Waterschappen staan nog aan het begin van het integreren van intelligente digitale technologieën binnen hun organisatieprocessen. De toepassing van onder meer kunstmatige intelligentie, machine learning en robotica zal het werk fundamenteel veranderen, zeggen Jonas Heffels (programmamanager Innovatie & Transformatie bij Het Waterschapshuis) en Richard Bremer (Chief Information Officer bij Waterschap Rivierenland). “Het gaat bij digitale transformatie veel meer om een sociale en mentale transformatie dan een technische.”


door Hans Klip


Jonas Heffels: ‘Digitale technieken gaan steeds meer helpen bij anders werken’

DEF kader zomerserie 3 Wat houdt digitale transformatie in?
“Bij alleen digitalisering blijven werkzaamheden vaak ongeveer hetzelfde. Het transformatieve is dat waterschappen dingen echt anders gaan doen. Dat is ook nodig gezien de ontwikkeling richting een netwerksamenleving. Neem vraagstukken rondom klimaat en droogte. Tuigde een waterschap voorheen een project op om een gebied te vernatten, nu wordt zoiets vaker integraal aangepakt in samenhang met andere opgaven. Dus dwars door alle afdelingen heen.

Bij dit transformatieve werken gaan digitale technieken steeds meer helpen, omdat je met meer datasets kunt werken en data op andere manieren kunt verzamelen en interpreteren. Waterschappen kunnen hierdoor ook nieuwe dienstverlening leveren aan de samenleving. Zo ontwikkelen waterschappen tools die alle betrokkenen in een gebied inzicht geven in waterpeilen en grondwaterstanden.”


Jonas Heffels 200 tekst a


Wat is het perspectief voor waterschappen?
“Ik verwacht dat er een kentering komt bij organisaties. Zij zijn dan niet alleen goed in wat ze doen maar ook in het omgaan met complexiteit en de verbinding met veel externe partijen. De grootste zoektocht voor de toekomst is hoe het waterschap samen met de omgeving zorgt voor continu ontwikkelen en leren en voor meerwaarde op de lange termijn. Digitale technieken dragen hieraan sterk bij door het borgen van bestaande kennis en het aanboren van nieuwe kennis. Ook hoeft een stukje van de kennisontwikkeling en uitvoering straks niet meer door medewerkers worden gedaan, maar kan dat worden overgelaten aan digitale toepassingen. Dit is belangrijk in verband met de krapte op de arbeidsmarkt.”

Hoe gaan waterschappen om met digitale transformatie?
“Elk waterschap is er op zijn eigen manier mee bezig. Wat betreft snelheid is een onderscheid te maken tussen waterschappen die een voortrekkersrol voor de hele sector vervullen, waterschappen die vooral nog afwachten en waterschappen die een middenmootpositie innemen. Ik vind het interessant dat waterschappen digitale transformatie op verschillende manieren aanvliegen.

Zo is Aa en Maas bezig vanuit leiderschap en de effecten van digitalisering daarop, terwijl Drents Overijsselse Delta vooral kijkt naar het aspect van de krimpende arbeidsmarkt. Waternet en Hollands Noorderkwartier richten zich op hun beurt weer sterk op de technische kant. Verder zijn er waterschappen die goed in andermans keuken kijken en de krenten uit de pap halen. Die richting gaan we met zijn allen ook op. Sommige ontwikkelingen zullen waterschappen gewoon overkomen. Het is belangrijk dat ze in staat zijn om daarop in te spelen door elkaars kennis te gebruiken. Dan kunnen zij een flinke vooruitgang boeken.”

'Als wij met het programma bereiken dat iedereen ‘bewust onbekwaam’ wordt, zijn we tevreden voor de eerste stap'

Wat voor ondersteuning biedt Het Waterschapshuis?
“Wij zijn op verzoek van de directeuren van de waterschappen 3,5 jaar geleden gestart met het programma Innovatie & Transformatie. Hiermee willen de waterschappen gezamenlijk een eerste stap zetten bij digitale transformatie, met name het transformatieve deel. Het uitgangspunt is dat de verandering plaatsvindt binnen een waterschap zelf. Ook gaat het veel meer om een sociale en mentale transformatie dan een technische. Als wij met het programma bereiken dat iedereen ‘bewust onbekwaam’ wordt, zijn we tevreden voor de eerste stap. De drie overkoepelende thema’s zijn leren, verbinden en innoveren. Zo ontwikkelen we een gemeenschappelijke taal en zijn er jaarlijks meerdere Winnovatielabs voor nieuwe technieken.”

