De stijging van de zeespiegel zal voor veel Europese landen grote consequenties hebben. Onderzoekers van Deltares, de Universiteit Utrecht en de Wageningen Universiteit vergeleken nu voor het eerst 32 Europese (kust)landen om te zien of en hoe ze zich voorbereiden op zeespiegelstijging. Driekwart van de onderzochte landen heeft plannen gemaakt.

Als Europese kustgebieden niet anders worden ingericht, zal de verwachte jaarlijkse schade in Europa tegen het einde van de eeuw twee- of driemaal zo hoog zijn. “We wisten daarom wel dat de meeste landen bezig zijn met aanpassen aan zeespiegelstijging, maar er was geen inzicht hoe ze dat doen en voor welke zeespiegelstijging ze zich voorbereiden.” Zo legt Sadie McEvoy, expert klimaatadaptatie van Deltares, de motivatie achter het onderzoek uit.

De onderzoekers bevroegen via enquêtes wetenschappers en beleidsmedewerkers in de 32 landen. Daarbij werd onder andere gevraagd naar de aan- of afwezigheid van een planning. Ook werden gevraagd met hoeveel zeespiegelstijging ze rekening houden en met welke tijdshorizon er wordt gerekend.

Uit de antwoorden bleek dat driekwart van de landen een plan heeft gemaakt om zich aan te passen aan zeespiegelstijging. De meeste landen houden hierbij het jaar 2100 als planningshorizon aan en een meerderheid van de landen gaat daarbij uit van een zeespiegelstijging van circa 1 meter. Dat driekwart van de landen een strategie heeft ontwikkeld, noemt McEvoy positief.

Het jaar 2100 als tijdshorizon maakt volgens haar dat ook naar de lange termijn wordt gekeken. “Slechts enkele landen houden rekening met een extreme zeespiegelstijging. Omdat het veel tijd kost om de stap te maken van adaptiestrategie naar concreet beleid en implementatie is het verstandig om daar wel naar te kijken.”

Verschillen
“De landen hebben te maken met verschillende omstandigheden . De kustlijn van de Baltische staten is niet te vergelijken met die van België. Daarom hoeven de landen ook echt niet op dezelfde manier om te gaan ,” zegt McEvoy. Ze noemt de studie echter wel een signaal om hier nader naar te kijken. "Het feit dat landen zich voorbereiden om een verschillende zeespiegelstijging kan leiden grote verschillen binnen Europa." De landen lijken te kiezen voor oplossingsrichtingen variërend van bescherming, tot accommodatie en terugtrekken. Zowel technische als natuurlijke oplossingen worden besproken.

McEvoy, naast Deltares-medewerker ook lid van de IPCC-werkgroep, constateert wel dat de verschillen tussen de landen gevolgen kunnen hebben. “Die kunnen in de loop der tijd ongelijkheid in de hand werken,” stelt McEvoy. “Door de adaptiestrategieën te monitoren en te bekijken hoe paraat de landen zijn, kunnen we hiaten vaststellen en krijgen landen de gelegenheid tijdig te handelen. Want dat is uiteindelijk nog belangrijker dan de strategie. Een indrukwekkende strategie betekent nog geen goede uitvoering en de afwezigheid van een strategie betekent nog niet dat er bijvoorbeeld op lokaal niveau maatregelen worden genomen.”

 

Meer informatie
How are European countries planning for sea level rise? in Ocean & Coastal Management

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!