Boezemgemaal Halfweg is voor schieralen de meest succesvolle route om het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland te verlaten. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het onderzoek Swimway Rijnland, dat het waterschap vorig jaar zomer samen met de Sportvisunie begon.
Van de 105 gezenderde schieralen die in juli 2025 gezenderd zijn, hebben er zeker 24 de weg naar zee gevonden om zich voort te planten. Dat kunnen er nog een paar meer zijn, want niet van alle exemplaren konden betrouwbare waarnemingen verzameld worden. De teller staat nu op 85, aldus het waterschap.
De aal is een bedreigde vissoort die migreert van zout naar zoet water en weer terug. De migratie van de volwassen alen (schieralen) kan belemmerd worden door obstakels onderweg, zoals gemalen. Met de resultaten uit het Swimway-onderzoek wil Rijnland de mogelijkheden voor vismigratie verbeteren.
In het onderzoek worden ook Europese meervallen en karpers gevolgd. De eerste is een roofvis en speelt volgens Rijnland een steeds grotere rol in het ecosysteem. De karper is geliefd bij sportvissers en wordt in kleine aantallen uitgezet in het gebied.
Hydrofoons
Het waterschap noemt de eerste resultaten wat betreft de schieralen ‘veelbelovend’. Via een netwerk van hydrofoons – ontvangers die signalen van de zenders onder water kunnen opvangen – zijn van ‘maar liefst’ 85 schieralen goede waarnemingen verzameld.
Van 24 schieralen zijn aanwijzingen gevonden dat zij het gebied hebben verlaten. Sommige dieren zijn op grote afstand, tot voor de kust van België, waargenomen. "Dit is een positief signaal, omdat het laat zien dat schieralen vanuit het Rijnlandse watersysteem hun weg naar zee kunnen vinden en dat het zenderen van de vissen geen effect heeft op hun vermogen lange afstanden te zwemmen."
De resultaten laten zien welke routes schieralen gebruiken en waar mogelijke belemmeringen liggen. Bij boezemgemaal Katwijk zijn zestien schieralen geregistreerd, waarvan er zes daadwerkelijk naar zee zijn gezwommen.
Bij boezemgemaal Halfweg zwommen alle elf schieralen die hier aankwamen succesvol langs het gemaal, terwijl dat er bij het nabijgelegen gemaal Spaarndam maar een van de zestien lukte. Vijf schieralen trokken het gebied uit bij boezemgemaal Gouda, eentje bleek via een onbekende route bij IJmuiden aangekomen.
Tijdsduur
Opmerkelijk zijn ook de verschillen in tijdsduur die voor een gemaal werden waargenomen. Zo verbleven ze gemiddeld bijna twee maanden voor gemaal Spaarndam, een maand voor boezemgemaal Katwijk en maar twee weken voor gemaal Halfweg.
Het lijkt erop dat sommige gemalen veel makkelijker te passeren zijn dan andere, concludeert het waterschap voorzichtig. Ook lijken de schieralen wat betreft de twee noordelijke boezemgemalen een voorkeur te hebben voor gemaal Halfweg.
Het Swimway-onderzoek loopt nog tot eind 2027. Deze zomer worden nog eens 105 schieralen gezenderd, evenals 20 jongvolwassen meervallen. Het totaal komt dan op 210 schieralen, 40 meervallen en 40 karpers.
