secundair logo knw 1

Het strandje De Kaloot naast de bestaande kerncentrale in Borssele | Foto: Joop van Houdt (Beeldbank Rijkswaterstaat)

Het milieueffectrapport (MER) over de locatiekeuze van twee nieuwe kerncentrales moet voor elk van de zeven kandidaat-locaties gedetailleerd onderbouwen wat de overstromingsgevoeligheid en lozingsruimte voor koelwater is. Ook moet worden onderzocht hoe maximale reductie van warmtelozingen kan worden bereikt, bijvoorbeeld door gebruik van (droge) koeltorens of hergebruik van warmte in de omgeving. Dat schrijft de Commissie mer, die op verzoek van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) advies heeft uitgebracht over de nader te onderzoeken milieueffecten.

De regering wil twee nieuwe kerncentrales bouwen, op één locatie. Hiertoe worden momenteel zeven locaties onderzocht, waarvan het kabinet in 2022 Borssele (het Sloegebied) al heeft aangewezen als voorkeurslocatie. Andere potentiële locaties liggen in Terneuzen, op de Tweede Maasvlakte en bij de Eemshaven. Over het lopend onderzoek naar de geschiktheid van deze locaties legde het ministerie in mei een concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter inzage. In de NRD staat welke milieueffecten KGG onderzoekt, en wordt vastgelegd wat er in het MER zal worden opgenomen. Over de concept-NRD werden rond de 600 zienswijzen ingezonden door burgers, bedrijven, belangenorganisaties, lagere overheden en buurlanden.

Behalve iedereen die zich geroepen voelde bracht KGG - op basis van wettelijke verplichtingen - ook de Commissie mer in gelegenheid te adviseren. Deze onafhankelijke commissie is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrapporten. Voor dit project heeft de Commissie een werkgroep van deskundigen uit verschillende disciplines samengesteld, voorgezeten door Hans Mommaas, emeritus hoogleraar in de sociologie, voorzitter van de Ecologische Autoriteit en voormalig directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. De deskundigen, die ‘geen enkele betrokkenheid (..) bij een initiatief, de besluitnemer of de initiatiefnemer’ hebben, brengen nu advies uit op basis van de concept-NRD, gesprekken met het ministerie en alle circa 600 zienswijzen die door hen zijn gelezen.

Ontwerpkeuzes: natte vs. droge koeling
Alle locaties op de shortlist liggen dichtbij grote oppervlaktewateren. In de concept-NRD verwijst KGG in dit verband naar de voorkeur die de Planologische Kernbeslissing ‘Vestigingsplaatsen voor kerncentrales’ uit 1986 uitspreekt voor zulke locaties, vanwege ‘de financiële nadelen die aan het gebruik van koeltorens verbonden zijn’. Hierbij wordt gedoeld op ‘droge’, luchtgekoelde torens.

Volgens de Commissie is de aanwezigheid van nabije oppervlaktewateren leidend geweest bij de keus voor de zeven kandidaat-locaties, en heeft het ministerie zich bij haar technische haalbaarheidsstudies al beperkt tot een ontwerp zonder koeltorens. Met deze studies wordt gedoeld op de vraag van KGG aan drie ‘kerncentraleverkopers’ om te onderzoeken of hun ontwerpen voldeden aan de technische kaders van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming.

De Commissie zou in het MER graag zien welke vragen en randvoorwaarden zijn voorgelegd aan deze bedrijven, en ‘in het bijzonder waarom op voorhand gekozen is voor een ontwerp zonder koeltorens’. Ook wijst ze erop dat deze keuze niet lijkt te stroken met het feit dat de NRD en bijbehorende Kamerbrief aangeven dat koeltorens niet uitgesloten zijn. De Commissie adviseert deze schijnbare tegenstrijdigheid te verduidelijken in het MER.

Pressurized Water Reactor
Ook vindt ze dat onderbouwd moet worden waarom KGG koerst op een Pressurized Water Reactor (waarbij water onder druk verhit wordt tot ongeveer 320 graden Celsius), en of andere typen kerncentrales later in het proces nog in beeld kunnen komen. Ook wordt gevraagd in het MER uit te leggen waarom Korea Hydro and Nuclear Power zich heeft teruggetrokken en wat precies de verschillen zijn tussen de ontwerpen van de overgebleven leveranciers Électricité de France en Westinghouse Electric Company.

