Ruim honderd gemeenten hebben afgelopen jaar meegedaan aan de eerste editie van de Groene Stad Challenge. Gemiddeld bestaat 44 procent van hun oppervlak uit bomen, struiken en gras, maar dat kan nog veel meer worden. Rijswijk in Zuid-Holland is uitgeroepen tot groenste stad en Bloemendaal tot groenste dorp.

De wedstrijd waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd, is een gezamenlijk initiatief van ingenieursadviesbureau Sweco, adviesbureau NL GreenLabel en het Zweedse bedrijf Husqvarna. Zij willen hiermee gemeenten op weg helpen bij het realiseren van hun groene voornemens. Husqvarna meet sinds drie jaar in internationaal verband hoe groen steden zijn en heeft daarvoor het platform HUGSI gebouwd. Maar de Nederlandse challenge is wel bijzonder, zegt Joeri Meliefste, hoofdanalist en adviseur stedelijke groen en klimaatadaptatie bij Sweco. “Ook in het buitenland is zo’n uitdaging nog niet eerder gehouden.”

Joeri MeliefsteJoeri Meliefste

Er namen 103 gemeenten met ruim 5,6 miljoen inwoners deel aan de Groenste Stad Challenge 2021. “Veel gemeenten hebben groene ambities maar weten niet goed waar deze kunnen en moeten worden gerealiseerd. Daarom hebben we de challenge georganiseerd. De gemeenten hoefden zich alleen in te schrijven, vervolgens hebben wij al het werk gedaan.”

Veel zinloze verharding
Het onderzoeksteam heeft op basis van openbare databronnen, luchtfoto’s en wereldwijd verzamelde gegevens geanalyseerd hoe het ervoor staat met het groen in zowel steden als dorpen. Meliefste licht toe: “Het gaat specifiek om de bebouwde kern. We kijken naar de verstening en beplanting in zowel het openbare gebied als de particuliere tuinen en doen dat op het detailniveau van 50 centimeter nauwkeurig. Dit is erg interessante informatie voor gemeenten om te kunnen sturen. Want er ligt bijvoorbeeld nog heel wat zinloze verharding.”

Het Zuid-Hollandse Rijswijk eindigde bovenaan in de ranglijst van groenste steden, gevolgd door Delft, Soest, Nieuwegein en Zeist. De nummers twee en vier zijn volgens Meliefste verrassingen in de top vijf. “Van te voren hebben we natuurlijk nagedacht over welke gemeenten hoog zouden staan, zoals Soest en Zeist die in een zeer groene omgeving liggen. Maar de topklasseringen van Delft en Nieuwegein had ik zelf niet verwacht. Delft scoort bijvoorbeeld erg goed bij de verdeling van groen over de stad, een van de vijf parameters in ons onderzoek. Ook is hier relatief veel water.” Bloemendaal (als kern in de gemeente Bloemendaal) werd winnaar in de categorie van groenste dorpen.

Deze eerste editie geldt als nulmeting. De bedoeling is om vanaf nu te gaan meten hoeveel groen er in gemeenten bijkomt of afgaat. “Wij wilden oorspronkelijk de challenge drie jaar lang houden, maar we hebben al besloten om dat minstens vijf jaar te doen. Zo kunnen we beter volgen of gemeenten groener worden.”

Grote ‘groenpotentie’
De onderzoekers komen met cijfers over de ‘groenpotentie’ in de 103 gemeenten. Hun oppervlak bestaat voor gemiddeld 44 procent uit groen, maar tegelijkertijd is er nog voor 35.000 voetbalvelden aan groen te winnen. “De ene ambitie is wel wat gemakkelijker te realiseren dan de andere”, zegt Meliefste. “Daarbij levert het planten van bomen meer op voor onder andere klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid van mensen dan het plaatsen van gras of struiken.”

Op particulier terrein gaat het met name om het vergroenen van platte daken en tuinen. Volgens het onderzoek kan de helft van de tuinen voor meer dan 30 procent worden vergroend. Ook in de openbare ruimte is nog veel te doen. Meliefste noemt als voorbeeld het groener maken van parkeervakken. “Leveranciers bieden tegenwoordig diverse open constructies aan waar gras doorheen kan groeien. Deze zouden gemeenten eigenlijk overal moeten aanleggen, zodat water veel meer kan infiltreren. Daarmee bestrijden zij droogte en wateroverlast.”

De Nederlandse steden en dorpen zijn nog erg versteend, merkt Meliefste op. “Dat weten we ook maar het klimaatadaptatief maken ervan gaat te langzaam. Ik kan begrijpen dat het budget voor de aanleg en het onderhoud van groen een issue is, maar er moet veel sneller worden omgevormd. Zeker bij de aanpak van zinloze verharding kan de gemeente al direct beginnen. Het vergroenen van parkeervakken is een zaak van wat langere adem. Ik zie dat veel gemeenten dit nog niet willen oppakken, omdat zij vaak de ouderwetse betonklinkers gebruiken.”

Tweede editie gestart
Gemeenten kunnen zich inmiddels aanmelden voor de tweede editie van de Groene Stad Challenge die dit jaar wordt gehouden. De organisatie mikt op een verdubbeling van het aantal deelnemers. Ook is het streven dat Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere gaan meedoen, want zij ontbraken in 2021 nog. “Ze kunnen zich dan vergelijken met andere grote steden in de wereld. Hun deelname is belangrijk, omdat zij juist kleinere gemeenten met hun data en kennis kunnen helpen.”

Meliefste hoopt dat vergroening echt een thema wordt bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Hij pleit voor de invoering van een minimumnorm. “Het gemiddelde oppervlak aan openbaar groen per inwoner is volgens onze metingen vijftig vierkante meter. In de helft van de buurten wordt dat niet gehaald; het is soms schrikbarend hoe weinig bomen en struiken er zijn. We zouden met zijn allen de discussie moeten voeren of het gemiddelde de minimumnorm moet worden. Of willen we de lat zelfs hoger leggen?”

Cijfers Groene Stad Challenge 2021Belangrijke resultaten in beeld gebracht I Bron: Factsheet Groene Stad Challenge 2021


MEER INFORMATIE
Toelichting op uitslag van de challenge
Factsheet Groene Stad Challenge 2021
Ranglijst en analyses op platform HUGSI
H2O Actueel: Rucphen wint NK Tegelwippen 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!