Welk onderwerp is momenteel ‘hot’?
“De inzet van ‘digital twins’. Bij zo’n dubbelganger wordt van een object in de werkelijke wereld een getrouwe digitale afspiegeling gemaakt. Waterschapsbedrijf Limburg is hiermee het meest actief, maar andere waterschappen maken ook grote stappen. Wij zijn nu vooral bezig om een gezamenlijk beeld van digitale tweelingen te ontwikkelen, want de meningen daarvoor verschillen nogal. Ook creëren we een groot netwerk van geïnteresseerde mensen.”

Nog andere ontwikkelingen?
“De ethische kant van digitale technieken zal de komende jaren veel impact hebben. Wat een waterschap kan, gaat vaak veel verder dan wat toegestaan of wenselijk is. De beelden die een drone maakt tijdens het controleren van watergangen, mogen bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor handhaving. Over zulke ethische dilemma’s hebben we het veel met bestuurders. Een andere ontwikkeling is dat het Waterschapshuis en de Unie van Waterschappen samen in kaart brengen welke Europese regels relevant zijn voor de inzet van digitale technieken. Hierbij wordt altijd gedacht aan de regelingen voor basisveiligheid en voor gegevensverwerking en -uitwisseling. Dat zijn echter slechts twee van de meer dan twintig regelingen.”

Op welke manier stimuleert het Waterschapshuis de toepassing van data science?
“We hebben hiervoor DEEP, een eenjarig leerprogramma voor startende data scientists en data engineers. Zij leren niet alleen het vak vanuit de inhoud begrijpen, maar maken ook kennis met de waterschapspraktijk. In oktober is de tweede lichting klaar en dan zijn er in totaal 28 data scientists en engineers opgeleid. Ze hebben intussen 45 opdrachten uitgevoerd en wisselen met elkaar mooie ideeën voor verbeteringen uit. Ook op technisch vlak gaat veel aandacht uit naar data science en machine learning, zodat er steeds meer computergestuurd kan worden gewerkt.”

Wat doen jullie voor bestuurders, leidinggevenden en medewerkers?
“Wij organiseren activiteiten om hen mee te nemen in de verandering. We hebben een leerlijn voor managers die inmiddels bijna overal is afgerond. Bij diverse waterschappen doorlopen we nu ook met bestuurders een leerlijn voor digitaal transformeren. Verder ontwikkelen we een leerlijn voor medewerkers die later dit jaar in pilotvorm zal starten. Het gaat hierin om aspecten als: hoe verandert jouw werk de komende jaren, wat is je rol daarbij en hoe word je wendbaarder omdat tijdens een project de regels kunnen veranderen door nieuwe technieken?”

Waar staan waterschappen over vijf jaar?
“Ik verwacht dat dan de meeste waterschappen data science en digitale toepassingen structureel hebben opgenomen in hun werkprocessen. Het gaat nu nog vaak om een gimmick die wel wordt toegepast maar niet direct leidt tot besparing of ontwikkeling. Mijn droom is dat wij bij digitale transformatie echt samenwerken binnen de sector en met andere sectoren. Dus ook als het spannend wordt. Daarvoor hebben waterschappers nog stappen te zetten bij kennisdeling en elkaar iets gunnen. Want wat is er mooier dan dat je ook trots bent op een digitale innovatie die een ander heeft bedacht?”


Richard Bremer: ‘We gaan toe naar een autonoom werkend waterschap’

Wat houdt digitale transformatie in?
“Wie op Google de term in het Nederlands intikt, krijgt ruim twee miljoen resultaten. Het is een containerbegrip voor een groot aantal ontwikkelingen die zeer snel op ons afkomen. Het Nederlandse adviesbureau Red Plume heeft een interessant model opgesteld waarin drie historische fasen worden onderscheiden: automatisering die begon met de grote mainframes in de jaren zeventig, digitalisering vanaf de jaren negentig in verband met de introductie van het internet en de mobiele telefoons en dan nu dataficering. Deze fase heeft te maken met big data, kunstmatige intelligentie, machine learning, internet of things, virtual reality en robotisering. Het totaal kun je typeren als digitale transformatie. Dit veranderingsproces is dus al tientallen jaren aan de gang.”


Richard Bremer 200 tekst


Wat is kenmerkend voor de huidige periode van dataficering?
“Dat je dingen niet meer of beter doet zoals eerder bij automatisering en digitalisering, maar juist anders. Omdat enorm veel digitale data worden geproduceerd, komen er zelfdenkende systemen. Hiermee zijn voorspellingen mogelijk van wat in de bedrijfsvoering gaat gebeuren. Het betekent dat je op een heel nieuwe manier de organisatie kunt sturen en vormgeven. Ons werk verandert dus fundamenteel. Nog een stap verder is dat de bedrijfsvoering wordt aangepast aan de nieuwe werkelijkheid van zelfdenkende systemen. De verwachting is dat we toegaan naar een autonoom werkend waterschap, waarbij processen autonoom plaatsvinden door algoritmen.”

