0
0
0
s2sdefault

Veel regio’s in Europa krijgen steeds vaker en intensiever te maken met extreem weer en klimaatgerelateerde risico’s zoals droogte en overstromingen. Dit blijkt uit een overzicht met kaarten dat het Europees Milieuagentschap heeft uitgebracht.

Meer neerslag, meer overstromingen, meer droogte, meer bosbranden. Daarmee moeten de Europese landen rekening houden, ook als de wereldwijde inspanningen om broeikasgasemissies terug te dringen succesvol zijn. Volgens het Europees Milieuagentschap (EEA) zijn gerichte acties voor klimaatadaptatie nodig, die op maat zijn gemaakt voor regio’s en steden.

 

-advertentie-

 

Het EEA heeft kaarten van de verschillende risico’s gepubliceerd, waarbij de situatie tegen het eind van de eeuw aan de hand van een gematigd en extreem klimaatscenario in beeld is gebracht. Tot op detailniveau kan worden ingezoomd. Er is bijvoorbeeld te zien in welke gebieden in Nederland het gevaar op bosbranden aanzienlijk toeneemt. Dat zijn er veel bij een sterke opwarming van de aarde.

Verwoestijning in Zuid-Europa
Droogte is een toenemend probleem in grote delen van Europa, met name in zuidelijke landen. Vooral Spanje, Portugal en Frankrijk zullen worden geconfronteerd met verwoestijning. Dit zorgt ervoor dat de competitie om water groter zal worden tussen huishoudens, industrie en landbouw. Voor Scandinavië, IJsland, de Baltische Staten en delen van Midden-Europa is het risico van droogte beperkt.

De meeste Europese landen krijgen beduidend vaker te maken met heftige regenbuien in de herfst en winter. In Nederland geldt dat vooral voor delen van Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland. Hier wordt bij een snelle opwarming van de aarde een toename van 25 tot 35 procent in het aantal gebeurtenissen met zware regenval voorspeld.

Vaker overstromingen aan kust
Het EEA laat ook met kaarten zien hoe vaak er overstromingen aan de kust zullen zijn als gevolg van de zeespiegelstijging. In sommige kustgebieden wordt dit normaal en niet meer iets extreems, stelt het agentschap. Op veel plekken kunnen naar schatting rond 2100 meer dan tien keer zo vaak overstromingsgebeurtenissen plaatsvinden. En bij een extreem klimaatscenario op sommige plekken meer dan honderd of zelfs duizend keer zo vaak. Met de huidige beschermingsmaatregelen zal het aantal mensen dat jaarlijks wordt geconfronteerd met een of meerdere overstromingen aan de kust, stijgen van 102.000 nu naar tussen de 1.52 en 3.65 miljoen aan het eind van de eeuw.

Het is geen verrassing dat Nederland als een van de kwetsbaarste Europese gebieden in verband met de zeespiegelstijging wordt beschouwd. Het EEA komt wel meteen met een soort disclaimer door te wijzen op het Deltaprogramma. Ook met het Kennisprogramma Zeespiegelstijging anticipeert Nederland op een in de toekomst mogelijk snellere stijging van de zeespiegel.

 

MEER INFORMATIE
EEA over klimaatrisico's
Overzicht met kaarten

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.