0
0
0
s2smodern

De Rijn moet gewoon schoner. Dat is de boodschap van RIWA-Rijn aan de vooravond van de Rijnministersconferentie, waar het werkprogramma voor de komende twintig jaar wordt vastgesteld. Het samenwerkingsverband van vier Nederlandse drinkwaterbedrijven pleit voor meetbare doelen bij de reductie van lozingen en een verbetering van de vergunningverlening aan industriële bedrijven.

De Rijnministersconferentie wordt op donderdag 13 februari in Amsterdam gehouden. Het is een tijd geleden dat deze bijeenkomst in het kader van de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) plaatsvond; de laatste keer was in 2013. In de ICBR zijn acht landen vertegenwoordigd: België, Duitsland, Frankrijk, Liechtenstein, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland.

Gerard Stroomberg 180 vk 2 Gerard Stroomberg

“Het bijzondere is dat tijdens de conferentie het werkprogramma voor de komende twintig jaar wordt vastgesteld”, zegt directeur Gerard Stroomberg van RIWA-Rijn. “Hierin staan drie thema’s centraal: hoog en laag water, biologie en waterkwaliteit. Het huidige programma dateert van 2000, al zijn er in de tussentijd wel updates doorgevoerd. Maar nu worden ambities opnieuw geformuleerd.”

Waterkwaliteit niet verbeterd
Voor de drinkwatersector is vooral het verbeteren van de waterkwaliteit van belang. Dit standpunt wordt uitgedragen door het Internationaal Samenwerkingsverband van Waterleidingbedrijven in het Rijnstroomgebied (IAWR). Het IAWR heeft in voorbereidende werkgroepen meegewerkt aan het nieuwe werkprogramma voor de periode 2020 - 2040.

Lid van deze koepelorganisatie is RIWA-Rijn, een samenwerkingsverband van vier Nederlandse drinkwaterbedrijven met de Rijn als bron (Oasen, PWN, Vitens en Waternet). RIWA-Rijn heeft in verband met de ministersconferentie een speciale editie van het magazine Ons Rijnwater uitgebracht. In hun gezamenlijke voorwoord komen bestuursvoorzitter Joke Cuperus en directeur Gerard Stroomberg met een duidelijke boodschap aan de politiek: “De Rijn moet gewoon schoner.”

RIWA-Rijn keek in verband met de conferentie en ook de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water naar hoe het in de praktijk gesteld is met de zuiveringsopgave van drinkwaterbedrijven. De wettelijke eisen in Nederland voor de productie van schoon en gezond drinkwater zijn vergeleken met de niveaus van de stoffen die drinkwaterbedrijven tegenkomen in de Rijn. Dat levert volgens Stroomberg geen vrolijk beeld op. “Onze zuiveringsopgave was in 2018 niet minder groot dan in 2000. De waterkwaliteit van de Rijn is dus in twee decennia niet verbeterd. Een teleurstellende constatering gezien alle inspanningen.”

 

Figuur zuiveringsopgave indexToelichting bij de grafiek: RIWA-Rijn heeft een zuiveringsopgave-index opgesteld voor vier stofgroepen die verschillende aanpakken nodig hebben, waaronder deze index voor industriële stoffen en consumentenproducten. De waarden van de zuiveringsopgave (op de y-as in procenten) voor de verschillende stoffen zijn in de tijd weergegeven. De zuiveringsopgave wordt als volgt berekend: stel dat in het Drinkwaterbesluit een richtwaarde van 0,1 microgram per liter is opgenomen voor een bepaalde stof maar in het Rijnwater een concentratie van 0,2 microgram per liter wordt aangetroffen, dan bedraagt de zuiveringsopgave voor die stof 50 procent. In de grafiek is te zien dat in 2000 de balk veel smaller is dan in 2018. De totale hoeveelheid stoffen die drinkwaterbedrijven moeten verwijderen, is dus veel hoger geworden. Ook is het palet aan stoffen veranderd: een deel van de stoffen uit 2000 en later is verdwenen, terwijl er nieuwe stoffen zijn bijgekomen. Bron: rapport over zuiveringsopgave van RIWA-Rijn (2020).

