Klimaatverandering ontwikkelt zich in sneltreinvaart, vooruitschuiven gaat de kosten alleen maar verhogen, en voor zowel politiek als burgers liggen de oplossingen klaar. Dat was de rode draad in een van ernst doordrongen klimaatpersconferentie die gisteren door acht klimaatwetenschappers en -deskundigen werd gegeven in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Omdat de experts klimaatverandering aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen ‘volledig missen’ op de agenda van politici en de pers, en beiden het ‘schromelijk nalaten’ om burgers goed te informeren over het tempo en de gevolgen van klimaatverandering, voelden ze zich genoodzaakt dit dan maar zelf te doen.
“We zijn hier bijeen omdat de realiteit luider spreekt dan de politiek en de media durven erkennen”, opende Patrick Deckers, arts en voorzitter van stichting Caring Doctors de bijeenkomst. Samen met zeven andere deskundigen die zich zorgen maken over de maatschappelijke gevolgen van klimaatverandering vormt hij het initiatief Gezonde Toekomst. De coalitie vindt dat de klimaatcrisis, net als voorheen de coronacrisis, periodieke persconferenties verdient waarin de voortgang van klimaatverandering bij wijze van crisiscommunicatie wordt gedeeld met de samenleving.
De conferentie werd zo’n twee weken geleden enigszins gehaast opgezet, licht Deckers toe, omdat de betrokken experts het onderwerp klimaatverandering aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen ‘volledig missen’. Ze constateren dat het demissionaire kabinet veel klimaatmaatregelen heeft teruggedraaid of afgezwakt, en dat politici en media het ‘schromelijk nalaten’ om burgers goed te informeren over het tempo en de gevolgen van klimaatverandering. De deskundigen voelen zich daarom genoodzaakt in dit gat te springen. Enerzijds door de gevolgen van het uitblijven van adequaat Nederlands klimaatbeleid op een rij te zetten en de klimaatplannen van politieke partijen te vergelijken, en gister dus met een live persconferentie gericht tot politici, media en iedereen die 29 oktober naar de stembus gaat.
Soms denk ik weleens als ik in de Eerste of Tweede Kamer sta: als jullie zouden weten wat ik weet, zouden jullie geen oog dichtdoen
Geen plan
“Soms denk ik weleens als ik in de Eerste of Tweede Kamer sta: als jullie zouden weten wat ik weet, zouden jullie geen oog dichtdoen.” Aan het woord is Jan Rotmans, hoogleraar en wetenschapper op het gebied van klimaatverandering, duurzaamheid en transities, en topadviseur van het kabinet. Rotmans ontwikkelde in de jaren ’80 het klimaatmodel dat door onder andere het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de Verenigde Naties en de Europese Commissie gebruikt wordt om oorzaken en effecten door menselijk gedrag te modelleren. Over klimaatbeleid adviseerde hij nationale en internationale organisaties en overheden, waaronder de Europese Commissie, Verenigde Naties, de Wereldbank, OESO, ministeries in Scandinavië, Duitsland, Engeland, de VS, Canada, Australië en Japan, gemeenten in Nederland en bedrijven als Shell en de Rabobank.
“Als ik een verhaal houd voor de Tweede Kamer loopt er elke dertig seconden iemand weg om een binnenbrandje te blussen. Maar dit is de buitenbrand.” Rotmans toont zich teleurgesteld in het gebrek aan langetermijnvisie in veel partijprogramma’s en wijst op de maatschappelijke ontwrichting waar zeespiegelstijging en toenemende weersextremen toe zullen leiden. “Over honderd jaar zitten we op 8 à 10 meter onder zeeniveau. We zijn de laagst gelegen, mooiste, maar ook kwetsbaarste delta ter wereld. (..) En het knappe is: we hebben geen plan.”
