Zo’n 1 procent van de honderdduizend rivieren wereldwijd is verantwoordelijk voor bijna 80 procent van de plastic verontreiniging van oceanen. Dat blijkt uit een studie van The Ocean Cleanup, waaraan drie Nederlandse universiteiten hebben meegewerkt. Negen van de tien landen die voor de meeste vervuiling zorgen, liggen in Azië.

De nieuwe studie levert hiermee een veel genuanceerder beeld op dan eerdere wetenschappelijke onderzoeken. Tot nu toe werd aangenomen dat slechts een beperkt aantal massale rivieren – tussen de vijf en enkele tientallen, was de inschatting – verantwoordelijk was voor het grootste deel van de plastic vervuiling in oceanen. Maar het blijken er op basis van nieuwe meetgegevens en inzichten veel meer te zijn: duizend rivieren zorgen voor bijna 80 procent van de hoeveelheid afval die in de oceanen terechtkomt. De resterende 20 procent komt van dertigduizend rivieren.

Aanzienlijke bijdrage door (zeer) kleine rivieren
De uitstoot van de duizend rivieren varieert van 800 miljoen tot 2,7 miljard kilo plastic per jaar. Kleine en zeer kleine rivieren die door dichtbevolkte kuststeden in opkomende economieën stromen, leveren een forse bijdrage (zie figuur). Zo stoot de 27 kilometer lange Pasig rivier in de Filippijnen nog meer plastic uit dan de 6.400 kilometer lange Yangtze in China.

Azië waar ongeveer 60 procent van de wereldbevolking leeft, zorgt voor 79,7 procent van het oceaanplastic. In dit continent bevinden zich negen van de tien meest vervuilende landen. De top vijf bestaat uit de Filipijnen, India, Maleisië, China en Indonesië. Ook in andere werelddelen zijn er in veel landen duidelijke concentraties van plasticverontreiniging te vinden, zoals in de Dominicaanse Republiek en heel Midden-Amerika. Brazilië is het enige niet-Aziatische land bij de hoogste tien.

West-Europa heeft geen enkele rivier in de top duizend staan. De plekken waar aan de Nederlandse kust jaarlijks het meeste plastic de zee instroomt, zijn Hoek van Holland (56.200 kilo) en Katwijk aan Zee (34.900 kilo). Er is een interactieve kaart gemaakt van alle plekken waar plastic oceanen bereikt en om hoeveel plastic het gaat.

Verschillende factoren bij bereiken van oceaan
De studie is uitgevoerd door The Ocean Cleanup in samenwerking met onderzoekers van Wageningen University & Research, de Technische Universiteit Delft, de Universiteit Utrecht en het Duitse Helmholtz Centre for Environmental Research. Hierover is een publicatie verschenen in Science Advances.

De onderzoekers wijzen erop dat de uitstoot van plastic naar oceanen niet alleen wordt bepaald door de hoeveelheid plastic die in een stroomgebied wordt geproduceerd, maar ook door de kans dat plastic afval wordt gemobiliseerd en via de rivier de oceaan bereikt. Het plastic kan een chaotische reis afleggen met meerdere cycli van stranden en weer in beweging komen.

De drie belangrijkste factoren bij de reis zijn: neerslag en wind (om het afval in beweging te krijgen), landgebruik en helling van het terrein (de ‘weerstand’ voor het plastic afval om te worden getransporteerd) en de afstand tot de dichtstbijzijnde rivier en tot de oceaan (hoe langer de reisafstand van het plastic afval, hoe kleiner de kans dat dit een rivier of de oceaan bereikt). Door deze factoren zijn bijvoorbeeld eilandengroepen verantwoordelijk voor veel oceaanplastic.

Gerichtere interventies mogelijk
De onderzoeksresultaten maken volgens Boyan Slat, oprichter en ceo van The Ocean Cleanup, een betere aanpak mogelijk. “Hoewel het plasticprobleem qua schaal misschien immens lijkt, kunnen we door te weten waar plastic oceaanplastic wordt, een veel gerichtere interventie toepassen. Aangezien we enorme verschillen zien in de mate van vervuiling over de hele wereld, helpen deze resultaten om het probleem sneller op te lossen. Wij zullen deze nieuwe gegevens gebruiken als leidraad voor onze schoonmaakactiviteiten, en we hopen dat anderen dat ook zullen doen.”

1000 rivieren met meeste oceaanplasticBron: The Ocean Cleanup

 

MEER INFORMATIE
The Ocean Cleanup over het onderzoek
Publicatie studie in Science Advances
Bericht op website WUR
Animatie met uitleg onderzoeksresultaten

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!