Het op 1 april gestarte droogteseizoen loopt ten einde. Dit betekent niet dat er geen droogteproblemen meer zijn. De grondwaterstanden zijn in delen van het land nog niet hersteld. De waterbesparende maatregelen langs de Maas zijn opgeheven, omdat de afvoer van de rivier flink is gestegen.

In het zuiden en oosten (Limburg, Noord-Brabant en Gelderland) en in delen van Zeeland en Noord-Holland zijn de grondwaterstanden laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Dat meldt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in de veertiende en waarschijnlijk laatste droogtemonitor van 2020. In deze gebieden zijn nog steeds onttrekkingsverboden uit oppervlaktewateren van kracht en rond sommige kwetsbare natuurgebieden ook uit grondwater. De grondwaterstanden in andere delen van het land zijn hersteld tot normale waarden voor de tijd van het jaar.

Neerslagtekort aan dalen
Momenteel is er sprake van wisselvallig weer met geregeld regen en vrij lage temperaturen. Dat verandert naar verwachting in de eerste helft van oktober niet, aldus de LCW. Het actuele landelijk gemiddelde neerslagtekort is de afgelopen twee weken gedaald en bedroeg vanochtend ongeveer 208 millimeter. Dit is ruim onder het tekort in de 5 procent droogste jaren. De verwachting is dat het tekort de komende twee weken verder afneemt.

De LCW spreekt wel van een aanzienlijke ruimtelijke variatie binnen Nederland. Het neerslagtekort is het grootst in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Hier ligt het tekort nog ruim boven de 5 procent droogste jaren; in delen van deze provincies rond de 300 millimeter (zie beeld onderaan). Het hoge neerslagtekort is vooral nadelig voor gebieden waar aanvoermogelijkheden van water uit de Rijn en Maas ontbreken.

Geen waterbesparing meer langs Maas
De waterafvoer van de Maas was een tijd lang zo laag dat diverse waterbesparende maatregelen zoals zuinig schutten noodzakelijk waren. Die zijn nu opgeheven, omdat de afvoer van de rivier bij Sint Pieter flink omhoog is gegaan. Het daggemiddelde is op het ogenblik ongeveer 100 kubieke meter per seconden. De LCW verwacht voor de tweede week van oktober een daggemiddelde van 300 à 400 kubieke meter per seconde.

Ook de afvoer van de Rijn bij Lobith stijgt en was op 26 september circa 1.160 kubieke meter per seconde (7,52 meter boven NAP). De toename zet zich door. Zowel voor de Maas als de Rijn geldt: onderschrijding van het door LCW gehanteerde criterium voor september en oktober is onwaarschijnlijk.

Normaal beheer op een uitzondering na
Het waterbeheer van de waterschappen is normaal: fase 0. De enige uitzondering is waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Dit waterschap is nog opgeschaald tot fase 1 vanwege het risico van verzilting van de Amstellandboezem en de wateraanvoer naar Vinkeveen.

Een paar waterschappen inspecteren nog dijken en kades op droogteschade. In het IJsselmeergebied is ruim voldoende water aanwezig voor de regionale watervoorziening. In het gebied van waterschap Vallei en Veluwe zijn er nog steeds drooggevallen watergangen.

Nog problemen voor natuur
De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling laat verder nog het volgende weten:
• De chlorideconcentraties (zout) in de Rijn-Maasmonding, de Zeeuwse Delta en het IJsselmeer zijn normaal voor de tijd van het jaar. De gehaltes zijn afgelopen week even verhoogd geweest als gevolg van lage rivierafvoeren in combinatie met een verhoogde zeewaterstand, maar de situatie is nu weer normaal.
• Enkele waterschappen melden nog blauwalg, botulisme, vissterfte en zwemverboden.
• De landbouwsector heeft gezien het huidige weer geen acute droogteproblemen meer.
• De natuur heeft nog steeds last van droogte, ondanks dat de regen verlichting heeft geboden in de bovengrond. De grondwaterstanden in sommige kwetsbare natuurgebieden zijn de afgelopen weken nog verder gedaald.
• Voor de bereiding van drinkwater zijn er geen knelpunten. Dit geldt voor bronnen uit zowel grond- als oppervlaktewater.

Nu hoogwaterseizoen
De LCW meldt slot dat de volgende droogtemonitor verschijnt wanneer er aanleiding toe is. Bij de veertiende editie van het jaar zal het echter vrijwel zeker blijven. In een bericht van Rijkswaterstaat staat: “Gezien de huidige situatie en de verwachtingen is op 29 september de laatste droogtemonitor van het laagwaterseizoen 2020 verschenen. Ondanks de nog lage waterstanden en het voorlopig uitblijven van een herfststorm, maken wij ons per 1 oktober op voor het hoogwaterseizoen.”

 

Kaart van neerslagtekort 30 9

 

MEER INFORMATIE
Droogtemonitoren LCW in 2020
Rijkswaterstaat over huidige situatie
Bericht Unie van Waterschappen
H2O-bericht over droogtemonitor 15-9
KNMI over neerslagtekort en droogte

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Roelof Veeningen, vo · 1 years ago
    Hoewel in de berichtgeving door de LCW steeds wordt gesproken over de grondwaterstanden zijn er in de droogtemonitor nog nooit grafieken met het verloop gepresenteerd. De LCW heeft het over laag en extreem laag etc. Terwijl er op zoveel plaatsen grondwaterstanden worden bijgehouden (zie het Dinoloket). Een woordvoerder van de LCW: ‘Een lastig punt hierbij is dat de lokale verschillen zeer groot kunnen zijn en dat een keuze voor de weer te geven locatie dan ook moeilijk is’.
    De Beleidstafel Droogte had in 2019 al geconcludeerd dat droogte kansen biedt voor vergroting van het waterbewustzijn en voor het draagvlak voor maatregelen. Er zou een ‘praktisch toepasbare en regionaal representatieve droogte-indicator’ door het ministerie worden opgesteld. Zolang die indicator er nog niet is zou de LCW kunnen verwijzen naar websites van regionale waterbeheerders. Een mooi voorbeeld is het ‘Dashboard weer en water’ van het waterschap Rijn en IJssel. De volgende stap is dat de waterbeheerders laten zien hoe het verloop van de grondwaterstanden zich verhoudt tot het gewenste regime. Ooit hebben we toch GGOR opgesteld?
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!