0
0
0
s2smodern

“Voor heel Noord-Hollland hebben we een watersysteemanalyse gemaakt. Elk gebied doorberekend op water, hitte et cetera. Daarover willen we in gesprek en ik zeg altijd: ik wil al bij de planologen aan tafel zitten zodat we op tijd kunnen zeggen: hier moet je ruimte houden voor water of groen. Dat is de rol van waterschap, wij hebben heel veel kennis.”

Dat zei Klazien Hartog, dagelijks bestuurder van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, toen ze de rol toelichtte van het waterschap in de aanpak van ruimtelijke adaptatie in Noord-Holland. Hartog was een van de bestuurders en adviseurs die spraken tijdens het online event dat het Noord-Hollandse Klimaatnetwerk Noorderkwartier vorige week hield. Meteoroloog Helga van Leur leidde de bijeenkomst en bevroeg naast Hartog, Annette de Groot (wethouder Heerhugowaard), Peter Glas (deltacommissaris), Steven Slabbers (adviseur), Willem Stam (adviseur) en Tim van Hattum (onderzoeker WUR).

Centrale vraag: hoe zorg je voor een klimaatbestendige omgeving? Met een deltacommissaris, een waterschapsbestuurder en een wethouder werd het thema klimaatadaptatie op verschillende bestuurlijke niveaus aangesneden, van lokaal ('tegel eruit, plant erin') tot landelijk en met korte- en langetermijnperspectieven.

Consensus was er over de noodzaak om de bewustwording over klimaatadaptatie te vergroten ('een clusterbui helpt'), maar in de reacties en toelichtingen zat ook opgesloten dat er in de planontwikkeling en de daaropvolgende uitvoering gezocht moet worden naar nieuwe vormen van samenwerking om te komen tot de noodzakelijke integrale oplossingen. En dat is geen abc-tje, er zijn vele maatschappelijke opgaven waar rekening mee moet worden gehouden bij de (her)inrichting van stad en platteland.

Verbinden
Er moet veel gepraat worden, zei wethouder De Groot, als tegenstellingen overbrugd moeten worden in de ontwikkeling of herinrichting van een wijk. Ruimtelijke opgaven (de grote bouwopgave vraagt om verdicht bouwen) en klimaatadaptatie (groen en blauw vergen ruimte) leiden tot tegenstellingen. “Het gaat om verbinden, begrip hebben voor elkaars standpunten.”

klazien hartog 180 vk bKlazien HartogHet pleit voor groen en blauw ligt gezien hun expertise bij de waterschappen, maar die hebben niet de regie als het gaat om ruimtelijke ordening, die ligt bij gemeenten en provincies. Waterschappen moeten daarom zorgen dat ze op tijd aanschuiven in het proces, aldus hoogheemraad Hartog. “We willen er vooraan bij betrokken worden, zodat we op tijd kunnen zeggen: hier moet je ruimte houden voor water of groen.”

Plausibele toekomstbeelden
Deltacommissaris Glas heeft in zijn rol als landelijke beleidsmaker te maken met klimaatverwachtingen die steeds worden bijgesteld. Hoe anticipeer je daarop, vroeg Van Leur. Glas: “Wij kiezen niet voor één scenario. We houden de verschillende plausibele toekomstbeelden en dat zijn combinaties van fysieke en sociaal-economische omstandigheden, allemaal in de lucht. En we proberen daar op een adaptieve manier, stapje voor stapje in de tijd, op te anticiperen en daarin te manoeuvreren, zodat je ook kunt doorschakelen.”

Willem Stam vk 180 Willem StamRicht de deltacommissaris zijn beleid op 2050 ('In 2050 zijn we klimaatbestendig en waterrobuust'), gemeenten kijken niet verder dan 4 jaar, onderstreepte gemeentelijke adviseur Stam. Dat kortetermijndenken wordt gezien als een probleem.

Stam: “Er is geen gemeentebestuur dat 30 jaar vooruitdenkt, 4 jaar is net lang genoeg. En er is ook bijna geen traditie om zolang vooruit te kijken. We hebben straks een omgevingswet, dan moeten omgevingsvisies worden gemaakt en je ziet dat gemeenten daar enorm mee worstelen. Zeker de wat kleinere gemeenten zitten daar mee. Er is geen traditie, en er is ook een en ander weggeorganiseerd. Integrale plannen maken voor gebieden, dat gebeurt niet zoveel meer.”

