secundair logo knw 1

Doordat het Markermeer door harde dijken is afgesneden van het achterland, is er onvoldoende natuurlijke externe aanvoer van afgestorven vegetatie naar het meer | Foto Platform IJsselmeergebied

Een rietspies, jute loempia, paalpizza en een wilgenwok. Met deze haute cuisine voor bacteriën en detritivoren (bodemfauna die als voedsel dienen voor vis en vogels) zou de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) twee vliegen in één klap kunnen slaan: het voedselweb van het Markermeer ‘bijvoeren’, én vegetatiebeheerkosten omlaagbrengen. Dat blijkt uit een vanmiddag gepubliceerde studie van OAK Consultants in opdracht van de PAGW.

Eerst even een uitleg van de menukaart, bestaande uit gerechten die allen gevuld zijn met organisch maaisel van bijvoorbeeld waterriet. Reden waarom het ‘bijvoeren’ van het Markermeer ter tafel is gekomen, heeft er kortgezegd mee te maken dat het voedselweb van het meer afhankelijk is van de externe aanvoer van dood organisch materiaal (detritus). En waar afstervende waterplanten in een natuurlijke situatie voor een constante aanvoer van detritus naar een meer zorgen – natuurlijke grote ondiepe meren ontvangen tot wel 50 procent van hun energie van buitenaf – is dat in het Markermeer vrijwel nihil, aldus het rapport.

Hongerig ecosysteem
Dat er onvoldoende natuurlijke aanvoer van afgestorven vegetatie naar het meer plaatsvindt, komt enerzijds doordat het Markermeer door harde dijken is afgesneden van het achterland, en anderzijds doordat het riet regelmatig gemaaid wordt, waarna het maaisel (vaak tegen hoge kosten) wordt afgevoerd.

Hierdoor is het voedselweb in het Markermeer onvoldoende productief voor hogere trofische niveaus zoals vissen en vogels. Of in de woorden van Marcel van den Berg, ecoloog bij Rijkswaterstaat en lector aan de Aeres Hogeschool, wie in het rapport geciteerd wordt: “het Markermeer is hongerig en ademt niet meer”.

Reden waarom Rijkswaterstaat, die in het kader van de PAGW aan het verbeteren van de natuurkwaliteit van het Markermeer werkt, onderzoek liet doen naar de potentie van het actief inbrengen van dood organisch materiaal in het meer. De voedingsstoffen van organische reststromen zouden namelijk als een ‘vliegwiel’ kunnen werken voor de productiviteit van het ecosysteem, en de afvoerkosten voor maaisel zouden dan komen te vervallen: idealiter een win-winsituatie dus.

Opties voor uitvoering
Het adviesbureau heeft verschillende concepten uitgewerkt, die de eerdergenoemde ‘culinaire werktitels’ hebben gekregen. De rietspies bestaat uit balen met riet en maaisel, gespiesd op hardhouten palen. De jute loempia bestaat uit geperste balen die ingepakt worden in jute (of een ander biologisch afbreekbaar materiaal, zoals sisal of cellulose). De paalpizza (“in essentie een vissenbos XXL”) is een palenrij of -plot, die als bodem en omheining dient en van bovenaf kan worden gevuld (‘belegd’) met riet of ander maaisel. De wilgenwok tot slot is een grote kooi van wilgenwiepen of een stalen raster, dat van boven verzwaard is om maaisel onder water te houden. 

Mogelijke uitwerkingsvormen van een combinatie van de jute loempia en de paalpizza, waarbij gebruik wordt gemaakt van een palenrij en jute bigbags (of andere biologisch afbreekbare stof) om kleinere geperste balen bij elkaar te houden | Beeld OAK Consultants

Iedere uitvoeringsvorm heeft volgens het onderzoek van OAK zijn sterktes en zwaktes, en vooral wat betreft uitvoerbaarheid lijkt de ene variant beter toepasbaar te zijn dan de andere. Met name een combinatie van de jute loempia en de paalpizza (lees: palenrijen waar balen tussenin worden geklemd) wordt door de PAGW-begeleidingsgroep als praktisch en breed toepasbaar beschouwd. Dit concept zou makkelijk aan te leggen zijn, en er zouden lange luwtestructuren mee gecreëerd kunnen worden die golfslag tegenhouden. De luwe zones die daardoor ontstaan zouden verschillende nevenvoordelen hebben: minder opwervelend slib, betere lichtdoordringing en daarmee meer kansen voor onderwaterplanten.

Het toepassen van balen en bundels in luwe zones lijkt volgens OAK de meest veelbelovende oplossing. Te veel luwte kan echter leiden tot een lokaal zuurstofgebrek, te veel dynamiek daarentegen kan weer maken dat het maaisel zich te snel verspreidt voordat het kan worden afgebroken. De effectiviteit van de toepassing zal dus mede afhangen van de balans tussen luwte en dynamiek van de betreffende locatie.

Pilot
De onderzoekers verwachten dat het fysieke substraat aanvankelijk gekoloniseerd kan worden door biofilms, waarna macrofauna en kleine vis zouden kunnen volgen, gebaseerd op eerdere ervaring die is opgedaan met bijvoorbeeld dood rivierhout of vissenbossen. Naarmate het materiaal afbreekt, kan het vervolgens een voedselbron worden voor bacteriën en detritivoren, waaronder bodemfauna die als voedsel dienen voor vis en vogels. Eventueel lokale verrijking van zoöplankton/bacterioplankton rondom de balen zou ook vislarven kunnen aantrekken, en daarmee een versterking van de benthische keten bieden.

Het benutten van maaisel als voedsel voor de schepselen die je onder je hoede hebt, is natuurlijk eeuwenoude boerenpraktijk. Het actief inbrengen van maaisel in meren om een aquatisch voedselweb van onderaf te stimuleren echter – daar zijn volgens de onderzoekers geen eerdere voorbeelden van. Daarom is het ‘één en ander’ nog onduidelijk, schrijven de auteurs. De PAGW wordt daarom een pilot aangeraden, met om te beginnen zo’n 60 balen riet en/of gras in luwtezones. 

Volgens de PAGW is het gepresenteerde concept ‘praktisch uitvoerbaar, goed inpasbaar in het gebied en qua kosten vergelijkbaar met de huidige werkwijze waarbij het maaisel wordt afgevoerd’. 


LEES OOK
H2O Actueel: Met afgedankte perenbomen de Waddenzee redden

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.