Stefan Kuks geeft een duizelingwekkend overzicht van de opgaven waar de waterschappen voor staan en blijft daarbij kalm en optimistisch: “Als we nu handelen en het goede doen, kunnen we veel ten goede keren.” Kuks is watergraaf van Waterschap Vechtstromen, maar ook hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Twente en voorzitter van de stuurgroep van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (DPRA). Hij schetst de veranderende rol van de waterschappen aan de hand van vijf uitdagingen. Het is de aftrap van een serie over de toekomst van de waterschappen.


door Kees Jan van Kesteren


DEF kader zomerserie 'We leven niet in een tijdperk van verandering, maar beleven een verandering van tijdperk.' Dat is een stelling van hoogleraar Jan Rotmans. Stefan Kuks is het met hem eens. Hij ziet een stapeling van crises, die de rol van waterschappen direct raken en zullen veranderen. "Tot nu toe zijn waterschappen organisaties geweest die elke vraag en elke situatie achteraf met zogenaamde functiebediening weer in orde hebben gemaakt", stelt Kuks. "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast."

De stapeling van crises die Kuks benoemt, raken niet exclusief de waterschappen. Klimaatverandering, de stikstofproblematiek, de noodzakelijke energietransitie, de relatie met de oorlog in Oekraïne, de vluchtelingenproblematiek, het gebrek aan woningen en het slinkende vertrouwen van de bevolking in de overheid raken de samenleving als geheel. “En vergeet niet dat we al twee jaar een diepgaande covid-crisis hebben gehad, die nog steeds weer kan opleven.”

"Deze crises hebben vele consequenties, maar veel hebben specifiek te maken met het werk en daarmee dus ook de rol van de waterschappen”, zegt Kuks. Klimaatverandering leidt tot periodes van droogte en extreme regenval. Hij noemt ook bodemdaling en zeespiegelstijging, evenals de zorgen om de waterkwaliteit en de waterbeschikbaarheid. "Het is aan de waterschappen om vanuit hun verantwoordelijkheid duidelijk stelling te nemen in het maatschappelijke debat over de toekomst van ons land."


UITDAGING 1: KLIMAATCRISIS EN GEVOLGEN

"De IPCC rapporten, opgesteld door een internationaal panel van de beste klimaatwetenschappers, geven indringende signalen. Waar we eerst nog dachten - en dat is in Parijs ook afgesproken - dat we de stijging van het klimaat onder de 2 graden zouden kunnen houden en de zeespiegelstijging tot 80 cm zouden kunnen beperken, zijn er nu al scenario's die uitgaan van meer dan drie graden en eind deze eeuw misschien wel 130 cm. We zijn echt op het verkeerde pad.

Voor wat betreft de zeespiegelstijging is het enige onzekere hoe hoog die precies gaat zijn. 10 van de 17 miljoen Nederlanders zijn direct afhankelijk van de bescherming door dijken. En verhogen is simpelweg niet eindeloos mogelijk. Een ander gevolg zijn de toenemende weersextremen. Van droogte tot overvloedige regenval. Een temperatuurstijging van 2 graden levert dertig procent meer regenval op. En dat water moet ergens opgevangen worden.

De klimaatcrisis heeft ook invloed op de biodiversiteit. Die holt achteruit. Daar mogen we ons ook grote zorgen over maken. Voor een gezonde leefomgeving, en ook voor onze voedselproductie, is de aanwezigheid van voldoende plantjes en diertjes van eminent belang."

 

UITDAGING 2: ZORGEN OM WATERKWALITEIT

“We zijn in Nederland al vijftig jaar bezig met het schoonmaken van rioolwater en hebben via inzet van voortschrijdende technologische mogelijkheden ontegenzeggelijk goede resultaten bereikt. Maar we vinden in ons water verschillende, nog niet verboden, maar wel zorgwekkende stoffen, terug. Deze stoffen zijn het gevolg van productie van bedrijven, en er zijn ook medicijnresten en microplastics. Waar de waterkwantiteit terugloopt, heeft dat trouwens direct invloed op de waterkwaliteit omdat de stoffen dan nog minder verdund worden.”

