De Tweede Kamer heeft het boren naar aardwarmte verboden in gebieden die bestemd zijn voor de winning van drinkwater uit grondwater. Dat gebeurde via een amendement voor aanpassing van de Mijnbouwwet.

Dit amendement is ingediend door de Kamerleden Silvio Erkens (VVD) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) en houdt verband met de wijziging van de Mijnbouwwet om geothermie beter mogelijk te maken. Omstreden was hun voorstel niet. Bijna alle partijen stemden gisteren voor, alleen de driemansfractie van Groep Van Haga was tegen. Ook staatssecretaris Hans Vijlbrief van Mijnbouw liet tijdens het Kamerdebat van 17 februari al weten er positief tegenover te staan.

Het wettelijke verbod geldt voor aardlagen die zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder gebieden, die zijn aangewezen of gereserveerd voor de winning van drinkwater uit grondwater. Dergelijke gebieden mogen niet worden doorboord voor het opsporen en/of winnen van aardwarmte, voor zover de provinciale verordening dit niet toestaat.

Met het amendement wordt volgens de toelichting van Erkens en Grinwis tegemoetgekomen aan de zorgen die bij provincies en drinkwaterbedrijven leven. Dat het verboden is om de betreffende aardlagen te doorboren, zal ook expliciet duidelijk worden gemaakt bij de toewijzing van zoekgebieden voor aardwarmte.

Schuin boren nog wel mogelijk
De twee Kamerleden merken op dat het verbod niet geldt voor schuine boringen. Het is onder strenge voorwaarden en met monitoring toegestaan om aardwarmte te winnen, als het mijnbouwwerk buiten het drinkwatergebied ligt en er schuin wordt geboord onder de aardlagen met het grondwater voor drinkwater.

Belangrijk is dat er dan geen risico’s voor de kwaliteit van het grondwater zijn. De aanvullende voorwaarden en monitoring voor schuin boren worden nog in lagere regelgeving uitgewerkt.

Vewin: drinkwater beter beschermd
Vewin is verheugd over het wettelijke verbod. De vereniging van waterbedrijven vindt dat dit bijdraagt aan de bescherming van de drinkwatervoorziening. Gezien hun toelichting hebben de twee Kamerleden een ruime reikwijdte van het verbod voor ogen, aldus Vewin.

Vewin wijst nog op enkele andere aangenomen amendementen die het drinkwaterbelang ten goede komen. Op voorstel van Faissal Boulakjar (D66) krijgt de minister van Infrastructuur en Waterstaat een stem in de besluitvorming wanneer er sprake is van afwijking van de advisering van provincies, voor zover dit gaat over grondwater voor de drinkwatervoorziening. Ook ging de Tweede Kamer akkoord met amendementen over de voorschriften voor boorgaten in verband met het risico op lekkages en corrosie (Erkens) en over de financiële zekerstelling van het schadeherstel als door een aardwarmteproject het grondwater of de bodem verontreinigd wordt (Sandra Beckerman, SP).

Geothermie Nederland: goede afstemming belangrijk
Geothermie Nederland is positief dat een meerderheid in de Kamer akkoord is gegaan met de wijziging van de Mijnbouwwet. De belangrijkste aanpassing is die van het vergunningsstelsel voor het opsporen en winnen van aardwarmte. Volgens de branchevereniging was tijdens het debat van vorige week al overduidelijk dat de Kamer en de staatssecretaris er alles aan gelegen is dat geothermie goed van de grond komt om de essentiële bijdrage aan de energietransitie te kunnen leveren.

In verband met het verbod vindt Geothermie Nederland het van belang dat er een goede afstemming plaatsvindt tussen drinkwaterwinning en geothermie. De sector neemt hier al een grote verantwoordelijkheid in en met de bijbehorende wet- en regelgeving en toezicht wordt hierin verder voorzien, wordt opgemerkt. De gewijzigde Mijnbouwwet gaat nu voor behandeling naar de Eerste Kamer.

Aanvulling 1 maart
Volgens een op 28 februari gepubliceerd bericht van het ministerie van Economsiche Zaken en Klimaat wordt er gestreefd naar een inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023. De komende tijd gaat het ministerie met de geothermiesector goede afspraken maken over de wijzigingen in de vergunningensystematiek.

 

MEER INFORMATIE
Amendement Kamerleden Erkens en Grinwis
Verslag Kamerdebat 17-2 over wijziging Mijnbouwwet
Reactie van Vewin op het wettelijke verbod
Geothermie Nederland over de aanpassingen
H2O Actueel: geothermiesector klaar voor groeispurt
H2O Actueel: strategische grondwatervoorraden
H2O Actueel: strijd om de ondergrond
H2O Actueel: rapport Algemene Rekenkamer

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!