0
0
0
s2smodern

Hoe komen burgers weg bij een dreigende watersnoodramp? Master-student Civiele Techniek Pieter Verheij ontwikkelde een flexibele evacuatiemethode, paste deze toe in een case-study in Rotterdam-Noord en verdedigde deze week zijn afstudeeronderzoek.

Na orkaan Harvey gingen de beelden van vluchtende Amerikanen de wereld over. De snelwegen rondom Houston puilden uit met auto’s op weg naar veiliger oorden. Maar is vertrekken wel de beste oplossing? Welke risico’s lopen burgers die onderweg overvallen worden door het water?

Master-student Civiele Techniek aan de TU Delft Pieter Verheij verdedigde op 19 december zijn afstudeeronderzoek naar flexibele evacuatiemethodes en de toepassing van deze methodes op Rotterdam-Noord. “Burgemeester Aboutaleb mag me altijd bellen voor advies”, aldus de kersverse civiel ingenieur.

Grote inspanningen
Nederlandse waterbeheerders leveren grote inspanningen om ons land te beschermen tegen overstromingen: dijken worden versterkt en rivieren worden verbreed om zo de kans op overstromingen te beperken. Mocht het misgaan en een gebied toch overstromen, dan is het zaak om over een goed evacuatieplan te beschikken.

plaatje pieter2In samenwerking met HKV ontwikkelde Verheij een flexibele evacuatiemethode: een slimme combinatie van verticale evacuatie en preventieve evacuatie. Bij verticale evacuatie wordt gebruik gemaakt van droge verblijfplaatsen in het gebied zoals zolders en openbare shelters. Preventieve evacuatie is het vertrekken van bewoners naar veiliger oorden.

Veiliger
“Preventieve evacuatie is in principe veiliger omdat mensen dan uit het gevaarlijke gebied weg zijn, maar de evacuatie zelf is wel risicovol. Wegblokkades of oponthoud onderweg maakt mensen kwetsbaar voor het stijgende water.”

De flexibele evacuatiemethode gaat uit van verticale evaluatie voor het hele gebied met uitzondering van zones met een hoge overstromingskans en weinig mogelijkheden voor verticale evacuatie. Die kritieke zones worden preventief geëvacueerd, waarbij rekening wordt gehouden met de verkeersintensiteit en de maximale wegcapaciteit van het wegennet rondom het gebied.

Rotterdam-Noord
Deze methode is toegepast op Rotterdam-Noord bij een fictieve situatie met hoog water en waarbij het niet lukt om de Maeslantkering te sluiten. Voor vier mogelijke locaties voor een dijkdoorbraak zijn de bijbehorende faalkans en de overstromingsscenario’s bepaald.

Uit een inventarisatie naar mogelijkheden voor verticale evacuatie in Rotterdam-Noord bleek dat de capaciteit om thuis te schuilen in alle buurten ruimschoots aanwezig is maar dat er slechts beperkte capaciteit is voor openbare opvang. De beschikbare tijd om te evacueren is cruciaal en varieert in dit onderzoek tussen twee dagen en enkele uren.

Resultaat van de case-study is dat de optimale flexibele strategie resulteert in een significante vermindering van het aantal slachtoffers in vergelijking met een volledige verticale of een volledige preventieve evacuatie. Deze afname neemt nog verder toe wanneer de beschikbare evacuatietijd toeneemt. 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.