 

UITDAGING 3: ENERGIECRISIS

“De transitie naar hernieuwbare energie gaat niet snel, maar we zijn op de goede weg. Je ziet dat het nimby-effect in veel gemeenten wel een negatief effect heeft. Zo weten we dat grote windmolens effectiever zijn dan zonneparken. Maar de aanleg van windmolens ligt op veel plekken heel gevoelig. Maar uiteindelijk staat de transitie naar zon- en windenergie niet ter discussie. We zullen ook in moeten gaan zetten op het vasthouden van CO2. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het vernatten van veenweidegebieden.

De oorlog in Oekraïne heeft enerzijds een negatieve impact omdat we misschien langer door gaan met meer vervuilende energie, maar kan anderzijds ook een versnelling van de energietransitie tot gevolg hebben." 

UITDAGING 4: WONINGBOUWCRISIS

“We willen de komende tien jaar 900.000 woningen bouwen. De druk op de woningbouw zorgt daarbij voor haast. Duidelijk is dat de behoefte aan woningen het grootst is in het westen en midden van het land. Maar is dat over dertig jaar nog een veilige omgeving om te wonen? Dat is immers ook het laagstgelegen deel. Men heeft zich tot doel gesteld om klimaatrobuust te bouwen, maar neemt niet de tijd om de echte vraag te stellen: is het niet beter de huizen die we nodig hebben op een andere plek in het land te bouwen?”

 

UITDAGING 5: STIKSTOFDISCUSSIE /
VERTROUWEN IN DE OVERHEID

“Polarisatie splijt de samenleving. Het vertrouwen in overheidsinstellingen neemt af. Dat zie je nu ook aan de hele stikstofdiscussie. We zitten nu al ruim twee jaar met een enorme polarisatie waar we niet zomaar uitkomen. Daarbij zullen wij als overheid echt het gesprek breed in de samenleving moeten voeren, ook met de groepen die niet zo uitgesproken zijn. Via zorgvuldige gebiedsprocessen zullen we naar draagvlak en oplossingen moeten zoeken.

Kijk ik naar de besturen van de waterschappen, dan zou ik meer diversiteit verwelkomen. Dat vergroot de herkenbaarheid en daarmee ook de betrokkenheid van alle inwoners.”


De behoeftes van de waterschappen

Om een leidende rol te spelen en de in de kaders genoemde uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, hebben de waterschappen volgens Kuks behoefte aan nieuwe vormen van strategisch denken. “Als wij mee willen praten over de inrichting van ons land, over de verdeling van de beschikbare ruimte, dan hebben we mensen nodig die vanuit dilemma’s kunnen denken.”

Ook moet volgens Kuks de uitvoeringscapaciteit worden vergroot. “We hebben grotere organisaties nodig om überhaupt aan onze wettelijke taken te kunnen blijven voldoen.”

'Misschien is dit wel het moment om een tariefsprong te maken'

Financiën
Meer mensen en meer opgaven betekenen automatisch ook meer geld. “Op dit moment proberen we grote opgaven de baas te worden. Als ik kijk naar mijn eigen waterschap, dan is ons investeringsbudget in vier jaar verdubbeld tot 70 miljoen euro per jaar. Misschien is dit wel het moment om een tariefsprong te maken.”

Kuks vergelijkt de waterschapsheffing met een verzekering. In dit geval niet op een auto, maar op schoon water en waterveiligheid. “Een gemiddeld huishouden betaalt nu 30 tot 40 euro per maand. Dan vind ik het in elk geval goed om de discussie over de toekomstige financiën open en bloot te voeren. Daarbij draait het uiteindelijk om de vraag: redeneer je vanuit de opgaven of redeneer je vanuit je nu beschikbare budget?”

