De aanhoudende droogte laat zich inmiddels in alle delen van Nederland voelen, maar de gevolgen verschillen sterk per regio. In Oost- en Zuid-Nederland vallen beken stil en gelden grootschalige verboden op het oppompen van oppervlaktewater. In het westen draait de strijd vooral om het buitenhouden van zout water. Noordelijke waterschappen beperken de inname uit het IJsselmeer, terwijl in Flevoland ondanks de droogte nog altijd meer water uit de polders wordt weggepompt dan wordt ingelaten.
Sinds half juli is in Nederland officieel sprake van een feitelijk watertekort. De geringe neerslag, hoge verdamping en lage afvoer van Rijn en Maas zetten de beschikbare watervoorraad onder druk. De waterschappen reageren met onttrekkingsverboden, noodpompen, extra wateraanvoer, aangepaste sluisbediening en intensievere inspecties van droogtegevoelige dijken en kades.
Brabant en Limburg stellen verboden op grote schaal in
De situatie is het nijpendst op de hoge zandgronden van Brabant, Limburg en het oosten van het land. Daar kan weinig water vanuit de grote rivieren of meren worden aangevoerd. Beken en sloten zijn grotendeels afhankelijk van regen en grondwater.
Bij Waterschap Limburg is de hoogste droogtefase bereikt. Het waterschap activeerde op 14 juli zijn crisisorganisatie en stelde vanaf 17 juli een algeheel verbod in op het oppompen van water uit Limburgse rivieren, beken en sloten. Vooral in Noord- en Midden-Limburg zijn de grondwaterstanden en beekafvoeren zeer laag. Het onttrekken van grondwater is nog wel toegestaan.
Ook Waterschap De Dommel heeft voor het eerst een onttrekkingsverbod ingesteld voor het volledige beheergebied. Sinds 16 juli mag nergens meer water uit beken en sloten worden gepompt, inclusief de Dommel ten noorden van Eindhoven. Het waterschap wil daarmee verdere schade aan de waterkwaliteit en de natuur in en rond de beken voorkomen.
Bij Waterschap Aa en Maas geldt in een groot deel van Oost-Brabant eveneens een verbod op het onttrekken van oppervlaktewater. Door weinig neerslag, warmte en dalende waterstanden neemt de kans op zuurstoftekort en algengroei toe. Dat raakt niet alleen agrariërs die willen beregenen, maar ook planten en dieren in de watergangen.
Waterschap Brabantse Delta koos aanvankelijk voor een minder vergaande maatregel. Sinds 14 juli geldt in heel Midden- en West-Brabant dagelijks tussen 09.00 en 21.00 uur een verbod op het gebruik van water uit sloten, beken en rivieren. Op verschillende plaatsen waren al volledige onttrekkingsverboden van kracht. De grondwaterstanden liggen op veel plekken lager dan normaal.
Oost-Nederland: beken beschermen en wateraanvoer verdelen
Bij Waterschap Rijn en IJssel geldt sinds 16 juli een verbod op het oppompen van water uit sloten, beken en andere oppervlaktewateren in het hele beheergebied. Sinds 23 juni viel er volgens het waterschap slechts 4 millimeter regen. De waterstanden en grondwaterstanden daalden daardoor snel. Het verbod moet planten en dieren beschermen en problemen met de waterkwaliteit en volksgezondheid voorkomen.
Waterschap Vallei en Veluwe stelde al op 12 juni een onttrekkingsverbod in op plaatsen waar geen water kan worden aangevoerd. Inmiddels dalen de oppervlakte- en grondwaterstanden snel. Het waterschap houdt ook de waterkwaliteit en de gevolgen voor natuurgebieden nauwlettend in de gaten.
In het gebied van Waterschap Vechtstromen is niet alleen het gebrek aan regen een probleem. Ook de aanvoer vanuit de IJssel en het Twentekanaal neemt af. Op 22 juli constateerde het waterschap dat de vraag naar water groter was geworden dan de hoeveelheid die kon worden aangevoerd. Vooral in sloten, beken en kanalen zijn de waterstanden laag. Op de hoge zandgronden is aanvulling vanuit andere watersystemen nauwelijks mogelijk.
Ook Waterschap Drents Overijsselse Delta moet schaarser water verdelen. Sinds 18 juli geldt een beregeningsstop voor oppervlaktewater in de aanvoergebieden van de Overijsselse Vecht en de Twentekanalen. Het gaat formeel om een dringende oproep om niet meer te beregenen.
Rivierengebied: lage rivierstanden beperken de aanvoer
Voor Waterschap Rivierenland vormen de lage standen van Rijn, Waal, Maas en Lek het centrale probleem. Het waterschap moet het beschikbare water verdelen en ziet op steeds meer plaatsen blauwalg en botulisme ontstaan. Lage rivierstanden maken het moeilijker om water naar achterliggende polders en natuurgebieden te brengen.
Bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is de aanvoer vanuit de Nederrijn en Lek sterk afgenomen. Bij Wijk bij Duurstede kon tijdelijk geen water meer worden ingelaten in het Kromme Rijngebied. Het waterschap plaatste daarom noodpompen bij onder meer de Prinses Irenesluis, de Melkwegwetering en gemaal Caspargouw.
