Volwassenen en kinderen gaan onder het motto ‘Vang de Watermonsters’ de komende tijd op pad om de waterkwaliteit in kleine wateren te onderzoeken. Zij krijgen hiervoor een meetkit. Het initiatief van Natuur & Milieu wordt volop ondersteund vanuit de waterschapswereld.

De waterkwaliteit van de grote wateren is goed in beeld, maar die van sloten, vennen, beekjes en kleine plassen heel wat minder. Hieraan wil Natuur & Milieu met steun van de ASN Bank en de Nederlandse Waterschapsbank wat doen. Voor het tweede jaar wordt de actie Vang de Watermonsters gehouden. Mensen worden opgeroepen om de waterkwaliteit van een zelf gekozen klein water te meten. Zij kunnen tot en met 7 augustus hun resultaten online doorgeven. Bij de eerste editie in 2019 bleek dat de kwaliteit van kleine wateren, net als bij grotere wateren, zorgelijk is.

15.000 meetkits beschikbaar
Natuur & Milieu werd afgelopen jaar min of meer overvallen door de grote belangstelling, vertelt Rob van Tilburg, directeur programma’s. “Daarom pakken we het op een grotere schaal aan. Ditmaal zijn er 15.000 in plaats van 4.000 meetkits beschikbaar. In 2019 waren er in totaal ongeveer achthonderd bruikbare metingen, nu streven we naar 7.500 bruikbare metingen. We mikken op minstens honderd metingen per waterschapsgebied. Zo ontstaat er echt een dekkend beeld voor Nederland.”

Rob van TilburgRob van Tilburg

Zowel volwassenen als kinderen kunnen meedoen. “Wij hebben vorig jaar geleerd dat veel mensen in familieverband op pad gaan”, zegt Van Tilburg. “We hebben de actie weer op dezelfde kindvriendelijke manier vormgegeven met watermonsters als Drollentrol, Guppie en Spoelbaksels.”

Natuur & Milieu wil twee doelen bereiken. “Enerzijds een actueel beeld van de waterkwaliteit van kleinere wateren, anderzijds het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij waterkwaliteit. Want mensen kunnen natuurlijk ook zelf veel doen, bijvoorbeeld het opvangen van regenwater. Beide doelen helpen om samen de waterkwaliteit uiteindelijk te verbeteren!”

Waarin onderscheidt Vang de Watermonsters zich van andere burgeronderzoeken zoals het nationale slootjesonderzoek en de waterdiertjestelling? Van Tilburg: “Deze acties gaan vooral over levende biodiversiteit, terwijl ons initiatief is gericht op het meten van de waterkwaliteit op verschillende dimensies. Natuurlijk stemmen we de acties wel goed met elkaar af.”

Zeven waterschappen betrokken
Nieuw is dat de waterschapswereld ditmaal volop meedoet. De Unie van Waterschappen, de Nederlandse Waterschapsbank en zeven waterschappen hebben zich aangesloten bij het initiatief. Het gaat om Amstel Gooi en Vecht, Brabantse Delta, Delfland, De Stichtse Rijnlanden, Rijn en IJssel, Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard. Van Tilburg: “Het heeft veel meer impact dat nu de partijen meedoen die bij waterkwaliteit betrokken zijn. Ook werken de resultaten van de metingen zo beter door in de beleidsontwikkeling van Rijk en waterschappen.”

 'Het heeft veel meer impact dat waterschappen nu meedoen'

De waterschappen bieden inhoudelijke en financiële ondersteuning. “Zij hebben goed meegedacht over de opzet van het burgeronderzoek. Welke parameters ga je meten? In welke periode van het jaar? We gaan ook samen met de waterschappen de bevindingen beoordelen.”

Diverse aspecten waterkwaliteit gemeten
De deelnemers onderzoeken diverse aspecten van zowel chemische als ecologische waterkwaliteit. In de meetkit zit een meetstripje om het nitraatgehalte na te gaan. Mensen krijgen een instructie om met een oude cd en een touwtje zelf een secchi-schijf te maken. Hiermee meten ze hoe helder het water is. Deelnemers bekijken ook de dieren en planten in het oppervlaktewater. Zij worden verder gevraagd foto’s te nemen om een beeld te krijgen van onder meer de begroeiing en helling van de oever. Alles bij elkaar duurt zo’n onderzoek ongeveer twintig minuten.

Om deze metingen te valideren, verrichten wetenschappers van NIOO-KNAW nog op honderd locaties controlemetingen. “Dit maakt duidelijk hoe betrouwbaar de door burgers gemeten waarden zijn. Daardoor kunnen we goede uitspraken doen.”

Terugkoppeling van resultaten
In het najaar brengt Natuur & Milieu een uitgebreid rapport over de bevindingen uit. Alle waterschappen krijgen de resultaten van de metingen in het eigen werkgebied teruggekoppeld. “Hiermee kunnen ze in het eigen beleid hun voordeel doen.”

Van Tilburg verwacht dat er opnieuw veel belangstelling voor het onderzoek zal zijn. “Waterkwaliteit staat dichter bij mensen dan bijvoorbeeld klimaatverandering. Het is ook gewoon heel leuk om te doen.” Hij hoopt dat bij een volgende editie alle waterschappen van de partij zijn. “Zo kunnen we er een echt nationaal onderzoek van maken.”

 

MEER INFORMATIE
Natuur & Milieu over het burgeronderzoek
Website Vang de Watermonsters
Unie van Waterschappen over de actie
Natuur & Milieu over resultaten in 2019
H2O-bericht over slootjesonderzoek
H2O-bericht over waterdiertjes.nl

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!