Gevraagde partners
Ondanks de vele opgaven waar Nederland in het algemeen en de waterschappen in het bijzonder voor staan, blijft Kuks optimistisch. Zowel voor wat betreft het bereiken van de klimaatdoelen als voor de rol van de waterschappen. “De schaalvergroting van de waterschappen heeft gezorgd voor professionalisering. Ik proef geen concurrentie tussen de schappen en ik zie veel lerend vermogen en organisaties die samen optrekken. Ik zou de uitgangspositie dus zonder meer positief willen noemen.”

'Onze technische expertise en onze kennis van het gebied spelen een belangrijke rol'

En daar komt nog iets bij: waterschappen zijn veel gevraagde partners tegenwoordig. Kuks neemt de ruimtelijke aanpassing aan klimaatverandering als voorbeeld. Gemeenten en waterschappen werken samen in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. “Hier is het onze technische expertise en onze kennis van het gebied die een belangrijke rol speelt.”

Maar Kuks denkt ook aan de rol die het kabinet de waterschappen toedicht bij de transitie van het landelijk gebied. “Daar komen een heleboel perspectieven samen: toekomst voor de landbouw, reductie van stikstof, verbetering van de waterkwaliteit, en voorbereid zijn op meer droogte of te veel water. Daar wordt onze rol omarmd en wordt van ons verwacht dat we heel duidelijk aan moeten geven wat er wel en niet kan.”

'Uitwerken ruimtelijke beleid is ingewikkeld en kost tijd, maar die tijd is het waard'

Oud wezenskenmerk
Om het ruimtelijk beleid vervolgens uit te werken, zijn volgens Kuks gebiedsprocessen nodig. Per gebied en via intensief overleg met grondeigenaren wordt daarbij gekeken wat er moet gebeuren. “Dat is ingewikkeld en kost tijd. In totaal kan dat wel tien tot twintig jaar duren. Maar die tijd is het waard, want alleen op deze manier kunnen we er voor zorgen dat zorgvuldige oplossingen worden gevonden, waar ook draagvlak voor bestaat. Dat kunnen waterschappen niet alleen, dat kunnen overheden niet alleen. Daar hebben we alle betrokkenen voor nodig.”

En daar komt een oude kwaliteit van de waterschappen om de hoek kijken: het polderen. “Waterschappen zijn bottom-up georganiseerd. Wij zijn van het overleg, wij zijn in staat om te polderen. Het is toch veelzeggend dat een oud wezenskenmerk van de waterschappen uitgerekend voor de opgaven van de toekomst van doorslaggevend belang zal blijken te zijn.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
People in conversation:
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Hans Gierveld · 1 months ago
    Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
  • This commment is unpublished.
    Stefan Flos · 1 months ago
    Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
    De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
    Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
    Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
    De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
    Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
    https://sjfsupport.com/mmi.html
  • This commment is unpublished.
    Hans Kuypers · 2 months ago
    Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
    Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
    En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
    En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
    Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
    Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
    Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
    En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
    En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het is mijn ervaring dat als je de dikke stengels onder een knoop op zeg 30 cm hoogte afknipt, de stengel opvult met paar procentige glyfosaat, alles in de directe omgeving aan plant mee gaat. Je dood dan via de wortel ipv het blad en er naast spuiten...
Heet water, electrocutie, afdekken, allemaal leuk, maar beperkt effectief en mega duur.
Over zulke grote hoeveelheden gif hebben we het nou ook weer niet......
De zeespiegelstijging is onder de 20 cm per eeuw.
Er is geen reden aan te nemen dat hier een versnelling in gaande is. Artikel lijkt iets verergering te suggereren. Dat lijkt dan dus niet zo.
Oprukkend zout blijft daarmee een belangrijk aandachtspunt, geen reden tot paniek.
Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!