De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) start een onderzoek naar hoe het gesteld is met de veiligheid van de digitale omgeving van Waternet. Dit  is gericht op het voor drinkwater relevante deel van Waternet. Daarbij wacht de inspectiedienst niet op de resultaten van een extern onderzoek dat het Amsterdamse watercyclusbedrijf zelf laat houden.

Dat schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in een brief over het versterken van de cyberweerbaarheid in de watersector die zij naar de Tweede Kamer stuurde. De minister reageert hiermee op vragen die het Kamerlid Corrie van Brenk (50PLUS) in september stelde. Het onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport houdt verband met twee artikelen van het journalistieke onderzoeksplatform Follow the Money (FTM) over de digitale beveiliging bij Waternet.

Digitale beveiliging gehekeld door FTM
Deze beveiliging lekt volgens het eerste artikel van 19 september aan alle kanten. Zo kunnen medewerkers gegevens downloaden op eigen laptops en telefoons, worden kritieke kwetsbaarheden genegeerd en is de netwerkarchitectuur slecht. In een reactie stelde Waternet dat de berichtgeving grotendeels gebaseerd is op verouderde en/of onjuiste informatie. Veel van de genoemde veiligheidsproblemen zijn verholpen en er wordt hard gewerkt om de verdere knelpunten aan te pakken, werd opgemerkt. Om dat te laten valideren, kondigde Waternet aan een externe partij in te schakelen voor een onderzoek naar de bevindingen van FTM.

In het tweede artikel dat drie dagen geleden is gepubliceerd, schrijft FTM dat Waternet-directeur Roelof Kruize en dijkgraaf Gerhard van den Top (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, samen met de gemeente Amsterdam eigenaar van Waternet) een vernietigend rapport over de resultaten van een penetratietest hebben verzwegen voor andere bestuurders. Onderzoekers van het gespecialiseerde bureau Hoffmann konden bij deze test gemakkelijk de computersystemen binnendringen. Ook de ILT is daarover niet geïnformeerd en dat is reden om zelf een onderzoek te starten, blijkt uit de Kamerbrief van Van Nieuwenhuizen.

“Naar aanleiding van de eerdere publicatie over Waternet door FTM heeft de ILT als toezichthouder op het drinkwaterbedrijf in het kader van de Wbni (Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, red.) op 27 oktober jl. een gesprek met de directie van Waternet gevoerd. Op 2 november jl. heeft FTM een nieuw artikel gepubliceerd waarin wordt gesteld dat Waternet bewust een kritisch extern onderzoek (een zogeheten pen-test) zou hebben achtergehouden.

De ILT was voorafgaand aan de publicatie van FTM niet op de hoogte van de inhoud van de rapportage over deze test. De conclusies van de pen-test en het feit dat Waternet de ILT niet eerder heeft geïnformeerd baren de ILT zorgen. Daarom zal de ILT de resultaten van het door Waternet ingestelde onderzoek - dat 2 tot 3 weken is vertraagd - niet afwachten en zelf een onderzoek instellen”, aldus de minister.

‘Drinkwaterdeel’ Waternet onderzocht
Het onderzoek richt zich op het voor drinkwater relevante deel van Waternet en de naleving van de Wbni, de governance van de organisatie en de leveringszekerheid van drinkwater. ILT heeft alleen daarvoor toezichts- en handhavingstaken. Van Nieuwenhuizen meldt dat zij geen specifieke bevoegdheden op het vlak van cybersecurity heeft ten opzichte van de decentrale overheden in het waterbeheer.

De bewindsvrouw gaat nog in op de vraag van Van Brenk of er door Waternet onacceptabele beveiligingsrisico’s worden genomen, waardoor de drinkwaterlevering in gevaar zou kunnen komen. “De ILT geeft aan op dit moment geen reden te zien om aan te nemen dat de leveringszekerheid van het drinkwater bij Waternet als gevolg van cyberrisico’s in het geding is. De verwachting van de ILT is dat begin 2021 een completer beeld beschikbaar is. Hierbij zal de ILT ook het externe auditrapport over Waternet betrekken.”

Ook onderzoek bij andere organisaties
Wat betreft andere drinkwaterbedrijven zijn er volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport geen concrete signalen dat zij niet zouden voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. “Als dit wel het geval zou zijn, heeft de ILT de bevoegdheid om in te grijpen.”

Van Nieuwenhuizen heeft de ILT verzocht om dit jaar bij alle aanbieders van essentiële diensten op het terrein van Infrastructuur en Waterstaat, inclusief Waternet, onderzoek te doen naar het inzicht in bekende kwetsbaarheden en de borging en werking van het patchmanagement (aanpak om kwetsbaarheden te herstellen). Dit gebeurt vanwege het belang van het tijdig opvolgen van beveiligingsadviezen.


UPDATE 10 NOVEMBER

Minister Van Nieuwenhuizen heeft op 10 november vragen van het Kamerlid Van Brenk schriftelijk beantwoord. Hierin wordt nog wat uitgebreider op de kwestie ingegaan. De minister schrijft dat de ILT op 2 november de rapportage van de pen-test heeft opgevraagd en een dag later alsnog heeft gekregen. Ook laat ze weten: “Het is geen gangbare praktijk dat aanbieders van essentiële diensten de uitkomsten van vertrouwelijke pen-testen periodiek ongevraagd aan toezichthouders toesturen. Het was echter, gegeven de actuele omstandigheden, passend geweest als de ILT tijdig was ingelicht door Waternet, ook al was er op dat moment geen wettelijke verplichting of concreet verzoek vanuit de ILT om dat te doen.”

Op inhoudelijke vragen over de beveliging en mogelijke interventies gaat Van Nieuwenhuizen niet in. Daarvoor moeten volgens haar de resultaten van zowel het lopende onderzoek van de ILT als het extern uitgevoerde onderzoek in opdracht van Waternet worden afgewacht. Hieronder is een link toegevoegd naar deze beantwoording van Kamervragen.

 

MEER INFORMATIE
Tweede Kamerbrief minister IenW (4 november)
H2O-bericht over extern onderzoek door Waternet
Artikel FTM op 2 november (betaald)
Beantwoording Kamervragen door minister (10 november)

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!