De waterschappen hebben in 2021 meer rioolwater gezuiverd dan drie jaar daarvoor. In totaal werd 1,96 miljard kubieke meter aangevoerd om te worden gezuiverd, ongeveer 10 procent meer dan in 2018. De hoeveelheid gezuiverd rioolwater dat wordt ingezet voor het hergebruik van grondstoffen, is in dezelfde periode ruim verdubbeld.

Deze feiten en cijfers staan in de door de Unie van Waterschappen gepubliceerde Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer 2022. De waterschappen geven hiermee inzicht in de resultaten en kosten van het rioolwaterzuiveringsbeheer. Deze vergelijking vindt sinds 1999 elke drie jaar plaats, als verdieping van de brede bedrijfsvergelijking.

Goede zuiveringsprestatie
De nieuwe rapportage presenteert de feiten en cijfers van het zuiveringsbeheer in 2021, afgezet tegen die uit 2018 (zie infographic). De 21 waterschappen beheren in totaal 315 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het rioolwater wordt naar de rwzi’s getransporteerd door ruim 2.300 rioolgemalen en meer dan 8.100 kilometer transportleiding.

Vorig jaar ging het om 1,96 miljard kubieke meter. Dat is 10 procent meer dan in 2018. Bij de vergelijking is wel voorzichtigheid geboden. Het jaar 2018 was zeer droog, wat het beeld een beetje vertekent.

De waterschappen voldoen goed aan de afspraken met de gemeenten over de hoeveelheden af te nemen rioolwater: in 2021 voor 97,1 procent. Ook leven zij de lozingseisen voor 98,6 procent na. De gemiddelde zuiveringsprestatie is 88,1 procent. Hiermee wordt aangegeven in welke mate de belangrijkste afvalstoffen – stikstof, fosfor en zuurstofbindende stoffen (CZV) – worden verwijderd uit het rioolwater.

Kostenstijging iets hoger dan inflatie
De waterschappen waren afgelopen jaar 1.118 miljoen euro kwijt aan het beheer en de exploitatie van de waterzuivering, een toename met 7,8 procent ten opzichte van drie jaar daarvoor. Dat is 1,1 procent meer dan de inflatie in deze periode. De kostenstijging wordt vooral veroorzaakt door een hoger verbruik van energie en chemicaliën, belangrijke componenten voor het transporteren en zuiveren van rioolwater.

Het tarief van huishoudens en bedrijven ging in drie jaar tijd met 7,4 procent omhoog naar een gewogen gemiddeld tarief van 60,44 euro per vervuilingseenheid in 2021. Volgens het rapport ligt deze stijging in lijn met de toename van de kosten van zuiveringstechnische werken.

In de publicatie worden een aantal recente innovaties op zuiveringsgebied onder de aandacht gebracht. Bijna de helft van de innovaties is gericht op hergebruik van grondstoffen. In 2021 is hiervoor 14,2 miljoen kubieke meter gezuiverd rioolwater ingezet. Dat is ruim een verdubbeling ten opzichte van 2018, toen het ging om 6,3 miljoen kubieke meter. Nog een cijfer: vorig jaar is 18 miljoen kubieke meter groengas geproduceerd uit biogas.

Veel uitdagingen
Sander Mager, bestuurslid van de Unie van de Unie van Waterschappen, is er trots op dat het gezuiverde water voldoet aan de kwaliteitseisen en de waterschappen de kostenstijging beperkt hebben kunnen houden. Volgens hem zijn er wel veel uitdagingen om de kwaliteit van de rioolwaterzuivering ook in de toekomst op peil te houden.

“Naast de reguliere zuiveringstaak komen steeds meer ontwikkelingen op ons af. Zoals meer zorgwekkende stoffen in het water, voldoen aan de eisen voor de waterkwaliteit vanuit Europa, beperkingen rond de capaciteit van het verwerken van slib en afspraken om te verduurzamen. Ook het veranderende klimaat heeft invloed. De lange periodes van droogte afgewisseld met extreme piekbuien zorgen voor grote wisselingen en technische uitdagingen in het verwerken van het binnenkomende rioolwater. Er wordt de komende jaren dus veel van de waterschappen gevraagd.”

Waterzuiveringsbeheer indicatoren 2021
Bron: Bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer 2022, Unie van Waterschappen


WATERSCHAPSPEIL 2022

Tegelijkertijd met de achtste Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer is de publicatie Waterschapspeil 2022 verschenen. Hierin worden de prestaties van de waterschappen in beeld gebracht aan de hand van een brede bedrijfsvergelijking over de periode 2019-2021. Enkele krenten uit de pap:

  • De waterschappen investeren ruim 1,3 miljard euro in onder andere dijken, gemalen en rioolwaterzuiveringsinstallaties.
  • Zij beheren meer dan 18.000 kilometer aan waterkeringen. In 2021 werken de waterschappen aan de versterking van 787 kilometer primaire keringen en 156 kilometer regionale keringen.
  • Van de beheergebieden voldoet 99,6 procent aan de normen voor wateroverlast, een toename ten opzichte van 2016 (99,0 procent).
  • De Watertoets wordt een steeds belangrijker middel. Het aantal wateradviezen is aanzienlijk gegroeid: van ruim 6.600 in 2019 tot meer dan 8.700 in 2021.
  • De waterschappen zijn inmiddels voor 66 procent energieneutraal. Daarmee zijn ze goed op weg naar 100 procent energieneutraliteit in 2025.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Hans Middendorp · 1 months ago
    "Hergebruik van grondstoffen uit rioolwater flink toegenomen" schrijft de journalist. Dat zou blijken uit de "verdubbelde inzet van gezuiverd rioolwater". Oh? Wat een opmerkelijke manier om hergebruik te definiëren. Ik zou eerder denken dat dat zou blijken uit een verdubbeling van (bijvoorbeeld) struviet en cellulose. om maar wat te noemen. En er gaat meer water door het riool in 2021 vergeleken met 2018. Blijkbaar schiet het afkoppelen van hemelwater dus niet erg op. Ook jammer. En tenslotte maakt Sander Mager het wel erg bont door te stellen dat "de waterschappen de prijsstijgingen beperkt hebben weten te houden". Beperkte stijging bovenop de inflatie, volgens het artikel: dus niet zo beperkt. Kortom, de waterzuivering is iets duurder geworden, afkoppeling van hemelwater maakte de afgelopen drie jaar geen verschil en hoeveel grondstoffen er zijn teruggewonnen, blijk niet uit het artikel. Ik mis echt een onafhankelijke journalistieke inbreng. Dat kan echt beter, H20!
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!