In Zwitserse meren is de stof trifluoracetaat (TFA) aangetroffen. Drinkwaterbedrijven die water uit de meren winnen voor de drinkwaterproductie zijn niet in staat de stof, een zogeheten ‘forever-chemical’, te verwijderen. De vondst leidt echter niet tot verhoogde waakzaamheid bij de Nederlandse drinkwaterbedrijven.

De vervuiling is aangekaart door de Zwitserse milieuorganisatie ‘Ohne Gift’. Ze heeft watermonsters uit diverse meren in Zwitserland laten onderzoeken door het Duitse Technologie instituut voor Water DVGW in Karlsruhe. Deze analyse toonde aan dat in een aantal meren, maar ook in grondwater de stof voorkomt. 

‘Ohne Gift’ zocht naar de bron van TFA die in het Zwitserse drinkwater is aangetroffen. De meren die zijn onderzocht worden door drinkwaterbedrijven gebruikt als bron voor de drinkwaterproductie. De TFA-concentraties in het meer van Zürich, het meer van Biel en het meer van Murten komen overeen met de concentraties in het drinkwater. Ook het grondwater dat het drinkwaterbedrijf van Birrwil gebruikt voor de drinkwaterproductie bevatte de stof. 

Analyse zwitserse meren

Forever chemical
TFA geldt als een ‘forever-chemical’ en is dus niet afbreekbaar. De drinkwaterbedrijven zijn niet in staat om de stof tijdens de zuivering te verwijderen. TFA zelf is redelijk onschuldig, vertelt Gerard Stroomberg, directeur van RIWA-Rijn, de vereniging van Rivierwaterbedrijven die oppervlaktewater uit het stroomgebied van de Rijn gebruiken voor de productie van drinkwater. “RIVM heeft een richtwaarde van 350 microgram per liter afgegeven voor drinkwater en de hoogste concentratie die we de afgelopen jaren bij Lobith hebben gemeten is 3 microgram per liter. Daar zitten we dus ruim onder. Maar TFA kunnen we niet verwijderen en de stof heeft een antropogene bron. Daarom moeten we er voorzichtig mee zijn.”

Voor zover nu bekend kan TFA vrijkomen uit koelmiddelen die in airconditioning worden gebruikt, maar ook wordt de stof gevormd bij de afbraak van bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen. Stroomberg stelt dat het vrijkomen van TFA een indicatie kan zijn dat bij oxidatie van fluorhoudende bestrijdingsmiddelen of geneesmiddelen andere afbraakstoffen vrijkomen ‘die nu nog niet bekend, maar wel persistent zijn’. "Daar zou dan onderzoek naar gedaan moeten worden." 

Geen gevaar
Er zijn geen studies bekend die wijzen op schadelijke gevolgen voor mens en milieu, bevestigt Stroomberg. “Maar ik zeg dat wel met een lichte aarzeling, in de literatuur zie je wel aanwijzingen dat het iets doet.” Maar vooralsnog houdt de RIWA-directeur zich vast aan de RIVM-richtwaarde, die met 350 microgram overigens veel minder streng is dan de norm die het Duitse federale milieuagentschap aanhoudt, te weten 60 microgram per liter.

Milieuorganisatie Ohne Gift schrijft de vervuiling van de Zwitserse meren toe aan pesticiden die in de landbouw worden gebruikt. De organisatie stelt daarbij de eis dat als de overheid de onderzoeksresultaten bevestigt, de vervuiling door de bestrijdingsmiddelen wordt gestopt, overeenkomstig het voorzorgsbeginsel. 

Stroomberg houdt bij de constatering dat pesticiden de oorzaak zijn, een slag om de arm. Het is dan weliswaar een stof met een antropogene bron, maar er is ook een natuurlijk achtergrond van TFA, zegt de directeur. “Ik vind die conclusie persoonlijk iets te kort door de bocht. Je hebt ook een deel atmosferische depositie.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!