0
0
0
s2smodern
Interessant? Deel dit artikel met uw (water)netwerk!
0
0
0
s2smodern
powered by social2s

De droge zomer is een goede les geweest voor het drinkwaterbedrijf PWN. “Wij beseften voor het eerst hoe kwetsbaar we als PWN zijn”, zegt algemeen directeur Joke Cuperus. Zij wil een betere monitoring in het IJsselmeer om tijdig maatregelen te kunnen nemen.

Door de klimaatverandering staat de waterkwaliteit onder druk bij alle locaties waar oppervlaktewater wordt gewonnen voor drinkwater. Met deze constatering begint Joke Cuperus haar lezing op de Aqua Nederland Vakbeurs in het kader van de Nationale Watertechnologie Week. Voor PWN is de verslechterende waterkwaliteit een groot probleem, omdat het Noord-Hollandse waterbedrijf zijn drinkwater voor 95 procent uit oppervlaktewater haalt. 

Twee derde van het water komt uit het IJsselmeer. Welke risico’s dit met zich meebrengt, bleek vorig jaar. Cuperus: “Het was écht crisis bij ons afgelopen zomer. Het IJsselmeer werd veel te zout. Het chloridegehalte steeg zo ernstig dat we dachten: als dit zo doorgaat, kunnen we geen water meer innemen. Toen beseften wij voor het eerst hoe kwetsbaar we als PWN zijn. Dat de kwaliteit zo slecht werd, hadden we niet kunnen dromen.”

De oorzaak was een samenloop van omstandigheden. Door de droogte voerden de rivieren minder zoet water aan. Om voldoende water in het IJsselmeer te houden, hield Rijkswaterstaat tijdelijk op te spuien in het belang van de scheepvaart. “Daardoor waren er enorme zoutlozingen in het IJsselmeer”, zegt Cuperus. “Omdat de zoutputten niet werden gespuid, kwamen wij bij PWN in de problemen door een te hoog chloridegehalte in het water.”

Te weinig meetpunten
Cuperus vindt dat de monitoring bij het IJsselmeer beter kan en moet. “Je moet al lang van te voren aan zien komen dat het niet de goede kant uitgaat. Er zijn nu te weinig meetpunten. Daar komt nog bij dat de meetpunten van PWN en Rijkswaterstaat verschillen, waardoor er andere dingen worden gemeten. Dat zorgde voor verwarring tijdens de droogteperiode. Daarom wordt er gewerkt aan een gezamenlijk zoutmeet- en monitoringsplan.” PWN voert zelf een ankerverkenning uit. “Wij kijken of we nieuwe bronnen kunnen aanboren voor de productie van drinkwater of meer zoetwatervoorraden moeten aanleggen.”

 'Dat de kwaliteit van het water zo slecht werd, hadden we niet kunnen dromen'

De aandacht voor drinkwater schiet in de ogen van Cuperus sowieso tekort. “Ik steek in bestuurlijke overleggen daarom regelmatig mijn vingertje op: houd ook rekening met drinkwater.” Een situatie als in de zomer van 2018 kan weer voorkomen, stelt Cuperus. “Maar we zijn wel beter voorbereid. De partijen hebben er veel van geleerd en er is steeds meer begrip voor het drinkwaterbelang. Dat is een goed teken. Zoals we er nu voorstaan en samenwerken, verwacht ik voor komende zomer geen problemen meer.”

Opwarming van water
De PWN-directeur snijdt ook het thema van de impact van klimaatverandering op het leidingnet aan in haar lezing Samen het hoofd én het drinkwater koel houden. Deze titel is letterlijk te nemen, vertelt Cuperus. "We zien dat het water in leidingen opwarmt. Bij een temperatuur van het water boven de 25 graden is er groei van micro-organismen zoals legionella. Ook moeten we meer kookadviezen uitbrengen.”

PWN levert jaarlijks ruim 108 miljoen kubieke meter drinkwater aan bijna achthonderdduizend consumenten, bedrijven en instellingen. Er ligt zestienduizend kilometer aan leidingen, waarvan zesduizend kilometer in de voortuinen van klanten. “Dat is ons ondergrondse goud die niemand ziet”, zegt Cuperus. “We proberen het leidingnet natuurlijk zo heel mogelijk te houden. Maar met stormen en overstromingen gaan leidingen eerder bewegen en wordt de kans groter op leidingbreuken. Er is dus een dubbel risico, zowel bij de leidingen zelf als in de leidingen door warmer water.”

Proeftuin
PWN neemt daarvoor diverse maatregelen. Het waterbedrijf verbetert het zicht op hotspots en probeert extra leidingbreuken te voorkomen door jaarlijks beduidend meer kilometers aan leidingen te vervangen. Ook creëert PWN een proeftuin voor het beheersbaar houden van waterkwaliteit. Cuperus: “Hierin kun je simuleren wat er bijvoorbeeld gebeurt bij extreme droogte.”