Voorts is het voor de Commissie een vraagteken of een locatiebesluit alleen een voor het Rijk bindend besluit zou zijn (voor de begrenzing van kavels) of dat dit mogelijk al meer betekent, zoals concrete besluiten over dijkaanpassingen, koelwaterinfrastructuur en beperkingen voor de omgeving (zoals noodzakelijke verhuizingen van bedrijven en woningen). In dat geval, schrijft de Commissie, moeten namelijk ook daarvan de milieueffecten worden onderzocht en vergeleken.

Lozingsruimte koelwater
Eén van de kritieke variabelen voor de locatiekeuze is de lokaal beschikbare lozingsruimte voor koelwater. Deze wordt bepaald door de stapeling van beoogde lozing naast andere warmtelozingen in de omgeving te toetsen aan wetgeving zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW). In dit verband herinnert de Commissie aan een eerder advies waarin ze erop wees dat beoogde locatie in de Westerschelde er waarschijnlijk in 2033 al geen warmte meer bij kan hebben – nog zónder realisatie van twee nieuwe kerncentrales en levensduurverlenging van de bestaande centrale in Borssele. Op grond van de KRW mag de oppervlaktewatertemperatuur namelijk maximaal 25 graden Celsius bereiken, en met het huidig totaal aan warmtelozingen en voorspelde opwarming door klimaatverandering zou de temperatuur deze grens in 2033 al naderen.

Het is dan ‘..aannemelijk dat bij een periode van beperkingen alle centrales langs de Westerschelde tegelijkertijd met minder vermogen of geheel niet kunnen produceren’, concludeerde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vorig jaar ook zelf. Hierbij wordt met beperkingen gedoeld op restricties voor het lozen van warmte en het onttrekken van oppervlaktewater in met name de warmere en drogere zomers. ‘Vanwege de opwarming van de aarde zal de duur en de frequentie van periodes met beperkingen toenemen. (..) De beperkingen zullen gelden voor de huidige centrale in Borssele, de centrale in Doel (België) en de toekomstige centrales’, aldus EZK in 2024.

Ook wijst de Commissie op de Deltares-studie ‘Evaluatie voor locatie Borssele II’, die liet zien dat de temperatuur van de Westerschelde door klimaatverandering rond 2050 met 1 à 2 graden Celsius zal zijn gestegen. De Commissie raadt aan deze studie te actualiseren aan de hand van de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI, en vergelijkbare studies uit te voeren voor de andere locaties om zicht te krijgen op de kritische achtergrondtemperaturen in de Voordelta, Waddenzee en Eems-Dollard.

Vanwege voornoemde risico’s wordt aanbevolen per locatie de milieugevolgen te onderzoeken wanneer inname en lozing zouden plaatsvinden ‘verder van de oever en van ondiepe gebieden, om voor natuur schadelijke temperatuurstijging in ondiepere waterdelen te beperken’, en ‘verder op open water, waardoor lagere temperaturen en meer mengcapaciteit beschikbaar zijn’. Ook wordt aangeraden te duiden hoe maximale reductie van warmtelozingen kan worden bereikt, bijvoorbeeld door hergebruik van warmte in de omgeving of het gebruik van (droge) koeltorens, waar volgens de Commissie ook diverse zienswijzen op wezen.

Kuil of terp
Voor een hoogwaterbestendig ontwerp van een kerncentrale zijn de bodemgesteldheid en hoogteligging cruciale parameters. In dit kader wordt geadviseerd te beschrijven wat voor elke locatie de (on)mogelijkheden zijn voor aanleg in een kuil of juist op een terp. Het voorstel voor verdiepte aanleg in een kuil komt van de Borselse Voorwaarden Groep, een groep van honderd inwoners en vertegenwoordigers van dorpsraden die op verzoek van de gemeente inspraak hebben geleverd namens de Borselse gemeenschap.

Vorig jaar overhandigde deze groep voormalig minister Jetten van Klimaat en Energie een lijst van 39 voorwaarden voor een totaal van drie kerncentrales in hun achtertuin, waaronder onderzoek naar de mogelijkheid de twee nieuwe centrales ‘verdiept aan te leggen om horizonsvervuiling te voorkomen’. De drie door KGG benaderde bedrijven raden juist een verhoogde terpconstructie aan en waarschuwen ervoor dat het bouwen van waterkerende constructies bij een laaggelegen centrale jaren aan de bouwperiode en in de orde van miljarden aan de rekening kan toevoegen.

