en ontwikkeling, verzilting, landbouw en leefbaarheid. Deze projecten kunnen zich richten op verschillende effecten van klimaatverandering: zeespiegelstijging, droogte, extreme neerslag, temperatuurtoename of verzilting.

Aan de dijkversterkingsprojecten langs de Waddenkust worden veel andere ambities, opgaven en projecten verbonden. Daarmee bieden deze projecten volgens Van Loon-Steensma een kans voor integrale aanpassingen. Zij keek ver terug. “Projecten lopen vaak al lang. Zo heb ik ruim tien jaar geleden meegewerkt aan een verkenning voor het Deltaprogramma Waddengebied naar innovatieve adaptieve dijkversterkingsmaatregelen. Deze vernieuwende dijkconcepten zijn verder onderzocht in de POV Waddenzeedijken en nu worden er enkele pilots uitgevoerd.”

Ook aandacht voor visionaire concepten
Van Loon-Steensma heeft niet alleen oog voor oplossingen die binnen het huidige beleid passen maar ook voor visionaire concepten in verband met klimaatverandering. “Sommige mensen en organisaties denken al ver vooruit. Hun innovatieve ideeën zijn belangrijk voor agendering en visievorming. Zij zetten iets in gang. De ideeën zullen niet allemaal worden uitgevoerd maar mogelijk voor een deel wel.”

De WUR-onderzoeker merkt in het rapport op dat de veelheid aan ambities en betrokkenen bedreigend kan overkomen voor bewoners. “Ik heb het voorzichtig opgeschreven maar ik kan me wel voorstellen dat het voor de mensen in het gebied veel is.” Zij beveelt mede in verband hiermee aan om heldere afspraken te maken over de focus, de rolverdeling en de regie bij de projecten en over hoe de omgeving erbij te betrekken. “Het is van belang om te zorgen voor goede randvoorwaarden.”

Volgens Van Loon-Steensma is het niet alleen voor het Waddengebied nuttig om de projecten die met klimaatadaptatie samenhangen, op een rij te zetten. “Zo’n overzicht is ook voor andere gebieden in Nederland erg waardevol.”

Overzichtskaart projecten Waddengebied
Kaart met de projecten die zijn verbonden met klimaatadaptatie I Bron: Waddenacademie

 

MEER INFORMATIE
Overzicht adaptatie-gerelateerde projecten Waddenkust
Artikel Van Loon-Steensma over innovatieve dijkconcepten

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!