Waarborg dat woningen overal klimaatbestendig worden gebouwd, om daarmee extra opgaven voor klimaatadaptatie en waterproblemen te voorkomen. Daarvoor pleit deltacommissaris Peter Glas in een advies. Volgens hem is er een landelijke aanpak nodig, met ruimte voor regionaal maatwerk.

De deltacommissaris heeft hierover vorige week een bestuurlijke brief op hoofdlijnen gestuurd aan de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur en Waterstaat, naar aanleiding van hun adviesaanvraag in juli. Peter Glas komt in het najaar nog met een meer gedetailleerde doorkijk naar de langere termijn. Hierin zal hij ingaan op hoe water en bodem sturend kunnen zijn in de ruimtelijke inrichting en welke gevolgen op de lange termijn klimaatverandering heeft.

Meenemen in afspraken tussen Rijk en regio’s
Vanwege het grote tekort aan woningen kwam het kabinet in het voorjaar met het stevige voornemen van bijna een miljoen nieuwe huizen tot 2030. De maatschappelijke en politieke druk is groot, aldus Glas in zijn adviesbrief. “Dit vergt in de komende decennia forse investeringen en veel ruimte. Daarnaast ligt er de urgente opgave om ons land aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, waarbij we te maken krijgen met een versnelde stijging van de zeespiegel en extremer weer met plensbuien, hitte en droogte.”

Peter Glas Foto John van Hamond 180 Peter Glas
(foto: John van Hamond)

Glas is daarom van mening dat klimaatbestendig bouwen het ‘nieuwe normaal’ moet worden. Zijn hoofdboodschap: waarborg overal in de gebouwde omgeving dat huizen klimaatbestendig worden gebouwd, vooral bij al beoogde en nieuwe grootschalige woningbouwlocaties. Hij raadt aan om dit mee te nemen in de afspraken over woningbouw die Rijk en regio’s maken.

Voorkomen van afwenteling
Het gaat om de keuze waar gebouwd wordt en om de manier waarop er wordt gebouwd, schrijft de deltacommissaris. “Het is van groot belang om daar te bouwen en op een zodanige manier dat we – nu én in de toekomst - geen extra klimaatadaptatie-opgaven en waterproblemen, en daarmee schade en slachtoffers krijgen.”

De effecten van klimaatverandering mogen niet worden afgewenteld op toekomstige generaties en andere gebieden, stelt Glas. “Daartoe dienen de lange termijn ontwikkelingen van zeespiegelstijging, veranderende rivierafvoeren, meer extreem weer en de bodemdaling nu reeds te worden meegenomen bij de woningbouwplannen, in de businesscases voor de financiering en in de kosten voor (toekomstig) beheer en onderhoud. Tevens is het nodig om een geografisch ruimere afweging te maken dan alleen te kijken naar het plangebied.”

De deltacommissaris vindt het belangrijk om aan te sluiten bij wat hierover in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd: ‘bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover redelijkerwijs mogelijk.’ Vanwege de toekomstige klimaatverandering moet er ruimte worden gereserveerd voor de versterking van dijken en de opvang van water bij extreme buien. Bij het laatste noemt Glas een reservering van 10 procent ruimte. Ook is het zaak om hittestress te beperken door middel van groen-blauwe aanpassingen in de woningbouw en de stedenbouwkundige inrichting.

Vaak hogere kosten maar ook kansen
De deltacommissaris is zich ervan bewust dat klimaatadaptief bouwen vaak duurder uitvalt dan traditioneel bouwen. Volgens een verkennende studie door adviesbureau Ambient uit 2020 zijn de meerkosten tussen 300 en 3.800 euro per woning en 35.000 en 340.000 euro per hectare in de openbare ruimte. Hier staat echter tegenover dat door niets doen de schade door klimaatverandering in Nederland kan oplopen tot 170 miljard euro tot 2050.

Klimaatbestendig bouwen biedt ook kansen, benadrukt Glas. “Toevoeging van meer ‘blauw en groen’ in de gebouwde omgeving kan zorgen voor een fijnere, gezondere en natuurinclusieve leefomgeving, wat ook positief doorwerkt op de vastgoedwaarde. Tevens is een koppeling te maken met de maatregelen die nodig zijn voor klimaatmitigatie.”

Watertoets sterker sturend
Glas pleit voor een generieke landelijke aanpak, met ruimte voor onderbouwd regionaal maatwerk. “Meer nationale regie is nodig om gemeenten, die nu ieder zelf het wiel moeten uitvinden, te helpen in de vertaling van klimaatadaptatie naar concrete klimaatadaptatiedoelen en vervolgens naar praktische handvatten.” Hij vraagt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het voortouw te nemen, in nauwe samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de regio’s en de partners in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.

Voor waterbeheerders is de Watertoets een belangrijk hulpmiddel. “Deze toets moet mijns inziens sterker sturend zijn, zowel op proces als op inhoud, waarbij de adviezen van de waterbeheerder doorwerking krijgt en tijdig kan leiden tot planaanpassingen. Ik adviseer om de juridische borging van de Watertoets (vroegtijdig en bindend) in de Omgevingswet nog eens kritisch te bekijken.”

Extra ondersteuning van kleinere gemeenten
Momenteel bestaat het risico dat klimaatadaptatie niet voor elke gemeente prioriteit heeft, gezien de beperkte capaciteit en expertise en de vele opgaven bij ruimtelijke plannen. Glas wijst op de risicodialoog waarmee wordt bepaald welke kwetsbaarheden op lokaal en regionaal niveau wel en niet worden aangepakt. “Waar dit proces wellicht mede door de coronacrisis nog niet van de grond is gekomen, dient dit nu met kracht opgepakt te worden door de regionale en lokale overheden.”

Het is volgens de deltacommissaris inmiddels duidelijk dat diverse kleinere gemeenten extra ondersteuning nodig hebben. Dat kan financieel of via personele ondersteuning door het Rijk, een waterschap of een provincie. Zijn aanbeveling is om in ieder geval te zorgen voor één digitaal loket voor klimaatadaptieve woningbouw, waarin de nu reeds beschikbare leidraden, handreikingen en voorbeelden te vinden zijn. Hiervoor is het Kennisportaal Klimaatadaptatie geschikt.

MEER INFORMATIE
Adviesbrief deltacommissaris
Bericht op site Deltaprogramma
Kennisportaal Klimaatadaptatie
H2O Interview met Peter Glas (juli): ‘De weerbaarheid moet omhoog, de kwetsbaarheid omlaag’

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!