Richt het heuvellandschap in het zuiden van Limburg op een meer natuurlijke manier in, om water beter vast te houden. Daarvoor pleit ARK Natuurontwikkeling naar aanleiding van de overstromingen van de Geul en de Gulp in juli.

Wat een maand geleden gebeurde, heeft volgens de natuurorganisatie duidelijk gemaakt dat er nieuwe maatregelen tegen wateroverlast nodig zijn. In de gebieden waar riviertjes als de Geul en de Gulp doorheen stromen moet meer ruimte voor water komen, zegt bioloog Hettie Meertens van ARK Natuurontwikkeling. “Wij pleiten voor een meer natuurlijke inrichting van de plateaus en hellingen in Zuid-Limburg en minder intensief landgebruik. Daardoor wordt water beter geborgen.”

Meer bossen en ruige graslanden
Hettie Meertens vk Hettie MeertensDe overvloedige regen die half juli viel, kwam vanaf de hoogtes snel in de dalen terecht. Op de heuvels liggen veel landbouwakkers die intensief worden gebruikt, vertelt Meertens. “Zij zijn het minst positief voor de waterhuishouding, omdat regendruppels met de modder mee naar beneden roetsjen. Dit zorgt in de dalen voor zowel hoogwaterpieken als modderstromen.” Daar komt bij dat graslanden die voor landbouw worden gebruikt her en der gedraineerd zijn. “Drainagepijpen en -kanaaltjes zorgen ook voor een snelle afwatering.”

De oplossing is om meer bossen en ruige graslanden met struwelen aan te leggen, aldus Meertens. “Een natuurlijke vegetatie van bomen en struiken zorgt voor een goede waterinfiltratie. Regenwater kan meteen de bodem intrekken en daarna langzaam het grondwater aanvullen. Hierdoor is de kans op vloedgolven in de beekdalen kleiner. In ieder geval zullen deze vloedgolven minder hoog zijn.”

Meerdere doelen gediend
Meertens wijst erop dat het natuurlijker inrichten van het landschap in het zuiden van Limburg niet alleen belangrijk is vanuit het oogpunt van bergen van water. “Hiermee bevorder je ook de biodiversiteit, creëer je nieuwe mogelijkheden voor recreatie en toerisme en doe je wat aan de stikstofproblematiek en de uitstoot van CO2. Je slaat dus meerdere vliegen in een klap. Het wordt zo een fijne opgave om aan te werken.”

In de beekdalen zijn volgens Meertens meer overstromingsvlakten nodig, in navolging van de aanpak bij het project Grensmaas. “Richt waar het kan natuurlijke overstromingsvlakten in en haal daarbij wat van de oever af. Hoogwater kan dan de breedte in. Zeker voor het Geuldal zijn overstromingsvlakten een interessante optie om te onderzoeken. Vanaf gemeente Valkenburg is de dalvlakte best breed.”

Waterbekkens weinig nut bij extreme regen
In de voorbije decennia zijn er in Zuid-Limburg zo’n vierhonderd waterbekkens aangelegd. Het gaat om kuilen waarlangs een dam ligt. Het is niet verstandig om vooral op deze regenwaterbuffers in te zetten, zegt Meertens. “De waterbekkens kunnen bij hevige regenbuien even helpen, als ze ten minste op een goede plek liggen want dat is ook niet altijd zo. Het probleem is dat zij in een extreme situatie zoals in juli overstromen. Dan komt in een keer veel water los. Tevens bestaat soms het gevaar dat een doorweekte dam doorbreekt.”

Overstromende waterbuffer                    Overstromende waterbufferDe regenwaterbuffers vervullen ook slechts een halve functie. “Nadat de regen is opgehouden, worden ze snel geleegd om klaar te zijn voor een volgende bui. Het water wordt dus niet opgevangen in de bodem. In droge tijden sta je dan met lege handen.”

Aankoop of ruil van grond
De natuurlijke aanpak vraagt van overheden, terreineigenaren en agrariërs dat zij op hun eigen grondgebied de kansen voor het vasthouden van water benutten. Meertens: “Je moet vanuit de grondpositie werken. Kijk bijvoorbeeld als waterschap of provincie naar de aankoop of ruil van grond om clusters van gebieden te creëren waar water kan worden geborgen. Zorg voor een goed budget om grond te kopen van boeren die willen stoppen.”

Ook samenwerking met de ooster- en zuiderburen is belangrijk, zegt Meertens. Vooral met België omdat de Geul en de Gulp ontspringen in Wallonië. “Wij kunnen als Nederlanders niet zeggen wat Belgen moeten doen. We kunnen wel laten zien hoe we zelf anders met water omgaan en hen daarmee inspireren.”

Met geld van onder meer de Europese Unie en de provincie Limburg heeft ARK Natuurontwikkeling projecten in het grensgebied opgezet, samen met Vlaamse en Waalse natuurorganisaties. In het Drielandenpark is aan beide kanten van de grens ongeveer 160 hectare landbouwgrond aangekocht, vertelt Meertens. “Wij hebben het gebied natuurlijk en deels nat ingericht.” Er zijn meer dan 200.000 bomen en struiken aangeplant. Ook met maatregelen als het vernatten van bronweides door verwijdering van drainages en het graven van laagten is de waterinfiltratie verbeterd.

 

MEER INFORMATIE
Bericht van ARK Natuurontwikkeling
H2O Actueel: actieplan water in Limburg
H2O Actueel: beekdalbrede aanpak
H2O Actueel: vasthouden water door boeren

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!