De aanleg van onderwaterdrainage in de polder Lange Weide is voltooid. Met 310 hectare in een peilgebied is dit de grootste onderwaterdrainage pilot in Nederland. Met de drainage zou de bodemdaling afgeremd moeten worden. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gaat het peilbeheer samen regelen met de boeren in de polder en Staatsbosbeheer.

In de polder Lange Weide nabij de Zuid-Hollandse plaats Driebruggen is de afgelopen anderhalf jaar 450 kilometer aan onderwaterdrainage aangelegd. In totaal betreft het 310 hectare, 200 percelen en 28 landeigenaren. Het water wordt via de drains vanuit de sloten in het veen geïnfiltreerd. Zo kan ‘s zomers de grondwaterstand worden verhoogd.

“In dit gebied kampen we met bodemdaling”, zegt Chris van Naarden, projectleider bij waterschap De Stichtse Rijnlanden. “De Lange Weide is interessant vanwege de grote schaal waarop onderwaterdrainage wordt toegepast, maar zeker ook omdat we samen met Staatsbosbeheer en de agrariërs het peilbeheer dynamisch gaan vormgeven”.

Whatsappgroep
De Stichtse Rijnlanden zal sturen op een grondwaterstand van 40 centimeter onder de maaistand. Dat is volgens Van Naarden net genoeg voor de boeren om genoeg draagkracht voor koeien en machines te houden. “We zoeken de combinatie tussen veenbehoud en de belangen van de melkveehouders. Grondwaterstanden kunnen we als waterschap zelf beoordelen, maar voor de draagkracht hebben we de medewerking van de agrariërs nodig. Daarom hebben we een whatsappgroep opgezet zodat we steeds in contact blijven en dynamisch de juiste grondwaterstand kunnen bepalen”.

Bodemdaling
De komende vier jaar zal de pilot in de Lange Weide nog intensief gemonitord worden vanuit het waterschap. Van Naarden hoopt dat in deze periode verschillende soorten weer voorbij zullen komen. “Een representatieve afwisseling van warme en koude periodes geeft natuurlijk een completer beeld van de effecten van onderwaterdrainage. Maar los van de precieze weersomstandigheden hoop ik vooral dat de onderwaterdrainage en het peilbeheer er samen voor zorgen dat de bodemdaling afneemt”.

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!