Binnen 5 jaar plan nodig
Volgens Rotmans zijn er grofweg drie opties: dijken blijven ophogen (‘maar alles wat daarachter gebeurt is dan bijna dood, ecologisch’), migreren naar onder meer Duitsland of Scandinavië, of meebewegen met de natuur. Dat laatste noemt hij het meest aannemelijk. In een toekomstvisie voor 2121 schetst hij een plan waarin de Randstad een ‘groenblauwe lagune’ wordt, rivieren verdiept en verbreed zijn, kustbogen beschermd zijn met ringdijken, en Zeeland ‘het icoon van de nieuwe Deltawerken’ wordt. Ook voorziet hij dat het oosten van het land een lappendeken van nieuwe leefgemeenschappen van klimaatvluchtelingen wordt, en dat we ook op het water zullen moeten wonen en leven ‘omdat we het ons niet kunnen permitteren om die ruimte niet te gebruiken’. De Waddeneilanden zullen het volgens de laatste inzichten niet redden, vreest hij.
Je kan je bijna niet voorstellen dat we het hier niet iedere dag over hebben in Den Haag
Rotmans wijst op de tijd die nodig was voor voorbereiding van de Deltawerken (‘twee generaties, vijftig jaar’), Ruimte voor de Rivier (‘twintig jaar’) en het Plan Mansholt (‘bijna drie generaties’), en noemt ter vergelijking dat het in het huidig tijdperk alleen al zeven à acht jaar aan reguleringsprocedures kost om een windmolenpark op zee te zetten. Volgens hem zou het volgende kabinet binnen 5 jaar met een plan moeten komen om Nederland toekomstbestendig te maken. “Als ik dan kijk naar de verkiezingsdebatten, gaat het om ruis. (..) Je kan je bijna niet voorstellen dat we het hier niet iedere dag over hebben in Den Haag.”
“Ik denk dat ik 500 rapporten heb geschreven, maar de vraag is wat de impact van al die rapporten is geweest. Daarom probeer ik mensen nu ook meer in het hart te raken. Je komt niet in actie als je wéér een rapport leest over hoe slecht het gaat”, blikt Rotmans terug op 40 jaar klimaatwetenschap, waarna hij zijn relaas met een vooruitblik op de toekomst van zijn kleinkinderen niet onberoerd afsluit.
Tussen de oren
‘Onze samenleving is ingericht op het klimaat van vroeger’, vervolgt Gerrit Hiemstra, wellicht des lands bekendste meteoroloog. “Klimaatverandering hebben we tot nu toe nog op kunnen vangen met wat aanpassingen, waardoor veel mensen het gevoel hebben dat we het onder controle hebben. Maar met de huidige, versnellende klimaatverandering gaan we die controle vroeg of laat kwijtraken.” Hiemstra roept de politiek en burgers op om ‘zo snel mogelijk te stoppen met het verbranden van aardgas, benzine, diesel, LPG, kerosine, stookolie en steenkool en zo snel mogelijk te stoppen met vlees en zuivel’. De belangrijkste transitie die moet plaatsvinden, aldus de voormalig weerman van het NOS Journaal, is tussen de oren.
Leon Simons, directeur van de Nederlandse tak van de Club van Rome, onderstreepte dit door te wijzen op het risico dat de AMOC-golfstroom kan stilvallen, ‘waardoor landbouw bijna onmogelijk wordt in een groot deel van Noord-Europa’. Ook waarschuwt hij dat het, omdat we afstevenen op 2 graden mondiale opwarming, hoogstwaarschijnlijk is dat het landijs van Groenland zal smelten, wat tot 7 meter zeespiegelstijging kan leiden. Het is zelfs niet uitgesloten dat we rond 2050 al 3 graden opwarming bereiken, aldus Simons.
Een warmere aarde betekent warmere oceanen, en dat betekent dat onze grootste CO2-buffer steeds minder CO2 zal kunnen opslaan, vervolgde Mei Nelissen, oceanografe en paleoklimatoloog bij het NIOZ en de Universiteit Utrecht. Die opwarming vormt een voedingsbodem voor explosieve groei van algensoorten die ander zeeleven verdringen, en zet het fytoplankton dat zo’n 50 procent van alle zuurstof op aarde produceert onder druk. Samen met andere wetenschappers en non-profitorganisaties maakte Nelissen daarom de ZeeWijzer, een stemwijzer die kiezers informeert over de mate waarin partijprogramma’s aandacht schenken aan de bescherming van zeeën en oceanen.
