0
0
0
s2smodern

Mkb-bedrijven kunnen voor een innovatie een subsidie krijgen op basis van de MIT-regeling. Deze regeling is onder meer bedoeld voor de topsector Water. Voor een aantal instrumenten kunnen nu aanvragen worden ingediend.

De afkorting MIT staat voor Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren. Het doel van de regeling is om de innovatie in het midden- en kleinbedrijf over regiogrenzen heen te bevorderen. In totaal is dit jaar een bedrag van 55,75 miljoen euro beschikbaar. Dat levert naar verwachting rond de 155 miljoen euro op aan investeringen voor innovaties vanuit het mkb.

De MIT-regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en door diverse regio’s. Voor mkb-bedrijven in de watersector is de regeling interessant, zegt Maurice Luijten, liaison officer topsector Water bij RVO. “Zij pakken redelijk goed hun aandeel.”

Een bedrijf kan subsidie krijgen voor een kennisvoucher, innovatieadviesproject, haalbaarheidsproject of R&D-samenwerkingsproject. Voor de eerste drie instrumenten kan sinds gisteren (11 april) een aanvraag worden ingediend. Hierbij geldt het principe van ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. “Bij haalbaarheidsbaarheidsprojecten gaat het meestal snel”, zegt Luijten. “Als je nu pas aan je aanvraag begint, is het waarschijnlijk te laat. Bij innovatievouchers valt het daarentegen vaak wel mee. Het is daarom raadzaam onze website te raadplegen.”

Zo’n 60 procent van het MIT-budget gaat naar R&D-samenwerkingsprojecten van minimaal twee mkb-ondernemers. Zij voeren een industrieel onderzoek uit of zijn bezig met een experimentele ontwikkeling. Daarbij delen ze kosten en risico’s. “Hier liggen mooie kansen”, aldus Luijten. “Vanuit de watersector is er veel belangstelling voor. Je kunt twee à drie ton krijgen voor een R&D-samenwerkingsproject. Een aanvraag indienen is vanaf 3 juli mogelijk. Na het verstrijken van de aanvraagtermijn op 7 september worden de aanvragen op basis van het tenderprincipe behandeld. Alle projecten worden op basis van een aantal criteria met elkaar vergeleken en gerangschikt.”

Volgens Luiiten is de MIT-regeling een succes. Hij wijst op een in maart gepubliceerd evaluatierapport. Hieruit blijkt dat de afgelopen vier jaar bijna vierduizend mkb-bedrijven de regeling hebben gebruikt. Luijten vertelt nog over zijn ervaringen met waterbedrijven. “Het mooie is dat zij veel over de grenzen van de eigen sector kijken en de verbinding zoeken met bijvoorbeeld de tuinbouw en de voedselindustrie. Juist cross-sectoraal liggen kansen voor innovaties met daarna marktkansen in het verschiet.”

Voor meer informatie kunt u hier op de site van RVO terecht. De loketwijzer helpt u bij een aanvraag de weg naar het juiste loket te vinden.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.
@Michael BentvelsenZoals Leo aangeeft is het onwaarschijnlijk om een “kapot/niet actief” virus aan te tonen met de test aangezien het RNA zeer onstabiel is en in afvalwater snel zal worden afgebroken. Dat het virus nog aangetoond wordt suggereert dus dat de envelop nog intact is en het virus mogelijk nog actief.
Meten en testen is prima, is ook gewenst. Inmiddels bewezen dat Ozon een goede oplossing is. Zie RWZI Houten, RWZI De Groote Lucht, RWZI Aarle-Rixtel, alle hadden goede resultaten met gedateerde Ozontechnieken.
De berichtgeving moet zuiver. Als het effluent getest is met een PCR-laboratorium bepaling wordt er getest op de aanwezigheid van (een deel van) het RNA. Dat kan positief zijn terwijl het virus al lang dood is. Dan zijn er virusresten gevonden, dat is echt wat anders dan het Horus. Dit is van belang om paniek te voorkomen!!
@Leo Heijnen (KWR)De methode meet verschillende 'delen van het RNA' zeg je, en daarmee niet het intacte RNA, en ook niet de virusdeeltjes. Het resultaat bevestigt daarmee dat er SARS-CoV-2 in het monster aanwezig WAS! Niet IS! N.B. Na opwerking van het monster voor detectie kun je niet meer spreken van IS!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.