0
0
0
s2sdefault

Het hoogwaterbeschermingsprogramma Maaswerken heeft er aan bijdragen dat de calamiteiten in Limburg beperkt zijn gebleven. De versterkte dijken en de extra ruimte die de rivier heeft gekregen, hebben erger voorkomen. “Hadden we die werken niet gedaan, dan was het fout gegaan”, zei heemraad Jos Teeuwen van Waterschap Limburg vanmorgen op een persconferentie.

Van de 52 projecten in het kader van de Maaswerken zijn er inmiddels een flink aantal afgerond. De versterkte dijken en keringen hebben de afgelopen dagen geen problemen gegeven en de verruiming van de rivier zorgde voor lagere waterhoogten tot lokaal 40 centimeter (Ooijen en Wanssum), zei Teeuwen. "In Venlo was het 25 centimeter en zelfs in Roermond was er sprake van nog 5 tot 10 centimeter waterdaling. Dat heeft zeker geholpen."

Er zijn nog 16 trajecten van Thorn tot aan Mook die niet voldoen aan de waterveiligheidsnormen en in de komende jaren nog onder handen genomen moeten worden in het kader van de Maaswerken. De huidige crisis heeft laten zien dat daar echt nog wat moet gebeuren, aldus Teeuwen. “Gelukkig hebben ze het tot nu toe in meeste gevallen gehouden, maar het zijn risicovolle trajecten.”

Hoogwaterplateau
Het ‘hoogwaterplateau’ zorgt alleen in het noorden van Limburg nog voor spanning over de vraag of de dijken het houden, met name in Bergen, Vennep en Mook. In het midden van Limburg hebben opgehoogde kades en nooddijken hebben hun werk gedaan, er waren niet veel calamiteiten meer, hoewel er binnen- en vooral buitendijks nog veel woningen onder water zijn gelopen.

In de delen van LImburg waar het waterplateau is gepasseerd, zorgt het zakkende water voor een nieuwe acute fase, zei Antoin Scholten, voorzitter van de Veiligheidsregio Limburg Noord. De vraag is of de verzadigde dijken veilig zijn als het water zakt. Scholten: “Dalend water geeft een nieuwe vorm van druk en dat kan betekenen dat dijken kunnen bezwijken.”

Om de staat van de keringen te bepalen, worden de dijken uitvoerig geïnspecteerd, aldus Teeuwen. “Uit hele land zijn dijkinspecteurs van hun bed gelicht om ons te assisteren.” In het zuiden van de provincie zijn crisisteams bezig met herstel, nazorg en voorbereiden van de terugkeer van geëvacueerde personen, aldus Scholten. Die terugkeer is mede afhankelijk van de staat van kades, dijken en infrastructuur zoals wegen die door het stromende water zijn aangetast. Scholten: “We inspecteren bruggen, wegen en kades op veiligheid.”

MEER INFORMATIE
Duitse overstromingen: ontzetting, verdriet en woede wisselen elkaar af
Waterschappers helpen Limburg

De strijd tegen het hoge water blijft beperkt tot Limburg
Extreme regenval: gevolg van warmere lucht en traag bewegende buien
Waterschap Limburg: waterstand Maas vergelijkbaar met 1993
Advies: vasthouden aan normen voor waterveiligheid in Limburg
H2O-redactioneel: Blijven de veiligheidsnormen overeind?

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.