secundair logo knw 1

Foto WUR

Een lage rivierafvoer verkleint de kans dat jonge Atlantische zalmen via het Haringvliet de Noordzee bereiken. Bij weinig rivierwater bereiken minder zalmen de Haringvlietsluizen en duurt de passage langer. Daardoor neemt de kans toe dat de vissen onderweg worden opgegeten. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Marine Research en ATKB.

De onderzoekers volgden in 2024 en 2025 in totaal 74 jonge Atlantische zalmen tijdens hun uittrek van het Haringvliet naar de Noordzee. De vissen werden voorzien van een zender en bij Numansdorp uitgezet, ongeveer 28 kilometer voor de Haringvlietsluizen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat. Daarbij werd gebruikgemaakt van het akoestische telemetrienetwerk in het Haringvliet, dat Wageningen Marine Research en Sportvisunie gezamenlijk hebben opgezet.

Verschil tussen onderzoeksjaren
De verschillen tussen de twee onderzoeksjaren waren groot. In 2024, toen sprake was van een relatief hoge rivierafvoer, bereikte bijna de helft van de gezenderde jonge zalmen de Noordzee. In 2025 voerde de Rijn veel minder water af en bereikte slechts 6 procent van de vissen de Noordzee.

Ook deden de zalmen bij een lage rivierafvoer langer over het vinden van een doorgang door de Haringvlietsluizen. Gemiddeld duurde dat ongeveer 27 uur, tegenover 11 uur bij een hoge rivierafvoer.

Jacco van Rijssel, ecoloog bij Wageningen Marine Research: "Ik verwachtte wel dat de rivierafvoer een belangrijke rol zou spelen, maar niet dat het effect zó groot zou zijn. Bij een hoge afvoer bereiken jonge zalmen de Noordzee veel makkelijker. Ze zijn korter onderweg, waardoor de kans kleiner is dat ze worden opgegeten. Bovendien kunnen bij een hoge afvoer alle Haringvlietsluizen ver open, terwijl bij een lage afvoer soms maar één van de zeventien sluizen openstaat. De vissen hoeven dan niet meer te zoeken naar een doorgang."

Predatie vooral vóór de sluizen
Voor het onderzoek werden akoestische predatiezenders gebruikt. Deze registreren niet alleen waar een vis zich bevindt, maar geven ook een ander signaal af wanneer de vis is opgegeten. Een ingebouwde sensor meet daarnaast de temperatuur in de maag van het roofdier. Daarmee kunnen onderzoekers vaak onderscheid maken tussen predatie door een vis en door een warmbloedig dier, zoals een vogel of zeezoogdier.

Uit de zendergegevens blijkt dat de predatie voornamelijk plaatsvond voordat de jonge zalmen de Haringvlietsluizen passeerden, in het zoete deel van de rivier. De metingen wijzen erop dat de predatie waarschijnlijk vooral werd veroorzaakt door roofvissen, zoals snoek, snoekbaars, baars, roofblei en meerval.

De onderzoekers vermoeden dat ook visetende vogels jonge zalmen buitmaken, maar dat is moeilijker aan te tonen. Visetende vogels braken onverteerbare delen vaak uit rondom hun broedkolonie of rustplaats, buiten het bereik van het netwerk van akoestische ontvangers. Daardoor wordt deze vorm van predatie waarschijnlijk gemist en verdwijnen de betreffende zenders uit het onderzoeksgebied.

Beheer Haringvlietsluizen
Door de gegevens van de gezenderde zalmen te combineren met informatie over de rivierafvoer en de bediening van de Haringvlietsluizen konden de onderzoekers reconstrueren onder welke omstandigheden de vissen de sluizen passeerden. Vrijwel alle succesvolle passages vonden plaats wanneer de sluizen rivierwater naar zee afvoerden.

Volgens Van Rijssel bieden de resultaten aanknopingspunten voor het beheer van de sluizen. "Met deze kennis kan het beheer van de Haringvlietsluizen tijdens de piek van de zalmtrek beter worden afgestemd, bijvoorbeeld door in die periode zo veel mogelijk sluizen open te zetten. Dat kan bijdragen aan het herstel van de Atlantische zalm.”

Tegelijkertijd kan klimaatverandering de omstandigheden voor de jonge zalmen verder bemoeilijken. "Als perioden met lage rivierafvoer tijdens de uittrek van jonge zalmen door klimaatverandering vaker voorkomen, wordt het voor jonge zalmen nog moeilijker om de Noordzee te bereiken. Het is te hopen dat zalmen voldoende genetische variatie hebben om zich aan die veranderende omstandigheden aan te passen."

Aanvullend onderzoek moet duidelijk maken hoe verschillende manieren van sluisbeheer de doortocht van jonge zalmen beïnvloeden. Ook is volgens de onderzoekers meer inzicht nodig in predatie door vogels, zodat gerichter maatregelen kunnen worden genomen om de overlevingskansen van jonge zalmen te vergroten.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.