Met speciale maatregelen lukt het agrariërs in het Zuid-Limburgse Heuvelland om meer water op hun percelen vast te houden. Ze dragen daarmee ook bij aan het verminderen van wateroverlast in lager gelegen dorpen. Dat blijkt uit de praktijkproeven die een aantal landbouwers samen met Waterschap Limburg en Wageningen University & Research uitvoerde.

De praktijkproeven zijn onderdeel van het programma Water in Balans, waarmee Waterschap Limburg wateroverlast als gevolg van klimaatverandering wil verminderen. Samen met de WUR, de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) en de Provincie Limburg is in 2020 een aantal maatregelen uitgetest om extra water vast te houden op hoger gelegen landbouwpercelen. Zes agrariërs deden daaraan mee.

0107 Josette Van MerschJosette Van Wersch"We zien dat het werkt", zegt bestuurder Josette van Wersch. "Er is echt sprake van een vlekwerking: steeds meer agrariërs zijn enthousiast en willen meedoen, ook met meerdere maatregelen tegelijk. Zij voelen zelf ook de gevolgen van klimaatverandering."

Samen met boeren zoekt het waterschap naar maatregelen bedacht die zonder al te veel aanpassingen uitgevoerd kunnen worden. Een aantal daarvan draagt duidelijk bij aan de doelstelling om 10 millimeter extra water vast te houden en leidt daarnaast tot meeropbrengsten van 3 tot 7 procent, aldus het rapport.

Maisteelt
Zo leverde de aanleg van aardappeldrempels en het verruigen van aardappelruggen ruim 5 millimeter extra waterberging op. "Dat zorgt ook voor betere waterinfiltratie in de bodem", aldus Van Wersch, die benadrukt dat 10 millimeter een streefgetal is. "Voor de teler betekent dat een meeropbrengst in een droog jaar: een win-win."

Bij de maisteelt zorgt het zaaien in ruitverband, met een kortere afstand tussen de rijen, er tevens voor dat mineralen beter worden opgenomen. Maisteelt is met name in het voorjaar gevoelig voor waterafspoeling en dat moet door deze alternatieve zaaimethode voorkomen worden.

Volgens het waterschap zijn de eerste resultaten positief, maar precieze getallen hebben deze praktijkproeven nog niet opgeleverd. Die volgen mogelijk uit verdiepende experimenten op Proefboerderij Wijnandsrade. Ook worden dit jaar weer een aantal praktijkproeven gehouden.

Extreme buien
Het programma Water in Balans richt zich niet alleen op het landelijk gebied, maar ook op het stedelijk gebied, het watersysteem en de eigen woning. "Het zijn vier knoppen om aan te draaien", aldus Van Wersch. "En het liefst allemaal tegelijk. Bewoners kunnen wateroverlast bijvoorbeeld beperken door schotjes voor de deur of zandzakken te plaatsen."

De schade in Zuid-Limburg door de extreme buien van de afgelopen dagen toont volgens haar aan hoe hard dat nodig is. "Daar zijn we wel van geschrokken", erkent de bestuurder. "Die buien hadden een intensiteit van zo’n 100 millimeter, dat is het drie- of viervoudige van wat er normaal valt. We zijn nu hard aan het nadenken of onze maatregelen wel toereikend zijn en of we misschien moeten versnellen."

 

MEER INFORMATIE
Verslag praktijkproeven landbouwpercelen
Programma Water in Balans
H2O-bericht: Limburg komt met negen maatregelen voor klimaatrobuust watersysteem
H2O-bericht: Waterschap Limburg stimuleert met filmpjes boeren meer water vast te houden

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!