Nu er op droge zandgronden veel aandacht uitgaat naar innovatieve oplossingen om water vast te houden in de aanpak van de droogte, wordt op andere plekken initiatieven genomen om wateroverlast te voorkomen. In Friesland doet Wetterskip Fryslân een waterbergingsproef in de polder Himpensermar. In Limburg is Waterschap Limburg begonnen met het vergroten van 3 regenwaterbuffers in Oirsbeek.

Wetterskip Fryslân onderzoekt of tot 2035 1.500 hectare aan waterberging in natuurgebieden direct gelegen langs de Friese boezem kan worden gerealiseerd. Deze berging wordt ingezet voor tijdelijke opslag bij extreem hoge waterstanden in de Friese boezem, het stelsel van meren, kanalen en vaarten in de noordelijke provincie. 

Het waterschap heeft de afgelopen jaren op verschillende locaties al gebieden geschikt gemaakt voor waterberging, maar de waterbeheerder heeft met het oog op de klimaatverandering behoefte aan meer bergingsgebieden. 

In de polder Himpensermar onder Leeuwarden wil het waterschap onderzoeken of het 82 hectare grote gebied geschikt is voor deze functie. Voor de proef, die samen met Staatsbosbeheer en vier boeren wordt uitgevoerd, zet het waterschap de stuwen naar de polder open.

Limburg
In Limburg werkt Waterschap Limburg aan Water in Balans, een programma dat erop gericht is om wateroverlast als gevolg van klimaatverandering te verminderen. Dat geldt met name in Zuid- Limburg, waar levensbedreigende situaties door water kunnen ontstaan, aldus het waterschap. Zo zijn in de gemeente Beekdaelen de kernen Oirsbeek, Amstenrade en Schinnen en agrarische bedrijven in het buitengebied kwetsbaar voor wateroverlast, zo bleek tijdens piekbuien in 2014, 2016 en 2018. 

Uit onderzoek kwam naar voren dat 11.000 m3 aan extra waterbergingscapaciteit aangelegd moet worden op meerdere plekken rondom Oirsbeek om het risico op wateroverlast te verminderen. Afgesproken is dat het waterschap 8.000 m3 voor zijn rekening neemt, de gemeente Beekdaelen realiseert 3.000 m3 aan bergingscapaciteit in het bebouwde gebied. 

Met het vergroten van 3 regenwaterbuffers in Oirsbeek zet het waterschap de eerste stap. De aanpassing betreft 22 procent van de 8.000 m3 die moet worden gerealiseerd. De deze week gestarte werkzaamheden duren tot januari.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!