Bij de versterking van de Lekdijk tussen Kinderdijk en Schoonhovenseveer zijn verkeerde technieken toegepast waardoor woningen achter de dijk kampen met ernstige scheurvorming. Dat stelt hoogleraar Stefan van Baars in een onderzoek. Waterschap Rivierenland is opgeschrikt door de studie en neemt de bevindingen ‘zeer serieus’. Kennisinstituut Deltares is gevraagd om een second opinion. Ook gaat het waterschap intern de discussie aan over de kwaliteitszorg.  

Stefan van Baars 180 vk Stefan van BaarsVan Baars, verbonden aan Research Unit in Engineering Science van de Universiteit van Luxemburg, heeft het onderzoek op eigen initiatief gedaan. Aanleiding waren de problemen met huizen achter de Lekdijk bij Nieuw-Lekkerland waar hij kennis van had gekregen, zo blijkt uit zijn rapport ‘De Lekdijk is lek gestoken!’. De hoogleraar, specialist in grondmechanica en funderingstechniek, vroeg bij waterschap Rivierenland geotechnische stukken over het project op en bestudeerde vervolgens opzet en aanpak van de dijkversterking.

Die is in 2018 afgerond. De Lekdijk tussen Kinderdijk en Schoonhovenseveer moest over een lengte van 10 kilometer worden versterkt. Tijdens de veiligheidstoetsing in 2007 bleek dat de dijk op de zuidelijke oever op een groot gedeelte niet voldeed aan de veiligheidsnormen. Het risico bestond dat de dijk bij extreem hoogwater kon falen en dus niet meer veilig zou zijn.

Complexe klus
De versterking werd onder het programma van HWBP-2 uitgevoerd en duurde van oktober 2013 tot juli 2018. Een ingewikkelde klus door de slappe veenachtige ondergrond, met als extra complicerende factor de circa 450 panden die langs en soms in de dijk waren gebouwd en waarvan een aantal ook scheuren opliep tijdens de werkzaamheden.

De aannemerscombinatie Dijkverbetering Molenwaard (CDVM) gebruikte verschillende versterkingsconstructies zoals diepwanden en boorpalen, waarvan er 1.350 werden geplaatst. En die boorpalen hebben de bodem lek geprikt, aldus Van Baars.

Hij schrijft: “De peilbuizen die gebruikt worden door ingenieursbureau Adcim bewijzen dat er een grote lekkage naar boven is van het grondwater, vanuit de diepe zandlaag die in open verbinding staat met de Lek, via de kieren die ontstaan zijn langs de boorpalen. Dit is de reden waarom normaliter geen harde elementen zoals boorpalen en diepwanden door een dijk heen geprikt mogen worden.”

Door de toegepaste dijkversterkingstechnieken zijn er problemen ontstaan met woningen achter de dijk, stelt de hoogleraar. Ze verzakken en schuiven met scheurvorming tot gevolg, ‘een niet-te-ontkennen causaal verband’ met de dijkversterking, aldus het rapport. Volgens de InSAR satellietmetingen vertonen huizen opvallend grote verzakkingen, of zelfs ook stijgingen, schrijft de hoogleraar.

Van Baars: “Opvallend is dat de probleemhuizen eigenlijk allemaal tussen de dijk en de kwelsloot inleggen, en dat de problemen ontstaan zijn na de werkzaamheden. Het handelt hoofdzakelijk om ernstige scheurvorming bij woningen achter de Lekdijk in Nieuw Lekkerland door verschuivingen en verzakkingen, en om schimmelvorming door vernatting van de grond rondom deze woningen.” 

Zes aspecten
De hoogleraar benoemt in zijn rapport zes aspecten die hij heeft onderzocht en waar hij kanttekeningen bij plaatst. Door het al genoemde ‘lek prikken’ van het klei-veenpakket bestaat naast de kwelvorming en vernatting de kans dat het achterland ‘openbarst’, wat bij hoogwater in de Lek tot een dijkdoorbraak kan leiden, aldus de hoogleraar.