Veiligheidsrisico’s
De uitwerking van veiligheidsrisico’s vindt de Commissie nog te mager. Zo is over overstromingsrisico’s in de concept-NRD alleen vermeld dat er wordt gekeken naar maximale waterdiepte bij overstromingen en dijkdoorbraken op basis van openbaar kaartmateriaal en de klimaatscenario’s van het KNMI. Dit is volgens de Commissie te oppervlakkig en geen volwaardige beschrijving van de risico’s op overstroming en consequenties daarvan.

Voor het onderzoeken van de veiligheidsrisico’s en evacuatiemogelijkheden in bredere zin zou de Commissie graag zien dat een gedetailleerde aanpak wordt gehanteerd die het Internationaal Atoomenergieagentschap voorschrijft. Deze houdt in een uitwerking van de milieugevolgen van normale bedrijfsvoering (verspreiding van radioactief materiaal via de lucht, oppervlaktewater en grondwater), natuurrampen (overstromingen, aardbevingen of koelwaterinnamebeperkingen door scheepsrampen, olielekkages, ijsvorming of inzuiging van grote hoeveelheden aquatische organismen zoals kwallen) en rampen door menselijk handelen (zoals de luchtvaart, militaire activiteit en terreur).

De beoogde nieuwe centrales zullen naar verwachting maximaal 60 tot 80 jaar in bedrijf zijn. Voor veel onderwerpen is het beschrijven van de milieusituatie in een dergelijk verre toekomst te onzeker of minder zinvol, maar voor kerncentrales ligt dat anders, schrijft de Commissie. Ze adviseert daarom de milieueffecten tot aan zichtjaar 2100 uit te werken voor de onderwerpen koelwater, klimaatverandering en risico's door menselijk handelen.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

We mogen dankbaar zijn dat we in Nederland leiding-/kraanwater hebben. Feit is wel dat het optimaal zuiveren van rivier- en grondwater, om er 118 liter kraan-/drinkwater per persoon per dag van te maken, steeds moeilijker wordt.  Als theeproever ontdekte ik, reeds in 1981, dat water 90-99,9% zuiverder kan zijn dan leidingwater; thee bereid met zuiver water is onvergelijkbaar helderder, geuriger, smakelijker dan dezelfde thee bereid met regulier leidingwater.  
Het thuis (na)zuiveren van leidingwater met omgekeerde osmose apparatuur, 'gewoon' te tappen uit een kraan op het aanrecht, doe ik inmiddels 45 jaar en ervaar dat iedere dag als een ZEGEN met 5 hoofdletters en... zeker iet alleen voor thee. Bij alle zorgen, waar terecht veel aandacht voor is, wil ik een lans breken voor dit goede nieuws, voor deze optimale vorm van waterzuivering, die, in mijn visie, in mijn vaste overtuiging, vroeger of later, stap voor stap, steeds breder ingevoerd zal gaan worden. Centrale zuivering  en thuis (na)zuiveren kan naast elkaar bestaan en vullen elkaar prima aan. Het zal een enorme cultuurverandering worden... en die gaan (helaas) langzaam.
@Marco AlHet meeste water is niet het water dat we zien. Het meeste water zit in de bodem
Jaarlijks 4000 kilo PFAS-medicijnen via de slikkers in het riool.

98% daarvan kan onmiddellijk verboden worden, patenten zijn er af.
Een hele boeiende studie die de meerwaarde van het meewegen van het effect op de toekomst in de besluiten van vandaag laat zien. Binnen Min. IenW, Deltacommissaris en RWS heb ik hiervoor de methodiek Toekomst aan Tafel ontwikkeld. Deze methodiek bevat instrumenten die binnen het beleidsontwikkeling de impact op de toekomst tastbaar en concreet maken (zoals ook hierboven uitgebreid is gedaan voor de klimaatdijk), om zo mee te wegen in het besluit. Als je hier meer over wilt weten, kom vooral op de lijn. 
Interessante ontwikkeling! Ik ben benieuwd of bij doelsturing ook het benedenstroomse gebied waarin mogelijk strengere doelen gelden meegenomen wordt?