Kan een luchtbellenscherm voorkomen dat piepkleine plastic deeltjes via gezuiverd afvalwater in het oppervlaktewater terechtkomen? Dat wordt onderzocht bij rioolwaterzuiveringsinstallatie Wervershoof van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hier wordt de Bubble Barrier ingezet.

Dit bellenscherm is een uitvinding van de Amsterdamse startup The Great Bubble Barrier, waarmee in 2018 de Green Challenge van de Postcode Loterij werd gewonnen. Bij een test in de IJssel is gebleken dat het systeem effectief plastic groter dan 1 millimeter kan verwijderen uit rivieren en kanalen. Gemiddeld werd 86 procent van het testmateriaal onderschept. De vraag is nu of het ook mogelijk is om met het scherm te voorkomen dat veel kleinere microplastics doorstromen van gezuiverd afvalwater naar het oppervlaktewater. Het gaat om deeltjes met een grootte van 0,5 millimeter tot 0,02 millimeter.

Het onderzoek start formeel op 1 juni. Hiervoor is een consortium verantwoordelijk dat bestaat uit drinkwaterbedrijf PWN, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, KWR Watercycle Research Institute en The Great Bubble Barrier. Het onderzoek wordt vanwege het maatschappelijke belang medegefinancierd door PWN en vanuit het programma van het Topconsortium Kennis en Innovatie Watertechnologie.

Geperforeerde buis
De Bubble Barrier komt te liggen in het kanaal bij rioolwaterzuiveringsinstallatie Wervershoof in de gemeente Medemblik. Het bellenscherm is eigenlijk een geperforeerde buis van zestien meter die op de bodem wordt gelegd. Door de gaatjes wordt lucht geperst, waardoor een muur van luchtbellen ontstaat. Die moet de microscopisch kleine plastic deeltjes uit het effluent tegenhouden. Vervolgens worden de microplastics naar de oever geleid door de natuurlijke stroming van het water en de diagonale ligging van het bellenscherm. Dan kan bij de oever het plastic uit het water worden gefilterd zonder scheepvaart of vissen te hinderen.

Of het luchtbellengordijn ook echt zo werkt, moet tot en met eind 2020 blijken. Tijdens het onderzoek wordt gekeken naar drie aspecten: de hoeveelheid microplastics in het gezuiverde afvalwater, de werking van het bellenscherm en de verbetering en standaardisatie van de meetmethode voor microplastics.

Op verschillende momenten en plekken worden watermonsters genomen volgens het meetprotocol dat in het Europese TRAMP-project is ontwikkeld om de hoeveelheid plastic deeltjes per liter te bepalen. Naar verwachting worden de conclusies van de eerste onderzoeksresultaten nog dit jaar gepubliceerd.

‘Echte must’
Volgens hoogheemraad Ruud Maarschall van Hollands Noorderkwartier komt het onderzoek als geroepen: “Onze rwzi's verwijderen nitraat, fosfaat en zwevende deeltjes uit afvalwater. Maar over de hoeveelheid microplastics in het gezuiverde afvalwater is nog weinig bekend. Ook is er nog geen adequate meetmethode om dit nauwkeurig vast te stellen. En omdat wij iedere dag aan schoon en gezond water werken, is dit onderzoek voor ons dan ook een echte must.”

Algemeen directeur Joke Cuperus van PWN benadrukt het belang van het onderzoek in verband met het IJsselmeer als bron van drinkwater. “We willen deze bron koesteren en beschermen en daarnaast de kosten van drinkwater zo laag mogelijk houden. Het zuiveringsproces moet niet ingewikkelder worden dan het nu al is.”

 

MEER INFORMATIE
Persbericht over onderzoek
Projectpagina TKI Watertechnologie
Website The Great Bubble Barrier
Bericht over winst Green Challenge

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!