Hij zag in de projectstukken ook andere fouten zoals het verkeerd berekenen van de consolidatie van de grond die in lagen moest worden aangebracht, het ‘vrijwel niet’ doorberekenen van de grondverplaatsingen, het ontbreken van een ‘gedegen door onafhankelijke experts getoetste risicoanalyse’, wat ook gold voor een ‘gedegen meetcampagne’ als kwaliteitsborging. “Hiervan is weinig aangetroffen in de geotechnische documenten van het ontwerp.”

De hoogleraar ziet na zijn onderzoek veel gelijkenis met de situatie bij het Kanaal Almelo - De Haandrik in Overijssel, waar huizen langs het kanaal zijn verzakt door piping na het baggeren van het kanaal. Ook daar deed hij onderzoek naar de oorzaak en de gevolgen. 

Uiterst serieus
Co Verdaas 2 180 vk Co VerdaasHet  rapport heeft het waterschap als opdrachtgever van de dijkversterking op scherp gezet. Dijkgraaf Co Verdaas zei afgelopen week in een extra vergadering van de commissie waterveiligheid: “We nemen dit uiterst serieus. Als een deskundige buitenstaander met zo’n kritisch rapport komt, kun je maar één ding doen: responsief, ontvankelijk reageren.” 

Dat vult het dagelijks bestuur in met de opdracht aan kennisinstituut Deltares om een onderzoek te doen naar de bevindingen van Van Baars. Dat rapport moet medio juni binnen zijn, schetste Verdaas, die ook vaststelde dat er geen enkele aanwijzing is voor een acuut veiligheidsprobleem. “Ook omdat het water nu niet hoog is.”

De dijkgraaf stelde dat verdere afwikkeling in alle openheid en in overleg met gemeente, bewoners en stakeholders moet plaatshebben. Goede communicatie is cruciaal, zei de dijkgraaf, die vroeg geen voorbarige conclusies te trekken, maar ook de mogelijke impact schetste door te stellen dat het rapport mogelijk ‘de positie van het waterschap raakt en de wijze waarop de organisatie werkt’. “We gaan niet in het defensief of bagatelliseren, geenszins. Alles moet op tafel komen. Lessen die we kunnen leren, gaan we ook leren.”

Risico's
Zorg van het waterschap is het verlies van vertrouwen bij omwonenden in de versterkte dijk, maar ook roept het rapport van Van Baars de vraag op: beheersen we de risico’s wel voldoende? 

Heemraad Hennie Roorda nam daar in de vergadering van het algemeen bestuur van afgelopen vrijdag een voorschot op na vragen uit het AB: “Het is goed dat we met elkaar de discussie aangaan over kwaliteitsborging en de vraag hoe we die kunnen optimaliseren. Maar laten we daar ook het rapport van Deltares in meenemen. En binnenkort komt de Rekenkamer ook met een onderzoek naar beheersing van risico’s bij grote projecten. Ook dat onderzoek zou in zo’n discussie betrokken moeten worden.”


FEEST EN PRIJZEN
In september 2018 werd op het nieuwe haventerrein in Streefkerk de voltooiing van de dijkversterking en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het omringende gebied gevierd. De robuuste Lekdijk kon de waterstijging als gevolg van klimaatverandering tot in de verre toekomst aan.

Het project won zowel de InfraTech Innovatieprijs als de Cobouw Publieksprijs, met waardering voor de toegepaste innovaties zoals boorpalen, opvijzelbare woningen, een klimaatdijk in de kern van Streefkerk en toepassing van nieuwe ontwikkelingen als augmented reality en inmeten met drones. 

 

MEER INFORMATIE
Rapport De Lekdijk is lek gestoken!

