0
0
0
s2sdefault

Bij de versterkte dijk langs de Lek tussen Kinderdijk en Schoonhovenseveer zijn er geen aanwijzingen voor een acuut waterveiligheidsrisico. Dat stelt Deltares in een in opdracht van Waterschap Rivierenland opgesteld advies. Stefan van Baars zegt in een reactie dat de Lekdijk niet als veilig moet worden bestempeld.

Kennisinstituut Deltares heeft een spoedonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van het rapport De Lekdijk is lekgestoken! van Stefan van Baars uit april. De oud-hoogleraar grondmechanica en funderingstechniek aan de Universiteit van Luxemburg is uiterst kritisch over de manier waarop Waterschap Rivierenland de Lekdijk tussen Kinderdijk en Schoonhovenseveer in de periode 2013-2018 heeft versterkt. Daarbij is toen een nieuwe methode voor dijkversterking toegepast.

Van Baars vindt dat er verkeerde technieken zijn gebruikt, zoals diepwanden en boorlopen. Dat heeft volgens hem niet alleen gezorgd voor aanzienlijke schade aan woningen van omwonenden, maar de dijk is zelfs niet veilig meer bij hoogwater. Waterschap Rivierenland vroeg daarom Deltares om een onafhankelijk onderzoek naar de veiligheid van de Lekdijk en de ontwerpaspecten van de dijkversterking. Vrijdag zijn de eerste resultaten gepubliceerd.

‘Huidige veiligheid voldoende verzekerd’
Deltares gaat in het rapport vooral in op de vraag of er sprake is van een acuut waterveiligheidsrisico op het tien kilometer lange traject. Het kennisinstituut concludeert van niet. “De huidige waterveiligheid is voldoende verzekerd uitgaande van de huidige omstandigheden (zonder inachtneming van een 100 jaar maaivelddaling en zeespiegelstijging) en uitgaande van een buitenwaterstand van NAP +3,30 meter (MHW 2021 behorende bij de destijds geldende normering met een overschrijdingsfrequentie van 1:2000 per jaar) en bij verhoogde grondwaterstand als gevolg van een veronderstelde lekkage door kieren.”

Onder deze omstandigheden heeft Deltares buigende momenten en ankerkrachten gevonden die kleiner zijn dan waarop de constructie is ontworpen. “Dit betekent dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat het ontwerp tekort schiet als er sprake is van lekkage.” Ook nieuwe inzichten over waterspanningen en realisatie van de constructieve elementen veranderen het oordeel niet, aldus Deltares. De dijk voldoet (ruim) aan de bij aanvang van de dijkversterking geldende normen voor waterveiligheid.

Deltares signaleert wel een eventueel probleem: mogelijke lekkage langs de boorpalen in de dijk kan een negatieve invloed hebben op de constructie. Deze invloed beperkt zich tot een kortere levensduur dan de honderd jaar waarvan bij het ontwerp is uitgegaan. Deltares raadt monitoring aan, om veiligheidstekorten die op termijn zouden kunnen optreden door lekkage via kieren tijdig te kunnen constateren.

‘Opgelucht dat Lekdijk veilig is’
“Wij zijn opgelucht dat het onderzoek van Deltares uitwijst dat de Lekdijk veilig is”, zegt dijkgraaf Co Verdaas op de eigen site van Waterschap Rivierenland. Co Verdaas foto Fred Ernst  Co Verdaas (f: Fred Ernst)“Tegelijkertijd realiseren wij dat een aantal zaken nader moet worden uitgezocht en dat een aantal bewoners met schade nog steeds zorgen heeft over hun woning. Daarom gaat Deltares nu aan de slag met een vervolgonderzoek. Ook laten wij onderzoeken hoe het proces van schademeldingen is verlopen.”

In het vervolgonderzoek zullen de ontwerpaspecten centraal staan die Van Baars in zijn rapport noemt. De resultaten worden in het najaar verwacht. Een externe commissie onder leiding van voormalig topambtenaar Hans van der Vlist buigt zich over de kwestie van de schademeldingen.

