Geef vanwege het buitengewone belang de drinkwaterwinning voorrang boven alle andere soorten van watergebruik. Daarvoor pleiten drinkwaterbedrijven in het nieuwe Europese Rivierenmemorandum. Zij roepen ondernemingen op om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de stoffen die ze lozen.

Het nieuwe Europese Rivierenmemorandum (ERM) is afgelopen zondag op Wereldwaterdag - zonder fanfare vanwege de coronacrisis - gepubliceerd. De vorige versie dateert uit 2013. Het ERM is een gezamenlijk document van ongeveer honderdzeventig drinkwaterbedrijven uit achttien landen. Zij leveren water aan 188 miljoen mensen die leven in de stroomgebieden van de Donau, Elbe, Maas, Rijn, Ruhr en Schelde.

Maarten van der Ploeg Gerard Stroomberg

De waterbedrijven hebben samen principes en streefwaarden opgesteld. Hun boodschap is dat de publieke watervoorziening prioriteit heeft boven alle andere soorten van watergebruik. “Het memorandum is een krachtig pleidooi vanuit de drinkwatersector in Europa”, zegt directeur Maarten van der Ploeg van RIWA-Maas (samenwerkingsverband van Belgische en Nederlandse drinkwaterbedrijven die de Maas als bron gebruiken). “We stellen hierin kwaliteitseisen aan oppervlaktewater. Daarmee kan op een duurzame en natuurlijke manier drinkwater worden bereid. Ons streven is dat alle oppervlaktewateren voldoen aan de eisen.”

De bedoeling was om het memorandum een dezer dagen aan te bieden aan de Europese commissie, maar dat is nu natuurlijk uitgesteld. Volgens directeur Gerard Stroomberg van RIWA-Rijn (waarin vier drinkwaterbedrijven uit Nederland samenwerken) sluit de visie van de drinkwatersector aan bij het streven binnen de EU om het voorzorgsprincipe te hanteren. “De Europese commissie zet inmiddels in op een strategie van ‘zero pollution’. Wij hebben niet het gevoel dat we met onze doelstellingen overvragen. Ze zijn realistisch en haalbaar.”

Tien principes
In het memorandum zijn tien principes voor de bescherming van waterlichamen opgenomen, met de voorrang voor het drinkwaterbelang voorop. Enkele andere principes: de nadruk ligt op preventie, waterbronnen worden duurzaam beheerd en de toestand van waterlichamen mag niet verslechteren maar moet juist verder worden verbeterd.

“Onze principes liggen eigenlijk voor de hand”, zegt Van der Ploeg. “Hierover zijn eerder ook al afspraken gemaakt, maar ze worden in de praktijk niet altijd gehandhaafd. Voor ons is het bijvoorbeeld erg belangrijk dat fabrikanten en verwerkende bedrijven de verantwoordelijkheid nemen voor alle stoffen die zij direct of indirect lozen. Klinkt logisch, maar het gebeurt niet zo.”

Andere partijen moeten daarom moeite doen om stoffen uit het water te zuiveren, vervolgt Van der Ploeg. “Dat vinden we niet correct. Bedrijven die lozen, moeten ervoor zorgen dat het oppervlaktewater niet verontreinigd wordt. Daarom moeten zij strikt monitoren welke stoffen ze lozen. We weten dat dit in de praktijk niet altijd het geval is.”

Streefwaarden
In het ERM staan streefwaarden voor stoffen waarvoor geen wettelijke normen zijn, vooral opkomende stoffen. Stroomberg licht toe: “Als stoffen onder deze waarden blijven, kunnen we met eenvoudige en natuurlijke zuiveringstechnieken schoon en gezond drinkwater maken. Wij hebben generieke streefwaarden opgesteld, omdat we voortdurend met nieuwe stoffen worden geconfronteerd.”

De streefwaarden gelden voor een aantal algemene parameters en organische groepsparameters. En ook wat volgens Stroomberg het meest bijzonder is, voor antropogene (niet-natuurlijke) stoffen. “We hanteren een streefwaarde van 1 microgram per liter voor antropogene stoffen, die geen bekende bijwerking op biologische systemen hebben. Bij antropogene stoffen met wel een bijwerking zoals bestrijdings- en geneesmiddelen gaan we uit van 0,1 microgram per liter.”

De streefwaarden zijn niet veranderd ten opzichte van het ERM uit 2013. Er is wel één wijziging: in het vorige memorandum stond dat de hygiënisch-microbiologische kwaliteit van oppervlaktewater gelijk moet zijn aan uitstekende kwaliteit van zwemwater. “Het is nu goede zwemwaterkwaliteit geworden”, zegt Stroomberg. “We denken dat dit voldoende is.”