Wat is de impact van de digitale transformatie op medewerkers?
“Medewerkers in de uitvoerende diensten vroegen me vijf jaar geleden al of ze door de digitale transformatie hun baan zouden kwijtraken. Die vrees is verdwenen door de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Binnen vijftien jaar gaat de helft van ons personeel met pensioen terwijl de aanwas op basis van natuurlijke bevolkingsgroei, even los van migratie, achterblijft. Daarom zijn we straks juist blij dat computers, robots en algoritmes een deel van het werk hebben overgenomen. De uitdaging is vooral om tijdig de kennis uit de mensen te halen voordat ze uitstromen en die kennis te gebruiken voor de algoritmes.”

Hoe lang gaat het duren voordat er een autonoom werkend waterschap is?
“Dat is nog toekomstmuziek, maar misschien is het al over tien à vijftien jaar zover. De ontwikkelingen gaan soms erg snel. Laat je echter niet gek maken en maak keuzes bij wat je oppakt. Daarom hebben wij binnen Waterschap Rivierenland een aantal speerpunten benoemd. We hebben ongeveer tien innovatieprojecten waarin kunstmatige intelligentie en machine learning een hoofdrol spelen. Het zijn kansrijke innovaties die we in principe echt willen invoeren.”

Kunt u voorbeelden van innovatieprojecten geven?
“Een mooi voorbeeld is de smart vislift, waarmee we in 2019 de Waterinnovatieprijs in de categorie digitale transformatie wonnen. Uit deze innovatie is het bedrijf Vislift BV voortgekomen dat momenteel voor meerdere waterschappen visliften implementeert. In zo’n zelfdenkende vispassage wordt de stroomsnelheid aangepast aan het type vis dat er op dat moment doorheen gaat. De vislift monitort niet alleen de migratie van vissen maar ook allerlei andere variabelen, zoals watertemperatuur en waterkwaliteit. Dit levert een grote bak met gegevens op.

Een ander voorbeeld is dat we nu starten met een implementatietraject bij de afvalwaterzuivering om pompen veel slimmer op elkaar af te stemmen. Daardoor kunnen we onder meer energie kopen op het moment dat die het goedkoopst is. Het zijn tussenstappen op weg naar autonome processen als autonoom peilbeheer en autonoom zuiveringsbeheer. Want die kant gaat het echt op.”

Slimme visliften in LingE 900 b De ‘zelfdenkende’ vislift (hier in de Linge), in 2019 bekroond met de Waterinnovatieprijs in de categorie digitale transformatie.

Werken jullie al met digital twins?
“Nog niet met volledige nabootsingen van objecten, wel met delen daarvan. Zo kunnen de medewerkers van de centrale regiekamer inprikken op alle gemalen en zuiveringen. Wat zij daar zien, is ook een kopie van de werkelijkheid. In dat digitale model kunnen ze nu al de besturing regelen of op afstand reparaties uitvoeren. We willen stapsgewijs toe naar complete digital twins. Het is uiteindelijk de bedoeling alles te integreren in één model waarin we al van te voren allerlei scenario’s kunnen doorrekenen.”

'Veel blijft bij pilots en ideeën en is nog niet allemaal uitgekristalliseerd. Al werkende proberen waterschappen hun weg te vinden'

Waar staan waterschappen momenteel bij digitale transformatie?
“Er is veel dynamiek binnen de waterschappen op het gebied van innovaties. Ook worden veel nieuwe mogelijkheden ingebracht, zoals vorig jaar bleek tijdens het Waterinnovatiefestival. Hierbij wordt het principe van ‘laat duizend bloemen bloeien’ toegepast. Veel blijft bij pilots en ideeën en is nog niet allemaal uitgekristalliseerd. Al werkende proberen waterschappen hun weg te vinden.

Het zou mooi zijn als we kansrijke innovaties in productie weten te brengen, die andere waterschappen dan kunnen overnemen op basis van bewezen technologie. Wat met de vislift is gebeurd, is hiervan een goed voorbeeld. In onze eigen trajecten hanteren we een ontwikkelgerichte strategie. Er is geen blauwdruk voor digitale transformatie maar we gaan wel uit van het autonoom werkende waterschap als stip op de horizon. Met dat steeds in het achterhoofd ontwikkelen we onze projecten en sturen die waar nodig bij.”