Cuperus wijst nog op een ander probleem. Er komen steeds meer leidingen in de ondergrond bij. “Onze eigen leidingen liggen onderin. Ik ga wel eens met een monteur mee en denk dan: wat een werk voordat je helemaal aan de onderkant bent. We moeten bijvoorbeeld voorkomen dat warmtedistributieleidingen onze drinkwaterleidingen raken. De boodschap aan gemeenten is om ons tijdig te betrekken bij het openleggen van de grond. Dan kunnen ook meekoppelkansen worden benut.” 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Jacques Schievink · 3 months ago
    Ik tref in het artikel hetvolgende citaat aan: “Om voldoende water in het IJsselmeer te houden, hield Rijkswaterstaat tijdelijk op te spuien in het belang van de scheepvaart. “Daardoor waren er enorme zoutlozingen in het IJsselmeer”, zegt Cuperus. “Omdat de zoutputten niet werden gespuid, kwamen wij bij PWN in de problemen door een te hoog chloridegehalte in het water.”
    Het woordje “daardoor” stelt me voor een raadsel. Om welke zoutputten gaat het hier?
    Jacques Schievink

KNW Lidmaatschap

"KNW Waternetwerk verbindt waterprofessionals in een uniek platform"

Word ook lid

Laatste reacties op onze artikelen

Bodemdaling en HWBP kunnen niet los van elkaar worden gezien. Bij de veronderstelling dat we in de delta blijven wonen zal het antwoord dan ook moeten zijn temporiseer dijkverhogen (draagvlak slappe bodem is beperkt) en druk het laag gelegen land geologisch op (ongeveer 1/3 deel NL) in het tempo van de zeespiegel stijging. Benut daarvoor de stoffen die we niet langer in de atmosfeer willen stoten (CO2) en bindt deze tot een slurry.
De wet van Pascal zal ons daarbij helpen, waarbij we feitelijk omkeren wat nu in de onttrekking van gas als bodemdaling herkennen. Ga over tot een programma dat gebouwen/huizen niet langer passief gefundeerd zijn, maar eenvoudig waterpas gesteld kunnen worden. Zie dit als een de komende eeuwen doorlopend programma zodat de delta veilig blijft, de rivieren weer geleidelijk onder maaiveld komen en het veenlandschap in zijn charme gepoogd kan worden gelijktijdig te behouden als Carbon link. Slappe bodem wordt dan zelf een non-onderwerp.
De kosten en middelen voor zo'n programma zullen het geleidelijk winnen van steeds hogere en middelen verslindende dijken en waterbouwkundige constructies (denk aan stormvloedkering), zoute kwel wordt stapsgewijs beheerst en de bodemvruchtbaarheid is verzekerd.
Zoek allianties met die partijen die nu aan de bron van de koolstof economie hebben gestaan. Zij beschikken over de juiste expertise om dit proces van dalen in stijging om te zetten en de diepe boring naar zeg drie km diepte veilig te openen, beheren en te sluiten.
Zoek kort gezegd het juist niveau en tijdschema om problemen in de badkuip te beheersen. Dat overstijgt de slappe bodem.
De technologie en ervaring zal wereldwijd toepasbaar zijn en een antwoord geven, anders dan simpel CO2 in de diepe bodem brengen.
Wat een informatie: "De grondwaterstanden zijn momenteel gemiddeld tot laag voor de tijd van het jaar. In de laaggelegen delen zijn ze normaal, maar in de hooggelegen zandgebieden nog altijd ‘zeer laag".. Laat toch eens wat grafieken zien!!!! Er wordt zoveel gemeten. En de deskundigen kunnen het uitleggen.
Het moet zijn community of practice, of die betreffende bouwmarkt moet hier bij betrokken zijn.
N2O + O3
Met ander woorden: lachgas afvangen en ozon toevoegen. O3 kun je maken uit restproduct bij waterstofproductie.
Dus oplosbaar dit probleem?
@Erik van LithWe hebben inderdaad ook designers in het project betrokken. Zij hebben ons geholpen door ons technieken aan te leren die zij gebruiken bij empathisch onderzoek: hoe kom je achter de drijfveren van mensen.
En in vijf gemeenten in Zuid-Nederland zijn ontwerpers met een concreet vraagstuk aan de slag gegaan, samen met ambtenaren en bewoners. Ze vonden het een heel leuk en interessant vraagstuk om aan te werken. Het heeft veel losgemaakt daardoor. We hebben veel van elkaar geleerd.
Als je meer wilt weten, neem dan even contact op met Dick of mij (Karla Niggebrugge, kniggebrugge@brabant.nl)

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

(advertentie)

Wij maken gebruik van cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. Als je onze site bezoekt, ga je akkoord met het gebruik hiervan.      Ik snap het