Over het gezondheidsrisico dat loden waterleidingen voor kwetsbare groepen als jonge kinderen opleveren, is op het ogenblik veel te doen. De drinkwaterbedrijven hebben bij dit probleem vooral een adviserende rol, zegt Vewin-directeur Hans de Groene. “Als wij achter de watermeter iets op het spoor komen, raden we de eigenaar of bewoner direct aan om er wat aan te doen.”

Het gemeentebestuur van Amsterdam wil dat loden waterleidingen zo snel mogelijk worden vervangen. Er is lood gevonden bij zes Utrechtse scholen. Minstens 165 Nederlandse gemeenten weten volgens een NOS-enquête niet of er binnen de eigen grenzen nog gebouwen met loden drinkwaterleidingen staan. Zomaar een greep uit de berichten in de media die de afgelopen weken voorbijkwamen.

Ver onder norm
Hans de Groene, directeur van de Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland (Vewin), vreest niet voor schade aan het goede imago van kraanwater. Dat zou volgens hem ook onterecht zijn. “De wettelijke norm voor lood in drinkwater is 10 microgram per liter. Daar blijven we doorgaans erg ver onder. Gemiddeld zit er 1 microgram lood in een liter water dat uit de kraan komt.”

Het probleem doet zich voor bij naar schatting honderd- tot tweehonderdduizend woningen en andere gebouwen van vóór 1960, waar nog loden leidingen liggen die in gebruik zijn. Vanaf dat jaar is het aanleggen van zulke leidingen verboden. Er is niet voor het eerst aandacht voor het gevaar van oude loden waterleidingen, zegt De Groene.

“In het verleden waren er ook acties waarbij bewoners en eigenaren werden aangespoord om de leidingen te vervangen. Dat is voor hen niet altijd gemakkelijk te doen, maar we vinden deze aandacht wel belangrijk. Het is natuurlijk jammer dat drinkwaterbedrijven hun best doen om kraanwater van uitstekende kwaliteit te leveren en dat op het eind, na de watermeter, de loodconcentraties toch hoger en soms te hoog kunnen worden. Dit levert een gezondheidsrisico op voor kwetsbare groepen zoals jonge kinderen.”

 'Natuurlijk jammer dat loodconcentraties na de watermeter soms te hoog kunnen worden'

Nieuwe inzichten
De huidige publiciteitsgolf is volgens De Groene aangezwengeld door een in november 2019 gepubliceerd onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en een daarmee samenhangend advies van de Gezondheidsraad. “Deze publicaties hebben nieuwe inzichten opgeleverd die we heel serieus nemen. Alle drinkwaterbedrijven hebben de informatie op hun websites en de verdere communicatie hieraan aangepast.” Afgaande op wat drinkwaterbedrijven ervan merken, valt het wel mee met de commotie. “De pagina’s over loden leidingen op hun sites worden wat vaker bezocht, maar zij worden niet platgebeld door klanten.”

Het is belangrijk om te realiseren dat de verantwoordelijkheid verschilt voor en achter de watermeter, aldus De Groene. “Ervoor is het drinkwaterbedrijf verantwoordelijk, erachter de eigenaar of bewoner. Daarom vervullen we vooral een adviserende rol. Als wij iets op het spoor komen achter de watermeter, zullen we de bewoner of eigenaar daarop direct attenderen en aanraden om er wat aan te doen.”

De Vewin-directeur noemt de mogelijkheid voor mensen om hun kraanwater te laten testen. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Waterlaboratorium en de waterbedrijven Dunea, PWN en Waternet. Zij hebben hiervoor de website Loodinwatertesten.nl in het leven geroepen. “Iedere Nederlander kan een test laten uitvoeren als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld vanwege de leeftijd van een pand. Dat kost 62,50 euro.”

1.500 aansluitleidingen
De drinkwaterbedrijven hebben hun eigen infrastructuur aardig op orde. Vrijwel alle loden waterleidingen zijn vervangen bij een grote saneringsoperatie tussen 1995 en 2005. Met uitzondering van ongeveer 1.500 loden aansluitleidingen of delen daarvan onder de grond, vertelt De Groene. “Een bescheiden aantal gezien de ruim acht miljoen aansluitingen. Het gaat om leidingen vanaf de straat tot aan de watermeter. De loden aansluitleidingen waren indertijd lastig weg te halen, bijvoorbeeld omdat er technisch forse ingrepen nodig waren of omdat een eigenaar of bewoner geen medewerking wilde verlenen.”

De drinkwatersector wil nu alsnog deze leidingen vervangen. “Wij gaan een dappere poging wagen om, het klinkt gek, de laatste loodjes in ons eigen netwerk op te ruimen. We willen alle 1.500 gevallen opnieuw beoordelen en nemen daarover contact op met eigenaren en bewoners. Waar nodig schakelen we de GGD in om mensen te overtuigen mee te werken.” Het komt verder soms voor dat bij werkzaamheden aan het distributienet nog een oud stukje loden leiding wordt aangetroffen. “Dat wordt natuurlijk meteen aangepakt.”

Tot slot wijst De Groene erop dat ook nieuwe waterleidingen metaal kunnen afgeven. “Daarom moet je de eerste drie maanden stevig doorspoelen; twee minuten voor nieuwe leidingen en tien seconden voor nieuwe kranen. Dat is niet onbekend, maar brengen we nu extra onder de aandacht bij klanten.”

 

MEER INFORMATIE
Veel gemeenten onwetend over loden waterleidingen
Amsterdam wil snelle vervanging loden leidingen
ILT: loodgehalte in 1% monsters te hoog

Reactie van Vewin op ILT-rapport
Onderzoek RIVM en advies Gezondheidsraad
Reactie Vewin op deze publicaties
Website lood in water testen

 

 

-advertentie-

 

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!