Trotse renaissancepolders
Steven Slabbers 180vkb Steven SlabbersSteven Slabbers, landschapsarchitect en provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit van Noord-Holland, gaf een schets van het Noorderkwartier, het deel van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal: “Als je aan het landschap van Noord-Holland denkt, dan denk je aan de polders, aan de droogmakerijen, aan de Beemster, de Purmer, de Schermer, die prachtige, trotse renaissancepolders. Er liggen ook hele kleine droogmakerijen, bijna als amuses in het landschap. Dat zijn diepe kommen in een venige natte omgeving.”

Slabbers noemde het de grootste uitdaging om alle grote opgaven voor de toekomst te verbinden in het in de vorige eeuw als voedselproductiegebied ingerichte buitengebied. “Nu is het energiemotor, regenton, de koelmotor van en de natuurparel bij de stad. En daar komt een reeks aan nieuwe opgaven bij: bodemdaling, de CO2-uitstoot die met 50 procent moet worden teruggebracht, stikstofdepositie, energietransitie, kringlooplandbouw. De impact van al die nieuwe opgaven op ons landschap zal veel groter zal zijn dan we ons kunnen voorstellen. En misschien nog wel groter dan de impact van de naoorlogse ruilverkaveling.”

Strategisch compas
De provinciaal adviseur stelde onder verwijzing naar het Deltaplan uit 1958 dat we een strategisch kompas nodig hebben, een stip op de horizon, ‘die ons helpt om maatregelen voor de korte termijn te bepalen die voldoende ‘no regret’ zullen zijn’, maar er ook toe leidt dat we niet meteen voor bestaande en bewezen oplossingen kiezen.

In het werkgebied van HHNK, het Noorderkwartier, zag de adviseur en landschapsarchitect al enkele ‘fantastische projecten’ waarbij ‘een beetje out of the box’ is gedacht: de Hondsbossche en Pettemer Zeewering en het Stadsstrand Hoorn. In beide projecten komen meerdere opgaven samen in niet voor de hand liggende oplossingen, zoals de realisering van een nieuw duingebied in plaats van het ‘opkleien’ van de zeedijk.

Slabbers: “Zoals gezegd, de grootste opgave is: hoe kunnen we al die opgaven combineren. Dat moet, want we hebben te weinig ruimte om elk van de vraagstukken afzonderlijk op te lossen. Door die opgaven te combineren, kun je de meest interessante omgevingen maken. Dat vraagt om nieuwe vormen van samenwerking.”

Visiedocument
Een bijzondere stip op de horizon, het visiedocument ‘Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120’, werd nog eens toegelicht door Tim van Hattum, programmaleider klimaat aan de Wageningen University & Research. De WUR-visie over de toekomst van Nederland met natuur in de hoofdrol, werd begin dit jaar gepresenteerd.

Het verhaal is ontzettend aangeslagen, stelde Van Hattum. “De mensen worden platgebombardeerd met slecht nieuws over de toekomst, ze snakken naar een toekomstverhaal, een wenkend perspectief”, zei de onderzoeker. “Ze willen weten: waar gaan we naar toe, hoe ziet ons land er straks uit? Dat verhaal wilden wij maken.”

 

KLIMAATNETWERK NOORDERKWARTIER
Ruimtelijke adaptatie betreft de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. In 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gelanceerd met het doel de aanpak te intensiveren en te versnellen. Dit landelijke deltaplan is een initiatief van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk, maar in de ruimtelijke ordening hebben gemeenten en provincie de regie, waterschappen moeten aanschuiven en expertise over water inbrengen.
In Noord-Holland richt het Noord-Hollandse kennisnetwerk Klimaatnetwerk Noorderkwartier, een initiatief van gemeenten, provincie en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), zich op het vergroten van bewustzijn en delen van kennis op het gebied van klimaatadaptatie. De focus is gericht op het Noorderkwartier, het deel van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal.

 

LEES OOK
H2O premium: Groenblauwe visie WUR voor 2120 slaat enorm aan
H2O actueel: WUR-onderzoekers: 'Nederland is over 100 jaar klimaatpositief'

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.