Hoe werken de waterschappen samen?
“Zij ondernemen gezamenlijk allerlei initiatieven. Zo zijn er diverse samenwerkingsprojecten binnen Het Waterschapshuis. Er moet wel scherper worden gekeken naar wat waterschappen als eerste aanpakken. Mijn advies is om portfoliomanagement toe te passen voor het objectief en integraal wegen van alle projectvoorstellen. Dan worden hierin prioriteiten en dus een uitvoeringsvolgorde aangebracht. Want als alles parallel gebeurt, verzuipen we. De innovatieontwikkelingen staan nog los van de projecten op het gebied van informatieveiligheid.

De waterschappen zijn verplicht om begin 2024 te voldoen aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid, red.). Rivierenland moet daarvoor in twee jaar tijd 31 projecten uitvoeren en andere waterschappen staan voor een vergelijkbare opgave. Verder is er onder meer het programma voor digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven, met als uitgangspunt dat de klant centraal staat. Ook is er nog een hele serie projecten die te maken hebben met onze primaire taken: waterzuivering, peilbeheer en waterveiligheid. Kortom, waterschappen zullen goed moeten kiezen wat ze samen op het gebied van digitale transformatie oppakken om het behapbaar te houden.”

Wat willen jullie bij Waterschap Rivierenland over vijf jaar hebben bereikt?
“Wij willen in ieder geval het fundament dat bestaat uit data, technologie en organisatie, goed op orde hebben. Daarbij kunnen we leren van succesvolle projecten. We verkennen nu bijvoorbeeld processen die zich het beste lenen voor robotisering. Waar zitten bij ons de mogelijkheden om de klap van de toekomstige uitstroom op te vangen? Zo zijn software robots sterk in opkomst. Zij kunnen een deel van het werk van onze medewerkers overnemen.” 



KNW Themagroep Water en IT organiseerde in maart 2021 het webinar Digitaal transformeren, waarom is dat ze lastig? Lees de terugblik met de presentaties van de sprekers (o.a. Richard Bremer) en de video van het webinar


LEES OOK IN DEZE SERIE
OR Rivierenland: ‘We moeten van ons eigen eilandje afkomen’
Stefan Kuks: 'De waterschappen moeten duidelijk maken dat er grenzen zijn'

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPBeste Hans, Hetty. Allereerst dank voor jullie zinvolle reacties.
Hans, je merkt terecht op dat de bui waarmee we de analyse hebben uitgevoerd niet vaak voorkomt. Ingrijpende maatregelen doorvoeren die alleen effect hebben tijdens extreme neerslag is niet doelmatig, daar ben ik het mee eens. Oppervlakkige afstroming komt echter niet alleen voor bij deze extreme neerslag, maar ook bij kleinere buien met hoge intensiteit, of bijvoorbeeld wanneer de ondergrond verzadigd is. In hellend gebied, zoals de Veluwe, hoeft het volume van de bui niet groot te zijn om oppervlakkige afstroming richting de watergang te veroorzaken. In de studieresultaten zagen we dat sommige gebieden bijvoorbeeld al bij 15 mm intense neerslag tot afvoer komen.
Intense neerslag die de infiltratiecapaciteit van de bodem overschrijdt komt meerdere keren per jaar voor. Uiteindelijk willen we uiteraard niet de Veluwe over een groot oppervlak verstoren, maar willen we de bergende capaciteit van het landschap in de vorm van begroeiing, microreliëf en holle percelen herstellen.
Hoe gaat men deze drempelwaarden handhaven?
Louis Peperzak Leren van het rampjaar
Ik volgde de tv serie met interesse. Deze video is ook erg interessant en zeer leuk gemaakt! Hopelijk lukt het om dit verder uit te werken, in een boek of promotie. Graag met gedetailleerde kaarten.
Lastig dat consequenties van prijsstijgingen per DW-bedrijf steeds anders worden uitgedrukt. Kan dat nog genormaliseerd worden? Bijv. Differentiatie naar en procentuele prijsstijgingen van DW-vastrecht? Dan wordt de interessante vergelijking eenvoudiger. Dank alvast.
Johan Raap Een stout biertje
Heel leuk initiatief, maar helaas is vergeten dat het flesje van statiegeld moet zijn. Natuurlijk brengen wij het allemaal braaf naar de glasbak, maar je moest eens weten hoeveel mensen / jongelui misschien die dat niet doen. Overal vind ik die krengen, met name desperado flesjes en van die twist off flesjes. Vanuit LCIA is al lang bekend dat statiegeld een goede wijze is om te besparen op energie, grondstoffen en water, binnen een straal van (en hier mag ik geen verantwoording nemen) 400 km. Dus mijn stelling is 'geef het goede voorbeeld en blijf bij aankoop weg van statiegeld loze flesjes'. Succes allemaal en proost

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!