Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een nieuwe handreiking gemaakt voor de benoeming en herbenoeming van voorzitters van waterschappen. Daarin is een rol voor de Commissaris van de Koning opgenomen. De Unie van Waterschappen pleit ervoor dat alle waterschappen deze handreiking omarmen. De waterschappen zelf hebben het voorstel nu in beraad.
“In de praktijk bleek er een aantal knelpunten te zijn in de benoemingsprocedures van waterschapsvoorzitters”, vertelt Eric Arnts, beleidsadviseur bij de Unie van Waterschappen. “Daarbij ging het bijvoorbeeld om het samenstellen van de selectiecommissie; bestaat die alleen uit coalitiepartijen of uit vertegenwoordigers van het hele Algemeen Bestuur?”
Ook waren er volgens Arnts onduidelijkheden in de procedure over de rolverdeling tussen de verschillende betrokken partijen. “Een Algemeen Bestuur, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Provinciale Staten hebben allemaal een verantwoordelijkheid. Maar je ziet dat de manier waarop dat wordt ingevuld, verschilt.”
De waterschapswet laat ruimte voor interpretatie en in de loop van de tijd zijn bij waterschappen verschillen in werkwijze gegroeid. Tijdens de benoemingsprocedure en ook daarna. “Waterschappen gaan bijvoorbeeld ook verschillend om met de functioneringsgesprekken van de voorzitters. Uniformiteit en helderheid in het proces helpen om ruis en gedoe weg te nemen.”
De handreiking bevat een gedetailleerd stappenplan over de benoeming en herbenoeming van waterschapsvoorzitters. Dit stappenplan is in essentie gebaseerd op de handreiking voor burgemeestersbenoemingen. Bij deze benoemingen speelt de Commissaris van de Koning een vaste rol. Zo is de benoemingsprocedure voor voorzitters van waterschappen minder uitgebreid omschreven in de Waterschapswet. Daarom spreekt de nieuwe handreiking over een ‘informele’ rol voor de Commissaris van de Koning.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat adviseert waterschappen de handreiking volledig en consistent toe te passen en ook de Unie van Waterschappen steunt de voorstellen. “Vanuit de Unie staan wij erachter omdat wij denken dat uniformiteit en een rol van een onafhankelijke derde, de Commissaris van de Koning dus, meerwaardes zijn en uiteindelijk tot een zorgvuldiger procedure leiden.”
De handreiking zal de komende maanden worden besproken binnen de waterschappen. “We vragen onze leden dit najaar een standpunt in te nemen over de handreiking en de rol van de Commissaris van de Koning. Eind dit jaar willen we daar duidelijkheid over hebben, zodat de besluitvorming voor de verkiezingen van 2027 kan zijn afgerond.”
