0
0
0
s2smodern

De hoogwatergeul Veessen-Wapenveld van waterschap Vallei en Veluwe heeft de Betonprijs 2017 voor natte waterbouw gewonnen. De jury noemt het bouwwerk ‘een prachtige landschappelijke ingreep’.

De hoogwatergeul Veessen-Wapenveld is gebouwd in het kader van het Rijkswaterstaat-programma Ruimte voor de Rivier. De bouw werd begin oktober afgerond. Vertegenwoordigers van de partijen die daarbij waren betrokken namen gisteren (woensdag 15 november) de Betonprijs 2017 in ontvangst: waterschap Vallei en Veluwe, Ruimte voor de Rivier, aanneemcombinatie IJsselweide (Boskalis&Van Hattum en Blankevoort) en architect ZUS.

De hoogwatergeul is volgens de jury een ‘typisch voorbeeld van waar Nederlandse ingenieurs goed in zijn: het beheersen van ons waterland’. Het bijzondere aan de watergeul is dat waterbeheer en agrarisch grondgebruik op elkaar zijn afgestemd. ‘Blijkbaar hoeft de noodzaak om land te reserveren voor het bufferen van water het agrarisch gebruik niet in de weg te staan.’ Dat voorkomt frustratie. Bovendien is de hoogwatergeul volgens de jury ‘een prachtige landschappelijke ingreep’. ‘Hierdoor krijgt het civieltechnische begrip kunstwerk ineens zijn poëtische betekenis.’

Dijkgraaf Tanja Klip-Martin van Vallei en Veluwe is trots op het winnen van de Betonprijs en sluit zich aan bij het oordeel van de jury: ‘Door gebruik te maken van de juiste materialen en de juiste vormgeving versterkt het waterwerk het landschap.’

Andere genomineerden voor de Betonprijs 2017 waren LNG zeesteiger Duinkerken en GBF Windmolenfundatie Noordzee.

Klik hier voor een animatiefilmpje over de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld en lees hier over de ingebruikname begin 2017.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.