De commissie presenteert waarschijnlijk aan het eind van het jaar haar conclusies. Verdaas hierover: “Wij begrijpen dat bewoners willen dat dit proces sneller verloopt. Zorgvuldigheid staat echter voorop. Wij vragen dan ook om begrip en geduld. In de tussentijd gaan wij in gesprek met de bewoners zodat zij hun zorgen kunnen uiten.”


REACTIE STEFAN VAN BAARS

Prof. dr. ir. Stefan van Baars heeft aan H2O deze reactie gegeven op het rapport van Deltares.

Stefan van BaarsStefan van Baars

Een dijk is veilig als een onafhankelijk onderzoek bewijst dat de dijk de maatgevende waterstand altijd kan keren. In alle andere gevallen moet een dijk als onveilig worden gezien. Bij de Lekdijk spelen echter de volgende drie punten.

Ten eerste hebben de bewoners bij hun geschil met het waterschap, volgens het verdrag van Aarhus, recht op een onafhankelijk onderzoek. Tijdens de ontwerpfase van de dijkversterking heeft het waterschap aan Deltares gevraagd om samen met partijen van de bouwcombinatie voorschriften op te stellen voor de boorpaalwanden en om het waterschap van advies te voorzien. Nu heeft het waterschap opnieuw Deltares gevraagd om dit ontwerp te toetsen. Deze toetsing is dus niet onafhankelijk.

Ten tweede is bij de Lekdijk belangrijke gebiedsinformatie naar voren gekomen:

  • Er zitten scheuren in de dijk en deze nemen volgens de bewoners nog steeds toe.
  • Vele huizen net achter de dijk zijn weggeschoven en hebben scheuren gekregen die nog steeds toenemen.
  • Op de locatie van de boorpalen en de verankeringen is lekkage geconstateerd, zowel volgens de foto’s van de bewoners als volgens het rapport van Deltares (pagina’s 71, 73 en 120).
  • Er is een ernstige vernatting van het gebied achter de dijk opgetreden.
  • Al deze problemen zijn ontstaan sinds de werkzaamheden aan de dijk.
  • Satellietwaarnemingen (InSAR) tonen aan dat de dijk en de woningen daarachter ernstig zijn verschoven, dat dit proces niet is afgelopen en dat het proces begonnen is sinds de werkzaamheden.
  • De bewoners hebben midden in de winter opborrelend water in de kwelsloot geconstateerd met een temperatuur van 13 graden.

Deze gebiedsinformatie bewijst een correlatie tussen de schade aan de huizen en de werkzaamheden. Zonder helderheid omtrent de oorzaak van deze zaken kan men niet met zekerheid stellen dat de dijk veilig is. In ieder geval is de dijk niet veilig voor de huizen die erachter staan, zoals is gebleken.

Ten derde wordt in de toetsing tegen opbarsten van het achterland ervan uitgegaan dat slechts de helft van de waterdruk in de Lek via de diepe zandlaag terecht komt onder het klei-/veenpakket van de polder. Uit metingen met peilbuizen blijkt voor kortdurende waterstanden in de Lek (normaal getij) dat deze halvering juist is. Maar voor langdurige waterstanden (hoogwaterafvoer in de Lek of stormvloed) kan die factor oplopen tot 80 procent of meer, en daar is in de toetsing geen rekening mee gehouden. Ook zijn er geen opbarstberekeningen gemaakt voor de tussenzandlaag en dat is uiterst verontrustend. Deze tussenzandlaag ligt ondieper en kan dus eerder opbarsten bij langdurig hoogwater.

Om deze redenen zou de Lekdijk niet als ‘veilig’ bestempeld moeten worden.


MEER INFORMATIE
Analyserapport van Deltares 
Waterschap Rivierenland over de resultaten 
H2O Actueel (april 2021): ‘lek geprikte’ Lekdijk 
H2O-interview Stefan van Baars (juni 2021): ‘Er is iets fundamenteel mis in Nederland’

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.