Afvalverwerker CFS in Weert voldoet bij de zuivering van zijn afvalwater aan de minimalisatieplicht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen en bij lozing vindt uiteindelijk geen overschrijding plaats van de milieukwaliteitsnormen van het oppervlaktewater. Dat schrijven Gedeputeerde Staten over de lozingsvergunning die de provincie Limburg wil afgeven aan CFS voor de lozing van PFAS op het riool. "De verantwoorde verwerking en lozing van PFAS-houdend afvalwater door CFS is geborgd."
De provincie publiceert over enkele weken haar formele reactie op de ingediende bezwaren, maar uit de beantwoording van vragen uit de Provinciale Staten blijkt dat Gedeputeerde Staten op het standpunt staan dat er geen grond is om de vergunning te weigeren. Het college kijkt nog wel naar de bezwaren die zijn ingebracht. “De komende weken worden alle ingebrachte zienswijzen aandachtig bestudeerd en verwerkt in het definitieve besluit.”
Tegen de voorgenomen vergunning bestaat veel weerstand, onder meer van het Waterschap Limburg en de drinkwaterbedrijven die water uit de Maas innemen voor de drinkwaterproductie. De door CFS geloosde PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen), 5 kilo op jaarbasis, zullen via het effluent van de biologische zuivering van rwzi Weert (die 'forever chemicals' als PFAS er niet uit kan filteren) en de Zuid-Willemsvaart in de Maas terechtkomen, is de kern van hun bezwaar.
Zorgvuldig getoetst
GS stellen dat bij het afgeven van de ontwerpvergunning door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg de PFAS-lozing zorgvuldig is getoetst aan de bestaande wettelijke milieuregelgeving. Daarbij beschrijft het college omstandig de inzet en inspanningen van de provincie om Zeer Zorgwekkende Stoffen uit het milieu te houden. Want, zo schrijven de dagelijks bestuurders, de provincie Limburg deelt de zorgen over PFAS in ons leefmilieu.
Toch ziet het er niet naar uit dat GS de PFAS-lozing van CFS gaan tegenhouden. Ze schrijven: “Wij komen in dit ontwerpbesluit tot de conclusie dat een verantwoorde verwerking en lozing van PFAS-houdend afvalwater door CFS geborgd is.” Die borging zit ‘m in een pakket aan maatregelen, monitoring, bronaanpak en nabehandeling waarmee de afvalverwerker volgens GS aan de BBT-vereisten en de minimalisatieplicht voldoet.
Als een en ander leidt tot een definitieve vergunning dan is Limburg daarin overigens niet de enige, schrijven GS. “Uit het IRAS-rapport ‘PFAS-bronnenonderzoek in Nederland september 2024’, blijkt dat in 2023 reeds 34 bedrijven in Nederland beschikten over vergunde PFAS-emissies naar het oppervlaktewater afgegeven door diverse Omgevingsdiensten, Hoogheemraadschappen, Waterschappen en Rijkswaterstaat.”
Beste Beschikbare Technieken
Het gaat in het geval van afvalverwerker CFS om een lozingsvergunning voor 30 specifieke PFAS-stoffen, waaronder PFOA, GenX en PFOS, schrijven GS. Volgens het college van bestuur voldoet de afvalverwerker met actief kool (met minimaal 95 procent verwijderingsrendement bij PFAS-houdende stromen) en aanvullende nabehandeling van het totale effluent (met gemiddeld 55 procent rendement) aan de eisen voor toepassing van de Beste Beschikbare Technieken (‘en past zelfs BBT+ toe’) en geeft daarmee voldoende invulling aan de minimalisatieplicht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen.
Uit de immissietoets blijkt voorts, aldus GS, dat met de voorgestelde lozing geen overschrijding plaatsvindt van de milieukwaliteitsnormen van het oppervlaktewater. Het is bovendien onrealistisch om van afvalverwerkers als CFS nullozing te eisen, gezien de diffuse verspreiding van PFAS in afvalstoffen, stellen GS.
Alternatieve zuiveringstechnieken zoals membraantechnieken zijn vanwege ‘technische en economische haalbaarheid en gevoeligheid voor vervuiling’ niet passend voor het type gemengde afvalwater van CFS, stellen GS. Daarin verschilt het college van mening met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), die in haar advies vier technieken noemt om PFAS uit het afvalwater te halen.
Ongegrond
Het advies om de vergunning te weigeren vanwege mogelijke risico’s voor het oppervlaktewater of de werking van de rwzi, verklaren GS dus ongegrond. Op grond van de uitgevoerde immissietoets is er als gevolg van de aangevraagde lozing van CFS geen beïnvloeding van de waterkwaliteit van de Maas te zien, aldus het college. Op rwzi Weert zijn daarom geen aanvullende zuiveringsmaatregelen nodig.
Maar daarbij houden GS nog wel een slag om de arm: “Mocht naar aanleiding van de gesprekken die momenteel met diverse partners plaatsvinden blijken dat de immissietoets op dit punt toch aanvulling of verduidelijking behoeft, zal dat gebeuren. Daarna zal worden bezien of er nog steeds sprake is van een inpasbare immissietoets die vergunningverlening niet in de weg staat.”
LEES OOK
H2O Actueel: RIWA-Maas: immissietoets voor lozingen toe aan update
H2O Actueel: 5 kilo PFAS lozen op het riool? ‘Dit is echt absurd’