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    mr. L. vd Steenhoven · 2 months ago
    Geachte dames en heren, Het probleem waarvoor u staat vernam ik onlangs uit de krant. Het heeft mij dagelijks beziggehouden hoe dit op te lossen zou zijn. Natte bodem voor en achter de dijk, daar begin je niet veel mee.
    Wat is het geval. De dijk is versterkt door daar lange betonpalen diep in te slaan.
    De conclusie is dat langs de palen rivierwater door de onderliggende zandlaag naar boven komt en het dijklichaam langzaam met water verzadigt. Dat proces is nu drie jaar aan de gang en de vraag is nu hoe solide het dijklichaam nu nog is. Verzakt het wegdek of komen er langsscheuren in, komt er zand mee in het kwelwater?
    Met de huidige hoge waterstanden lijkt de toestand kritiek te zijn en zijn controles op de kwaliteit van het dijklichaam geboden. Het is aannemelijk dat het dijklichaam veel water bevat en toenemend instabiel wordt.
    De palen zullen het vernatte dijklichaam niet behoeden voor doorbreken; zand en veen hechten niet aan beton. En zeker niet nu de palen nat zijn.
    Ook als de palen aansluitend geplaatst zijn zullen ze de druk niet kunnen weerstaan en waarschijnlijk breken en hun onderlinge verband loslaten voor zover van een verband kan worden gesproken.
    De oplossing is onaanvaardbaar lastig.
    De achterliggende huizen moeten sowieso als verloren worden beschouwd. Het leggen van een dijk achter de dijk kan alleen na uitgraven van de natte bodem; dat uitgraven levert het risico van een doorbraak op, tenzij het tracé op voldoende afstand wordt gekozen. Het wachten op onteigeningen en vergunningen duurt te lang. Deze dijk zal te laat zijn en deze oplossing zal dus niet werken.
    Voor een alternatief moet naar Walcheren anno 1946 en naar het dichten van dijken bij de watersnoodramp van 1953 worden gekeken. Toen werden de open stroomgaten gedicht met caissons.
    Voor ons geval zou een aansluitende rij caissons in het uiterwaard geplaatst kunnen worden. Grond afgraven egaliseren en afdekken met matten a la de Oosterschelde torens. De caissons volstorten na plaatsing.
    Nou dat ziet er niet uit, maar een binnenmeer van een behoorlijke oppervlakte ook niet.
    Allemaal niet voor te stellen dus en lang nadenken dus hoe het dan wel moet.
    En ondertussen verstrijkt de tijd.
    Kosten van de nooddijk afwegen tegen de kosten van het verdronken land en de negatieve pers van de hele wereld en het verlies van onze betrouwbare ambachtelijkheid op wetenschappelijke basis.
    Tja, en wie ben ik dan? mr. L.D.B. van den Steenhoven, oud notaris en afgestudeerd weg- en waterbouwkunde HTS Haarlem 1959. Mijn belangstelling voor dit mooie vak is nooit weggeweest.
    Ik wens u veel sterkte met dit probleem en de gevaarlijke situatie die daaruit voortvloeit.
    De ontwikkelingen zal ik op de voet volgen.
    Met vriendelijke groet,
    D. van den Steenhoven
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.
Watersporters vragen zich af in hoeverre dit overlast en verandering gaat hebben / geven!
Enerzijds tijdens werkzaamheden, maar anderzijds ook na de werkzaamheden.
Een waterbos zal zeker invloed hebben op het gedrag van golven?
Is daar bij ontwerp, de vorm waarin het wordt aangelegd rekening mee te houden?
Er zijn liefhebbers van vlak water en liefhebbers van mooie golven.
In de huidige zoneringen (o.a. diep / ondiep) konden verschillende liefhebbers terecht op het Wolderwijd.
@Hans Middendorphey als jij het zo goed weet maak jij toch een blog aan?
De feiten kloppen niet, beroepsvissers zijn nog wel actief op de Westerschelde en zie ze regelmatig netten uitzetten voor de zeebaars.
Is Fluor ook te verwijderen met deze techniek?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!