0
0
0
s2sdefault

Een doorsnee huishouden betaalt dit jaar met verbruiksbelastingen meegerekend gemiddeld 1,89 euro voor een kubieke meter drinkwater. Dat is 2,4 procent meer dan in 2020. Bij Vitens betalen klanten het minst en bij PWN het meest.

Dit blijkt uit het tarievenoverzicht over 2021 dat de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) heeft gepubliceerd. Hierin wordt zowel een totaalbeeld geschetst als alle tarieven voor aansluiting en levering per drinkwaterbedrijf genoemd. Het gemiddelde drinkwatertarief zonder verbruiksbelastingen ligt nu weer op ongeveer hetzelfde niveau als in 2015, na tussentijds een aantal jaren te zijn gedaald.

Dat komt door verhogingen in 2020 en 2021. Een gezin met een vrij standaard waterverbruik, betaalt momenteel gemiddeld 1,35 euro per kubieke meter water (duizend liter), exclusief alle belastingen. Dit komt neer op een stijging met 2,5 procent ten opzichte van 2020. In de prijs zijn het vastrecht en het variabel tarief meegenomen. Met verbruiksbelastingen erbij is het tarief 1,89 euro per kubieke meter tegenover 1,85 euro afgelopen jaar, 2,4 procent meer. Het verwachte inflatiecijfer is 1,4 procent. 

Extra investeringen nodig
De waterbedrijven hebben eerder op hun sites al het waarom van de eigen tariefstijgingen toegelicht. Dat heeft onder andere te maken met de toename van de watervraag en de effecten van klimaatverandering. De bedrijven moeten extra investeren in productieprocessen en infrastructuur om de drinkwatervoorziening in de toekomst te kunnen waarborgen.

De kosten van de tien drinkwaterbedrijven verschillen sterk vanwege de specifieke omstandigheden in hun gebieden. Daardoor variëren de gemiddelde tarieven (zonder belastingen) tussen 1,06 en 1,76 euro per kubieke meter. De klanten van Vitens zijn het goedkoopst uit en die van PWN het duurst (zie grafiek).

Als de precariobelasting wordt meegerekend, worden de verschillen nog groter. De bandbreedte ligt dan tussen 1,06 en 2,20 euro. Een deel van de gemeenten heft precario op waterleidingen en het waterbedrijf berekent dit door aan de inwoners. Gemeenten mogen deze belasting nog tot en met 2022 heffen.

Bijna 30 procent belastingen
De drinkwaterprijs bestaat voor 70,5 procent uit de kosten van het waterbedrijf en 29,5 procent uit belastingen. Het gaat bij het laatste om de verbruiksbelastingen (9 procent btw en Belasting op Leidingwater), de provinciale grondwaterheffing en de voor een deel van de huishoudens in het tarief verdisconteerde precariobelasting.

De hoge belastingdruk is een doorn in het oog van Vewin. De vereniging wijst erop dat het rond 1995 nog ging om ongeveer 15 procent, tien jaar geleden om zo’n 25 procent en nu bijna 30 procent. De toename is niet in overeenstemming met het karakter van drinkwater als eerste levensbehoefte, wordt opgemerkt.

Daarom pleit Vewin voor een verlaging van de Belasting op Leidingwater. Die bedraagt dit jaar 35,4 cent per kubieke meter water en geldt voor de eerste driehonderd kubieke meters gebruik. Hierdoor zorgt deze belasting vooral voor hogere prijzen voor consumenten, terwijl veel zakelijke gebruikers er amper last van hebben.

Tarieven drinkwaterbedrijven 2021
De gemiddelde drinkwatertarieven van de tien waterbedrijven zonder verbruiksbelastingen. De gemeenten die precario heffen, zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. (Bron: Vewin-brochure Tarievenoverzicht drinkwater 2021)

 

MEER INFORMATIE
Tarievenoverzicht drinkwater 2021
Toelichting op publicatie door Vewin
H2O Actueel (dec. 2020) over drinkwaterprijs

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Aan ambitie geen gebrek! Geweldig. Ben benieuwd wat voor kennis dit gaat opleveren!
Frank Agterberg H2O/Waternetwerk
@Paul GootjesBeste Paul, het was destijds onmogelijk om een milieuhygiënische verklaring te verkrijgen (voor dat 'grout') omdat testprocedures en -mogelijkheden nog niet bestonden terwijl ILT wél aandrong op het volledig afvullen van boorgaten met precies dat materiaal. Er is met vereende krachten door leveranciers, CI's en eindgebruikers gewerkt aan een goede testmethode en daarmee de vereiste verklaringen. Dat heeft al met al tot medio 2020 geduurd. Inmiddels is dat dus opgelost en is de discussie verschoven naar de thermische geleidbaarheid en mengverhoudingen van het grout met het oog op de energetische en milieutechnische prestaties.
Paul Gootjes H2O/Waternetwerk
Ook is het opvallend dat er niet gesproken wordt over de toepassing van ongekeurde HDPE bodemlussen.
Lekkage en veel weerstand, wat de hele levensduur voor extra energiegebruik zorgt wordt niet genoemd.
Paul Gootjes H2O/Waternetwerk
Wel vreemd dat ILT in 2019 de overtreding toeliet dat er stoffen zonder geldige milieu hygiënische verklaring werden gebruikt. Dit werd medegedeeld in een brief van ILT op 28 februari waarbij de tijd werd gegeven tot 31 december 2019 om "de overtreding zo spoedig mogelijk ongedaan te maken"

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.