De regen heeft verlichting gebracht, maar de droogte is nog niet voorbij. Dat is de boodschap van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling. De opschaling naar het niveau van dreigend watertekort is gehandhaafd.

Het neerslagtekort is iets gedaald door de regen van afgelopen week. Daarmee is na twee uitzonderlijk droge maanden de situatie gestabiliseerd, stelt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in de vandaag verschenen zesde droogtemonitor van 2020. Toch is het tekort nog steeds veel hoger dan gemiddeld rond deze tijd van het jaar.

Het neerslagtekort in ons land is nu door de bank genomen 164 millimeter. Dat is nog boven het niveau in 1976 en 2018 om dezelfde tijd. De komende week wordt weer wat regen verwacht, maar desondanks zal het neerslagtekort waarschijnlijk verder oplopen. Het KNMI houdt rekening met een gemiddelde van 181 millimeter over vijftien dagen.

Omdat ook de Rijnaanvoer momenteel vrij laag is, blijft de LCW opgeschaald in niveau 1 van ‘dreigend watertekort’. Deze opschaling is op 25 mei doorgevoerd. Het betekent dat toen is overgegaan naar landelijke coördinatie en advisering in verband met de verdeling van het beschikbare water.

Waterbeheer op orde
De LCW meldt dat op dit moment het waterbeheer op orde is. “De waterschappen en Rijkswaterstaat monitoren de situatie nauwlettend en nemen waar nodig maatregelen zoals het opzetten van waterpeilen, het vasthouden van water, regionale onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater en het inspecteren van droogtegevoelige kaden.”

Rijkswaterstaat stuurt het peil van het IJsselmeer en Markermeer op 15 centimeter onder NAP. De Maas is benedenstrooms van Maasbracht op een hoger peil gestuwd. In het westen van Nederland wordt onder vrij verval extra water aangevoerd vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal.

De effecten van droogte zijn vooral in Oost- en Zuid-Nederland merkbaar, aldus de LCW. “In deze gebieden kan geen water worden aangevoerd en zijn verminderde gewasopbrengsten in de landbouw en schade aan natuur mogelijk. De komende tijd zal de watervraag met het groeien van de gewassen vanuit de landbouw toenemen.”

Rijnaanvoer aan het stijgen
De aanvoer van de Rijn bij Lobith is op het ogenblik 1.250 kubieke meter per seconde. Dat is net onder het LCW-criterium van 1.300 kubieke meter per seconde voor juni en fors onder het gemiddelde van circa 2.100 kubieke meter per seconde voor deze tijd van het jaar. De Rijnaanvoer is wel aan het stijgen, omdat het aan de natte kant is in Duitsland en het Alpengebied. De komende week neemt de aanvoer verder toe richting 1.300 tot 1.600 kubieke meter per seconde. In de tweede van juni lijkt een stabilisatie op dit niveau het meest waarschijnlijk.

Het daggemiddelde van de aanvoer van de Maas bij Sint Pieter is ongeveer 60 kubieke meter per seconde. De commissie verwacht dat dit de komende dagen min of meer stabiel blijft. De afvoeren van de Rijn en Maas zijn voldoende aan om aan de watervraag te voldoen.

Daling grondwaterstanden gestagneerd
De grondwaterstanden zijn de laatste twee maanden voortdurend gedaald. Door de neerslag van de voorbije week is de daling gestagneerd en zijn standen lokaal soms zelfs iets gestegen. De grondwaterstanden variëren nu van normaal tot zeer laag voor de eerste helft van juni. Dat laatste komt vooral voor op de hoge zandgronden in het oosten en zuiden.

De waterkwaliteit laat volgens de LCW hier en daar te wensen over. “Op verschillende locaties in het land zijn meldingen van blauwalgen en vissterfte, in een aantal gevallen met een negatief zwemadvies tot gevolg. Dat is niet ongebruikelijk in juni.”

Wat betreft verzilting is er weinig aan de hand. “De chlorideconcentraties (zout) zijn normaal voor van de tijd van het jaar, gezien de huidige aanvoer en achtergrondconcentraties in de Rijn en de Maas. In de Rijn-Maasmonding en op het Amsterdam-Rijnkanaal zijn de concentraties tijdelijk verhoogd geweest. Enkele waterschappen melden nog lichte verziltingsproblemen.”

Hoge drinkwatervraag
Momenteel zijn er geen knelpunten bij de drinkwaterproductie. De watervraag baart echter zorgen. De LCW meldt hierover: “Wel heeft een aantal drinkwaterbedrijven in het pinksterweekend te maken gehad met (zeer) hoog watergebruik. In Overijssel en de Achterhoek heeft dit geleid tot lagere waterdruk. Door de recente regen en lage temperaturen is de watervraag nu gestabiliseerd. De drinkwaterbedrijven bereiden zich voor op een hoge watervraag deze zomer.”

 

Neerslagtekort 10 juni 2020

 

MEER INFORMATIE
Droogtemonitoren van LCW in 2020
H2O-bericht over extra geld voor aanpak droogte
H2O-bericht over droogtemonitor van 27 mei
H2O-bericht onttrekkingsverboden Rijn en IJssel
H2O-bericht over grote watervraag bij Vitens
 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!