Geen verschil met 1990
Ook op het gebied van stikstofemissies en biodiversiteit boekt de politiek amper vooruitgang, aldus Sander Turnhout, strategisch adviseur bij SoortenNL, een stichting die natuurorganisaties ondersteunt bij het monitoren en in stand houden van soorten. Volgens hem zit er weinig verschil tussen het Natuurbeleidsplan van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij uit 1990 en het advies dat de commissie Remkes dertig jaar later opstelde naar aanleiding van de stikstofproblematiek. “We moeten nog steeds leefgebieden vergroten en verbinden, het waterpeil moet omhoog, en pesticiden en stikstof moeten omlaag.”
Ook over het Natura 2000-beleid is hij kritisch. “De helft van de strikt beschermde soorten in Nederland is voor een gunstige staat van instandhouding afhankelijk van gebieden die we niet als Natura 2000 begrensd hebben. Met onze focus op Natura 2000-gebieden doen we op papier de helft van wat nodig is, en in de praktijk doen we zelfs dat niet.”
Tot slot herinnert Hilde Stroot, klimaat- en ongelijkheidsexpert bij Oxfam Novib, aan de morele en juridische plicht om hulp te bieden aan landen die nu al zwaar onder klimaatverandering lijden. Stroot wijst erop dat in de tien kwetsbaarste landen momenteel al zo’n 20 miljoen mensen lijden aan een hongersnood die grotendeels is toe te schrijven aan waterproblemen als extreme droogte, overstromingen of het verdwijnen van gletsjers zoals die in het Kilimanjaro-gebergte. Diezelfde tien landen zijn verantwoordelijk voor nog geen 0,13 procent van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd.
Met deze insteek kiest het kabinet niet alleen voor klimaatchaos, maar ook voor het uitfaseren van ontwikkelingssamenwerking en solidariteit
Landen die het minst aan klimaatverandering hebben bijgedragen belanden in steeds diepere staatsschulden, legt ze uit. “En wat doet ons kabinet? (..) De voormalig minister van ontwikkelingssamenwerking wil enkel nog geld verstrekken als het in Nederlands belang is, lees: als het Nederlands bedrijfsleven er beter van wordt. (..) Met deze insteek kiest het kabinet niet alleen voor klimaatchaos, maar ook voor het uitfaseren van ontwikkelingssamenwerking en solidariteit.”
Visje op vrijdag
Ook op de pers werd een appèl gedaan. Nieuwsartikelen die de nadruk op collectieve ‘klimaatverlamming’ leggen noemt Rotmans een gotspe (‘als je het zo brengt, werkt het ook verlammend’), en Simons uitte zijn verbazing dat hij tot op heden vrijwel geen nieuwsbericht heeft kunnen vinden over de observatie van NASA (in 2021) dat de aarde twee keer zo snel blijkt op te warmen als verwacht wordt door klimaatmodellen, inclusief de nieuwste modellen van het KNMI.
Over klimaatverandering, stelde Deckers tot slot, moet zodanig gecommuniceerd gaan worden dat het voor mensen herleidbaar wordt naar effecten die voelbaar zijn in hun eigen comfortzone of voor hun gezondheid. Abstracte fenomenen als anderhalve graad opwarming of eutrofiëring van oceanen voelt de lezer, of kiezer, niet direct. “Wel dat er minder voedsel uit oceanen komt, en dat dat visje op vrijdag op de markt er binnenkort niet meer is, of dat het er misschien nog wel is, maar niet meer betaalbaar.”
LEES OOK
H2O Oktober: Verkiezingen: wordt ‘water en bodem sturend’ weer leidend?
H2O Actueel: Blijven beschermen tegen zeespiegelstijging of meebewegen? ‘Tijd voor maatwerk’
LUISTER OOK
H2O Podcast: Hoe Nederland twee wissels omzette in de strijd tegen het water