Met de Wet verbeterde implementatie Kaderrichtlijn Water wil het kabinet ervoor zorgen dat de Europese regels voor schoon oppervlakte- en grondwater beter worden nageleefd. Tot half juli was het mogelijk officieel te reageren op de wetswijziging.
De wetsaanpassing volgt op kritiek van de Europese Commissie, die stelt dat een deel van de Nederlandse wetgeving niet volledig aansluit op de Kaderrichtlijn Water. De belangrijkste wijzigingen zijn dat vergunningen voor wateronttrekkingen voortaan regelmatig opnieuw moeten worden beoordeeld en zo nodig aangepast. Ook veranderen de regels voor decentrale vergunningen, zodat deze voortaan landelijk kunnen worden aangepast in plaats van via afzonderlijke provinciale en lokale verordeningen.
Er waren negen openbare reacties, officieel ‘zienswijzen’. Vewin, de koepel van drinkwaterbedrijven, onderschrijft dat veranderingen noodzakelijk zijn. Ook ziet Vewin het belang van het periodiek bezien en herzien van lozingsvergunningen en van het beter grip krijgen op álle (ook kleinere) wateronttrekkingsactiviteiten.
Maar de drinkwaterbedrijven vinden wel dat bij de verdere uitwerking van de wet meer rekening moet worden gehouden ‘met de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als dwingende reden van groot openbaar belang.’
Concreet pleit Vewin voor twee aanpassingen. Bij periodieke herbeoordeling van onttrekkingsvergunningen dient de openbare drinkwatervoorziening te gelden als dwingende reden van groot openbaar belang. Verder wil de koepelorganisatie van drinkwaterbedrijven dat als er maximumtermijnen aan onttrekkingsvergunningen komen, de openbare drinkwatervoorziening hiervan wordt uitgezonderd.
Uit de reacties blijkt ook dat landbouworganisatie LTO Nederland uitgesproken tegen het wetsvoorstel is. Volgens LTO Nederland worden ‘bestaande, afgewogen en doorleefde afspraken’ tussen met name provincies en de landbouwsector verstoord. Ook is de organisatie ervan overtuigd dat de wetsaanpassingen leiden ‘tot een onnodige en onevenredige stijging van regeldruk en nieuwe verplichtingen van boeren en tuinders’.
Verder vreest de landbouworganisatie voor bredere implicaties van een op het oog technisch wetsvoorstel: ‘Onder het mom van een smalle technische juridische reparatie worden nieuwe werkelijkheden gecreëerd die een veel bredere betekenis hebben: een veel sterkere grip van het Rijk op het water in de regio’s’.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat de binnengekomen reacties nu verwerken. Wanneer het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State wordt gestuurd, een noodzakelijke stap voor de Tweede Kamer erover kan debatteren, is nog niet bekend. Volgens de Europese richtlijnen moeten de aanpassingen uiterlijk 21 december 2027 zijn verwerkt.

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?