0
0
0
s2sdefault

Kennisinstituut KWR deed sinds 2016 bij meerdere projecten ervaring op met burgerwetenschap, ook wel citizen science. Op basis van die ervaringen is nu een handboek verschenen met stappenplan en afwegingskader. “Mits goed ingezet, kan citizen science echt een meerwaarde voor de watersector zijn.”

Kennisinstituut KWR ontwikkelde een handboek citizen science voor de Nederlandse watersector. In dit handboek bundelde KWR de eigen praktijkervaringen vanaf 2016, de kennis die opgedaan is in gesprekken met deelnemers aan burgerwetenschapsprojecten en literatuurstudie. “Het is bedoeld voor waterprofessionals die citizen science willen inzetten en zich afvragen of hun project daarvoor geschikt is”, zegt Stijn Brouwer, auteur van het handboek en senior onderzoeker bij KWR.

Brouwer onderscheidt drie niveaus van impact waarnaar gestreefd moet worden bij het opzetten van een burgerwetenschap-project: impact voor de wetenschap, impact voor de deelnemers en impact op de eigen organisatie. “Van belang is dat deze drie varianten van impact in evenwicht zijn. Heeft een project wel wetenschappelijke impact, maar is het te saai voor de deelnemers dan schiet je je doel voorbij.”

Cruciaal voor het welslagen van een burgerwetenschapsproject in de watersector is volgens Brouwer ook dat het project aansluit bij de behoeften van de burger. “Deelnemers zijn volwaardige partners en veel meer dan gratis mankracht. Bij een goed project worden deelnemers serieus genomen en wordt er niet te veel gevraagd of gewerkt met te ingewikkelde eisen.”

Op dat vlak ziet Brouwer ook een van de gevaren van de inzet van burgerwetenschappers. De kans dat mensen afhaken of dat hun gegevens niet aan de gewenste standaard voldoen, is volgens hem aanwezig als de vragen bijvoorbeeld niet helder geformuleerd worden. “Bij ieder onderzoek werk je met betrouwbaarheidsprotocollen, maar dat is bij burgerwetenschap misschien nog wel belangrijker. Je zet immers niet-professionele onderzoekers in.”

In het handboek zijn vijf stappen omschreven: Streven, Afwegen, Markeren, Expliciteren en Neerzetten (SAMEN). Uit dit stappenplan wordt duidelijk welke impact behaald kan worden, wie de geschikte doelgroep is, hoe het tijdspad eruit ziet en hoe het onderzoek in protocollen kan worden beschreven en uitgezet.

“Citizen Science wordt steeds populairder en ik ben er ook echt enthousiast over”, vertelt Brouwer. “Maar het zal niet altijd de meest geschikte methode zijn. En ook als het wel de meest geschikte methode is, is het belangrijk om het op een goede manier te gebruiken. Deze vorm van wetenschap wordt steeds volwassener en met ons handboek hopen we daar een steentje aan bij te dragen.”

 

MEER INFORMATIE
Handboek Citizen Science voor de watersector

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.