Voorstel voor meetbare reductiedoelen
Nederland en Zwitserland zullen zich op de conferentie sterk maken voor meetbare reductiedoelen, vertelt Stroomberg. “Beide landen stellen voor om een reductiedoelstelling aan de emissiekant van 30 tot 50 procent af te spreken, dus om veel minder kilo’s stoffen te lozen. Niet alle landen zijn het hiermee eens; zo is Frankrijk nog niet om. Wordt er geen overeenstemming bereikt, dan kunnen de ministers uitkomen op de formulering van een significante reductie. Het gevaar daarvan is dat het idee ontstaat dat er al genoeg gebeurt. Ik ben bang dat we dan over twintig jaar opnieuw de conclusie moeten trekken dat de waterkwaliteit er niet op vooruit is gegaan.”

Stroomberg wil niet somberen. Hij verwacht dat de vele investeringen in afvalwaterzuiveringsinstallaties de komende jaren hun vruchten afwerpen. Tevens ziet hij progressie bij het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. Ook bij de vergunningverlening van industriële lozingen is een aanzienlijke winst te behalen, maar daarvoor moet nog wel veel gebeuren. “Drinkwaterbedrijven hebben nu eigenlijk geen goed beeld van welke stoffen allemaal worden toegestaan. Dat is voortdurend een zoekplaatje.”

 'Het lukt niet om nieuwe probleemstoffen te voorkomen'

Het grootste probleem is volgens Stroomberg bovenstrooms gelegen. Terwijl Nederlandse drinkwaterbedrijven met uitgebreide meetprogramma’s zoeken naar nieuwe opkomende stoffen, nemen overheden in Duitsland en Zwitserland daarover beslissingen bij de vergunningverlening. “Zij realiseren zich onvoldoende wat hiervan de impact op de drinkwatervoorziening is. Het lukt niet om nieuwe probleemstoffen te voorkomen. Zo dook opeens pyrazool op. Bij GenX ging het voor Oasen nog net goed, omdat we er snel bij waren.”

Medicijnresten nieuw probleem
Medicijnresten vormen een nieuw hoofdpijndossier voor de drinkwatersector. Zij komen vooral via de patiënt in het water terecht. Stroomberg vindt dat er verschillende stappen kunnen worden gezet. “Vang röntgencontrastmiddelen direct bij de patiënt af. Zorg er ook voor dat mensen medicijnen die overblijven, gemakkelijk kunnen inleveren bij de apotheek. Wat dat betreft kan de Nederlandse ketenaanpak als goed voorbeeld voor andere landen dienen.”

De Europese drinkwatersector heeft in het Europees Rivier Memorandum vastgelegd wat de gewenste kwaliteit van rivierwater is. Het huidige document stamt uit 2013, maar er verschijnt een nieuwe versie. Deze wordt op 16 maart officieel aangeboden aan de Europese Commissie. “Tijdens de Rijnministersconferentie delen we als huiswerk al exemplaren uit aan de delegaties”, zegt Stroomberg. “De richtwaarden voor de belangrijkste stoffen zijn hetzelfde gebleven, maar de urgentie is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen.”

Stroomberg wijst tot slot op de bijzondere rol van de Europese Commissie binnen de ICBR. De commissie is hiervan lid en de komende drie jaar zelfs voorzitter. “De nieuwe Europese Commissie heeft duidelijke ambities voor het milieubeleid in het algemeen en waterkwaliteit in het bijzonder. De commissie kan op deze punten het beleid bij de Rijn mede vormgeven. Ik heb hier hoge verwachtingen van.”

 

MEER INFORMATIE
Speciale editie van magazine Ons Rijnwater
Rapport over zuiveringsopgave van RIWA-Rijn
Jaarrapport over 2018 van RIWA-Rijn

Brief Europese drinkwaterbedrijven aan EC
Website van de ICBR

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.
@Michael BentvelsenZoals Leo aangeeft is het onwaarschijnlijk om een “kapot/niet actief” virus aan te tonen met de test aangezien het RNA zeer onstabiel is en in afvalwater snel zal worden afgebroken. Dat het virus nog aangetoond wordt suggereert dus dat de envelop nog intact is en het virus mogelijk nog actief.
Meten en testen is prima, is ook gewenst. Inmiddels bewezen dat Ozon een goede oplossing is. Zie RWZI Houten, RWZI De Groote Lucht, RWZI Aarle-Rixtel, alle hadden goede resultaten met gedateerde Ozontechnieken.
De berichtgeving moet zuiver. Als het effluent getest is met een PCR-laboratorium bepaling wordt er getest op de aanwezigheid van (een deel van) het RNA. Dat kan positief zijn terwijl het virus al lang dood is. Dan zijn er virusresten gevonden, dat is echt wat anders dan het Horus. Dit is van belang om paniek te voorkomen!!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.