Dijken met getijdenzand in de ondergrond hoeven mogelijk minder vaak te worden versterkt vanwege het risico op piping en dat kan een aanzienlijke besparing opleveren. Een grote praktijktest in de Zeeuws-Vlaamse Hedwigepolder moet uitwijzen of dit daadwerkelijk zo is. Voor de risicoanalyse wordt een 3D-grondwaterstromingsmodel gemaakt.

De proef wordt uitgevoerd door kennisinstituut Deltares en geotechnisch specialist Fugro in opdracht van waterschap Hollandse Delta. Zij hebben op basis van bodemopbouw en eigenschappen van de ondergrond een testlocatie op de zeedijk in de Hedwigepolder geselecteerd en zijn nu bezig om de proefopstelling te bepalen. De dijk heeft geen functie meer, waardoor de test met piping er zonder bezwaar kan worden gehouden. De resultaten zullen in 2022 bekend zijn.

Risico op piping exacter bepaald
Piping is een van de faalmechanismen waarop waterkeringen worden beoordeeld. Het gaat om het ontstaan van kanaaltjes in de zandige ondergrond waar water doorheen sijpelt. Een grotere waterstroom die zand meevoert, kan een dijk dan ernstig verzwakken. De huidige rekenregels zijn gebaseerd op rivierzand, maar door de zee aangevoerd zand is mogelijk minder gevoelig voor piping. De resultaten van een vorig jaar gehouden kleinere praktijkproef met getijdenzand in Friesland wijzen daar al op.

De bedoeling is om in de Hedwigepolder het risico op piping exacter te bepalen. Aan de hand daarvan hoeven mogelijk minder kilometers dijk met getijdenzand versterkt te worden of dijken minder breed te worden uitgevoerd dan eerder gedacht. Dit kan volgens waterschap Hollandse Delta een besparing van naar schatting 100 miljoen euro voor heel Nederland betekenen. Ook zouden milieulasten aanzienlijk kunnen worden verlaagd, omdat er minder ruimte en materiaal nodig is voor dijkversterking.

Doorlatendheid van getijdenzand gemeten
Een belangrijk aspect is de doorlatendheid van het getijdenzand. Fugro gaat dit meten met behulp van de zelf ontwikkelde AMPT-sondeertechniek. De afkorting staat voor anisotrope mini-pompproef. De techniek is een aanvulling op Hydraulic Profiling Tool of HPT-sonderingen.

Voordeel van deze methode is volgens Fugro dat de opbouw van de ondergrond veel gedetailleerder in beeld komt. Dit zorgt voor een natuurgetrouw digitaal 3D-model van de ondergrond. Deltares gebruikt de meetgegevens om een 3D-grondwaterstromingsmodel te maken, dat een nauwkeurig inzicht biedt in de waterstromen door het zandpakket. De verwachting is dat dit leidt tot betere resultaten bij de piping-risicoanalyse.

De proef maakt onderdeel uit van het Living Lab Hedwige-Prosperpolder. Deze in Nederland en Vlaanderen gelegen polder wordt teruggegeven aan de natuur en is daarom zeer geschikt voor zulke experimenten. Waterschap Hollandse Delta krijgt voor de pipingproef een subsidie van 5 miljoen euro vanuit de Kennis- en Innovatieagenda van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

 

MEER INFORMATIE
H2O Actueel: aankondiging praktijktest
H2O Actueel: resultaten Friese proef
 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!