 'De streefwaarden voor stoffen lijken misschien scherp maar zijn dat niet'

 Waterkwaliteit getoetst
Jaarlijks toetsen RIWA-Maas en RIWA-Rijn de kwaliteit van het oppervlaktewater aan de hand van deze benchmark en publiceren de resultaten in hun jaarrapporten. Voor de Maas worden de gegevens van zo’n tachtig- tot honderdduizend metingen in Nederland en België bij elkaar gebracht. “We zijn nu gegevens over 2019 aan het analyseren”, zegt Van der Ploeg. “In 2018 constateerden we dat bij 64 van de 1174 gemeten stoffen de streefwaarde werd overschreden. Dat lijkt misschien niet veel, maar deze stoffen horen echt niet in oppervlaktewater thuis.”

Voor de Rijn gaat het om een vergelijkbaar aantal, vertelt Stroomberg. “Hieruit blijkt dat de streefwaarden misschien wel scherp lijken, maar dat niet zijn. We kunnen ze goed hanteren voor het gros van de stoffen in het meetprogramma. Bij een vrij klein aantal stoffen zien we ruimte voor verbetering. Daarvoor zijn vooral bovenstrooms acties nodig.”

Bij de Rijnministersconferentie die in februari in Amsterdam werd gehouden, is een concreet reductiedoel vastgelegd: de concentraties van microverontreinigingen als medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en industriële stoffen moet met minstens 30 procent in twintig jaar afnemen. Dit goede voorbeeld verdient navolging, vindt Van der Ploeg. “De ERM-coalitie wil dat zulke doelen voor alle Europese rivieren worden opgesteld.”

 

MEER INFORMATIE
Bericht van coalitie over nieuwe ERM
Nederlandse versie van memorandum
Brief ERM-coalitie aan Europese Commissie
Jaarrapport RIWA-Maas 2018
Jaarrapport RIWA-Rijn 2018
Resultaten Rijnministersconferentie

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Lastig dat consequenties van prijsstijgingen per DW-bedrijf steeds anders worden uitgedrukt. Kan dat nog genormaliseerd worden? Bijv. Differentiatie naar en procentuele prijsstijgingen van DW-vastrecht? Dan wordt de interessante vergelijking eenvoudiger. Dank alvast.
Johan Raap Een stout biertje
Heel leuk initiatief, maar helaas is vergeten dat het flesje van statiegeld moet zijn. Natuurlijk brengen wij het allemaal braaf naar de glasbak, maar je moest eens weten hoeveel mensen / jongelui misschien die dat niet doen. Overal vind ik die krengen, met name desperado flesjes en van die twist off flesjes. Vanuit LCIA is al lang bekend dat statiegeld een goede wijze is om te besparen op energie, grondstoffen en water, binnen een straal van (en hier mag ik geen verantwoording nemen) 400 km. Dus mijn stelling is 'geef het goede voorbeeld en blijf bij aankoop weg van statiegeld loze flesjes'. Succes allemaal en proost
Laat ik eerlijk zijn, de afgelopen drie jaar heb ik met vele mensen over dit thema gesproken. En elke keer valt mij 2 dingen op A) veel mensen weten niet echt wat waterschappen zijn en wat ze doen B) als je uitlegt dat het ook een overheidsorganisatie is op nivo van gemeente en met bestuursverkiezingen, dan fronst men de wenkbrauwen eerst, maar dan vindt men het tevens vreemd dat er ook niet-politieke organisaties in meedoen. Dus samengevat, gemiddelde snapt men er niks van maar we hebben wel een mening, over politisering in dit geval. Realiseer aub dat mensen überhaupt komen stemmen op deze functionele overheid omdat het tegenwoordig tegelijkertijd uitgevoerd wordt met de verkiezingen voor de provincies. Maak ik me zorgen, jazeker. Het is functionele overheid dus dat vraagt ook een zekere mate van inhoudelijke kennis van de specifieke taken van de waterschappen. Ik geef dus graag de suggestie om nu echt door te jassen en het waterschap (-sbestuur) op te heffen, de kennis te borgen, het watersysteembeheer onder provincie te zetten (politiek) en het zuiveringsbeheer apart te zetten als nutsbedrijf, zoals bijvoorbeeld de drinkwaterbedrijven, met functioneel toezicht. Alleen dan kan ook de vergunningverlening en handhaving van rwzi’s –en misschien ook wel van riooloverstorten- eindelijk eens zuiver gaan geschieden. Succes.
Het Wetterskip stapt uit het project 'Holwerd aan Zee'. Gevolgd door een lange toelichting dat eigenaarschap (lees: beheer & onderhoud) nog steeds niet zijn geregeld. Maar helemaal onderaan sluit de journalist af met: "Er ligt een positief advies over Holwerd aan Zee en in het eerste kwartaal van volgend jaar zullen provinciale staten, de gemeenteraad en het bestuur van het waterschap zich over de voorstellen buigen." Dus project Holwerd gaat door zonder financiële bijdrage van het Wetterskip? En de bestuurder zegt: “Wij dragen zeker de natuurdoelstellingen uit het project een warm hart toe. Wij staan klaar om advies te geven als dat gevraagd wordt". Hoe zit het nu?
@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!