West-Nederland wil zout water buiten de deur houden
In het westen is meestal nog water aanwezig, maar wordt de kwaliteit ervan bedreigd. Door de lage rivierafvoer kan zout zeewater verder landinwaarts trekken. Waterschappen voeren daarom zoet water aan, beperken het schutten van sluizen en zoeken alternatieve aanvoerroutes.
Hoogheemraadschap van Rijnland heeft de droogte tot calamiteit verklaard en de organisatie opgeschaald. Het waterschap voert extra zoet water aan en inspecteert ongeveer 265 kilometer droogtegevoelige waterkeringen. Bij de sluizen van Spaarndam geldt code oranje: er wordt minder vaak geschut om te voorkomen dat te veel zout water het gebied binnenkomt.
Ook Hoogheemraadschap van Delfland voert maximaal zoet water aan, vooral vanuit het Brielse Meer. Om verzilting tegen te gaan wordt onder meer bij de Parksluizen doorgespoeld. Sinds 16 juli gelden beperkingen voor de recreatievaart en inmiddels zijn de beperkingen verder uitgebreid. Daarnaast inspecteert Delfland dijken op droogtescheuren en verzakkingen.
Bij Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zijn de waterstanden nog op peil, maar dreigt eveneens verzilting. Het waterschap gebruikt alternatieve routes voor de zoetwateraanvoer. Op 21 juli werd tijdelijk extra water vanuit Delfland via de Bergsluis in Rotterdam ingelaten. Door het warme en zonnige weer groeien bovendien uitzonderlijk veel waterplanten in de Rotte.
Waterschap Hollandse Delta meldde op 17 juli een regionaal neerslagtekort van 231 millimeter, dat naar verwachting verder zou oplopen. De lage rivierafvoer en hoge watertemperatuur versterken de problemen. Verzilting neemt toe bij onder meer de Hollandsche IJssel en de Lek. Op Goeree-Overflakkee gelden plaatselijke onttrekkingsverboden, waarbij voor bepaalde bloementelers een uitzondering is gemaakt.
Bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn nog geen beperkingen ingesteld voor inwoners, scheepvaart of agrariërs. Wel is de crisisorganisatie opgeschaald. In sommige polders staat het water lager dan normaal en op meerdere plaatsen is blauwalg aangetroffen. Als de droogte aanhoudt, kunnen noodpompen nodig zijn.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier meldde op 17 juli een neerslagtekort van 210 millimeter. Daarmee behoorde het droogteseizoen in Noord-Holland tot de vijf procent droogste jaren sinds het begin van de metingen. Het waterschap let vooral op de waterstanden in sloten en meren en op mogelijke schade aan dijken.
Noorden zuinig met IJsselmeerwater
In Fryslân is de watervoorraad nog op peil, maar Wetterskip Fryslân is zuiniger geworden met IJsselmeerwater. Sinds 13 juli wordt minder water ingelaten in de Friese boezem en wordt bij Dokkumer Nieuwe Zijlen geen water meer afgevoerd naar het Lauwersmeer. Het waterschap houdt hogere waterstanden aan en is begonnen met extra controles van droogtegevoelige keringen.
Waterschap Noorderzijlvest heeft eveneens te maken met een neerslagtekort en voert water vanuit het IJsselmeer aan. Er was medio juli nog voldoende water beschikbaar, maar agrariërs werden opgeroepen beregening vooraf te melden, zodat het waterschap zicht houdt op de watervraag. Op de eigen website was op de peildatum geen goed vindbaar, afzonderlijk actueel droogtebericht beschikbaar; de actuele stand werd ook door de Unie van Waterschappen weergegeven.
Bij Waterschap Hunze en Aa’s was het neerslagtekort rond 20 juli opgelopen tot ongeveer 100 millimeter. De vraag vanuit de landbouw nam snel toe: het aantal beregenaars was in een week verdubbeld. Vooral op de hoge zandgronden en in de Drentse Veenkoloniën zakte het water in sloten, beken en kanalen. Het waterschap voerde daarom meer water aan.
Zeeland en Flevoland
Zeeland kent nauwelijks externe zoetwateraanvoer. Waterschap Scheldestromen kan de gevolgen van droogte daarom vooral beperken door het beschikbare water zo lang mogelijk vast te houden. Het waterschap waarschuwt daarnaast voor een toenemende kans op blauwalg. De combinatie van droogte en hoge temperaturen veroorzaakte eind juni zelfs schade aan een waterschapsweg tussen Poortvliet en Sint-Annaland.
In Flevoland is de situatie anders. Waterschap Zuiderzeeland meldde medio juli nog geen watertekort. Door kwel komt voortdurend grondwater de diepe polders binnen. Daardoor pompt het waterschap dagelijks ongeveer 600.000 kubieke meter water uit het gebied, terwijl circa 150.000 kubieke meter wordt ingelaten in hoger gelegen delen van Flevoland. Het waterpeil in het IJsselmeergebied lag nog ruim boven de vastgestelde zomerondergrens.
H2O Actueel: Waterschap Limburg: herstel van natuur grootste zorg na afkondiging code rood
H2O Actueel: Waterbeheerders paraat: Nederland heeft nu een ‘feitelijk watertekort’
